Is schaken nuttig?

Curse of Kirsan

Ik bezoek graag de fijne schaaksite Kingpin. In een wat ouder interview met (schaak)journaliste Sarah Hurst las ik daar de fraaie woorden:

I didn’t really have a view of chess players before I started meeting them, but after getting to know them I found out that they had a very diverse range of interests – some were obsessive collectors, some were talented musicians, and so on. But I also came to the conclusion that chess brilliance has nothing to do with high intelligence in other areas, but tends to give top players a false idea of their own high intelligence. They equate their FIDE rating with their IQ. In fact they have devoted so much time to chess that they may not be so brilliant at other things. And I don’t agree with the theory that chess skills can be applied to other aspects of life. Chess is a very individual pursuit, it doesn’t require collaboration, and it doesn’t take into account complex human relationships. Most of life is not like chess at all.

Interessant, en ik heb de neiging mee te gaan in het vetgedrukte deel. Ik schreef ook al een eerder blog over de vraag of schaken goed is voor een mens. Ik vraag nu weer GM Karel van der Weide naar zijn visie. Hij antwoordt:

Goeie vraag! Timman en Sokolov zeiden over Alexandrov (ooit 2675) dat-ie hooguit geschikt was voor taxichauffeur… Jan en Ivan zien zichzelf waarschijnlijk wel als intellectuelen. Toen ik circa 15 jaar terug in Venlo was voor een toernooi en logeerde bij de familie Van der Grinten (van het bedrijf Océ) sprak de pater familias:

Jammer dat die schakers zich niet nuttig maken voor de maatschappij.

Dan die transfer van het schaak-IQ op het echte leven… Nou… De Letse Dana Reizniece-Ozola werd minister, Eric-Jan Wagenmakers werd hoogleraar. Et cetera. En anderen falen compleet in de maatschappij. Sommige schakers werden sociaal psycholoog, en Van der Weide zit bij de post: het absolute afvoerputje van de maatschappij.

Psycholoog/auteur Karel van Delft is wél positief over de rol van schaken:

Zelf veronderstel ik dat schaken een belangrijk middel kan zijn om meta-cognitieve overdrachtseffecten te genereren. Dat wil zeggen dat kinderen via schaakles leren denken en gaan nadenken over hoe ze denken. (…) In eerder eigen onderzoek (UVA, 1992) vond ik dat schakende leerlingen gemiddeld betere schoolprestaties leveren op CITO-toetsen dan niet-schakende kinderen. Opvallend was dat er geen verschil in intelligentie bestond tussen beide groepen. Het onderzoek staat beschreven in het boek ‘Schaaktalent ontwikkelen’.

En zanger Nick Schilder vertelt op chessity.com dat hij tot zijn 13e fanatiek schaakte:

“Toen ontdekte ik dat ik met gitaar spelen meer succes had bij de meisjes.” In 2010 herontdekte hij het spel. “Ik merk dat ik sinds ik weer schaak, ik mij veel beter kan concentreren.”

Schilder stelt verder: ”Alle kinderen hebben er baat bij om te leren schaken. Zelfs al is dat maar op een laag niveau. Ze kunnen er hun leven lang plezier van hebben.”

Dat lijkt me de beste reden om te (leren) schaken: het plezier dat mensen er eventueel aan kunnen ontlenen.

12 reacties

  1. Interessant… Is dat niet (naast schaken) met alles zo?. Dat we iets waar we goed in zijn, met dank aan vele uren oefening, vaak zien als een bewijs van onze geweldige intelligentie en/of aanleg?
    Overigens geloof ik best dat denksport kan leiden tot een betere vorm van oplossingsgericht nadenken

  2. Iets waar je goed in bent
    Dat doe je graag
    Het is nooit alleen maar aanleg of talent
    Dat ontwikkelt zich gestaag

  3. Ik heb nooit kunnen ontdekken dat mijn schaken (op zeer matig niveau) mij enige nieuwe inzichten verschafte in andere aspecten van het leven, zoals leren, iets dat wel vaak wordt beweerd om het schaken te promoten. Ik heb van schaken wel iets meer over schaken geleerd.

  4. Persoonlijk denk ik niet dat schaken veel invloed heeft op gebieden buiten het schaken zelf.
    Veel niet schakers denken dat wel, en dat vind ik wel weer leuk 🙂

    Wat Nick Schilder zegt is interessant…

  5. Schaken leert mij veel over het gewone leven, of roept daarover in ieder geval vragen op. Tijdens het schaken merk ik dat tegenstanders bij het oplossen van schaakproblemen mogelijkheden zien die ik volledig over het hoofd zie. Dan vraag ik mij af of dat in het gewone leven ook zo is en het antwoord verontrust mij dan wel eens.

  6. Schakers overschatten hun kunde in real life. Kijk naar een Kasparov. In die drie artikelen over hem op Kingpin wordt hij vernietigd. Weet je waarom veel schakers de politiek in gaan? Omdat ze nooit ergens een diploma kunnen halen.

  7. Wijnand B, de man die ooit verdacht werd van het brein te zijn van de Grote Diamantroof op Schiphol, zo’n vijftien jaar geleden, was een buitengewoon goed schaker. Wijnand vertelde tegen mij dat hij én het schaken in de gevangenis had geleerd, maar ook dat hij daarmee zijn dagen doorkwam. Enfin, zoals Cruijf ooit oreerde: Ieder nadeel heeft zijn voordeel.

  8. De profschaker ligt in zijn al tijden niet verschoonde bed in zijn smoezelige appartementje. Hij ruikt uit zijn muil naar goedkope koffie van de Lidl. ’s avonds onsmakelijke prak met een goedkoop biertje. Een vriendin vinden heeft hij opgegeven. Ouder wordend en eenzaam degenereert hij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s