RADIATOREN

vaandrager-`hé_moederals_je_je_dochter_ve-38180-bg__984

A foggy day in Rotterdam

 

Je kent het wel: een middag wachten

tot het gaat misten. Wachten

tot het donker wordt. Of avond wordt. Hij

(ik heb het over hem) kijkt,

ziet lege bussen

die koppig starten, de stad in – op zoek naar meer mist?

Stemmen van mensen. Oproer? Bijval?

Hij herkent ze, de stemmen. De mensen

kent hij niet – nooit gekend.

 

Je kent het wel: pijnlijk nauwkeurig

kan hij je zeggen (maar hij doet het niet):

‘Nu gaat de telefoon.’

En dan gaat de telefoon. De angst

dit aan te voelen. En dan de angst (nog groter)

zich na tien, elf juiste voorspellingen te vergissen.

De mist is binnen.

Reeds zijn de radiatoren verkild.

Hij trekt zijn benen op. Wacht.

Het wordt donker. Of avond.

Hij trekt huiverend een haar uit zijn pols.

(Cornelis Bastiaan Vaandrager, 1958)

Cor  (Door Cees Buddingh’, 1979)

Vanochtend werd ik opgebeld door Cor

Vaandrager. Hij stond aan ’t station en wou

me dringend spreken. Maar hij had maar twee

kwartjes. Ik zei: ‘Ik kom wel naar jou toe.’

Stientje ging mee, hypernerveus, want hij

is af en toe heel agressief. Hij zat

op me te wachten in de restauratie.

Nauwelijks meer ’n mens. Iets uit Gustave Doré.

Wat kon ik voor hem doen? Ik gaf hem al

’t geld dat we hadden: vijfentwintig gulden.

Toen zetten we hem af bij Theo Kemp.

Hij had een tas grammofoonplaten bij zich.

Die liet hij ons heel trots één voor één zien.

’t Was net een uur excursie naar de hel.

 

 

2 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s