Literaire kritiek

Ik zag een ouder artikel van Philip Huff in Hollands Maandblad over boeken recenseren: https://www.hollandsmaandblad.nl/editie/2016-10/recensentenstorm/

Citaat:

“De problemen zijn dus legio: uitvoerig een boek behandelen kan niet, saaie boeken leveren wel je naam in de krant maar saaie kopij op, en recensies met 2,5 sterren worden niet gelezen. En wie niet wordt gelezen, verdwijnt. En als de recensent iets niet wil, is het wel verdwijnen (…) De literaire recensie is een column geworden met sterretjes erboven, en die sterretjes vatten niet alleen het besproken boek samen, maar ook het stuk zelf, en daarmee het keizerlijk ego van de recensent: duim omhoog of ­omlaag.”

Huff toont het met leerzame, doch misschien wat eenzijdige voorbeelden aan.

En ik moest aan een uitspraak van Theo Kars denken::

“Boekrecensenten zijn beroepsleugenaars.”

2 reacties

  1. Jezus, Renzo, kom nou toch. Die Theo Kars, dat was pas een beroepsleugenaar. Een narcistische zielepiet die de werkelijkheid niet aankon en een parallelle werkelijkheid schiep met zichzelf in de hoofdrol als eeuwig jonge Casanovo met behulp van hulpmiddelen die tegenwoordig door onzekere meisjes van 17 niet worden geschuwd. En dan heb ik het nog niet over zijn criminele verleden of over publicaties die hem associeren met psychopatie. Lijkt me niet de juiste referentie mbt de waarheid.

  2. Het volledige citaat van Kars: ‘Boekrecensenten zijn beroepsleugenaars. Zij weten heus wel dat een eeuw niet meer dan honderd meesterwerken oplevert, maar als je hun kritieken leest, krijg je de indruk dat ze er om de twee weken één ontdekken.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s