Links-rechts in de politiek

18156.png

De termen links en rechts in de politiek worden vaak wel makkelijk gebruikt.

Een aardige indicatie geeft het boek Nederland vijfstromenland (2007) [hier als PDF te lezen] waarin sociale wetenschappers Scholten en Klein Nijenhuis stellen:

Tot klein links rekenen we de SP, GroenLinks en de Partij van de Dieren alsmede hun voorlopers: de CPN, PSP, PPR en de EVP. De PvdA en D66 kunnen als gematigd linkse partijen worden gezien, maar omdat D66 zelf steeds volgehouden heeft de links-rechts-tegenstelling te willen doorbreken is D66 – o.i. een gematigd linkse partij – toch als een afzonderlijke stroom in de grafiek weergegeven. Tot de centrumpartijen rekenen we het CDA en de CU, alsmede de voorlopers van deze partijen KVP, ARP, CHU en RPF. Tot de rechtse partijen rekenen we de VVD en de ouderenpartijen aOV en Unie55+ uit de jaren negentig. Tot klein rechts rekenen we tamelijk ongelijksoortige groeperingen die gemeen hebben dat (behoudende Nederlandse) normen en waarden bij hen centraal staan: fundamenteel-christelijke partijen als de SGP en de toenmalige  GPV en RKPN, anti-immigratiepartijen als de PVV, de LPF, Leefbaar Nederland, CP en CD, en anti-Europa-partijen als de BoerenPartij en Binding Rechts. Ook DS70 is tot deze groep gerekend, hoewel er argumenten zijn om ook deze groepering, net als D66, afzonderlijk in te tekenen.

Soortgelijke indelingen, waar velen van ons mee zijn opgegroeid en gesocialiseerd, zijn misschien wel nuttig, maar doen geen recht aan de werkelijkheid.

David Frankenhuis bijvoorbeeld vraagt zich af op Berniemag of Nederland rechtser is geworden. Hij laat enkele interessante deskundigen aan het woord. Zo stelt journalist Syp Wynia:

Zowel ‘linkse’ als ‘rechtse’ politici zijn zich vaak maar heel beperkt bewust van de inhoud van die termen. Ze zijn bovendien door de tijd heen van betekenis veranderd, dus is er sprake van enige chaos in het debat. Oorspronkelijk staat ‘rechts’ gelijk aan confessioneel, en is ‘links’ niet-religieus.

In de periode 1950-1980 werd de verzorgingsstaat opgebouwd, en links was daar een sterk voorstander van. Wie liever lage belastingen had, gold dan als rechts. Dat zou je fase 2 van de terminologie kunnen noemen. Hoewel deze fase alweer bijna 40 jaar geleden eindigde, zijn deze definities nog steeds redelijk bepalend in het politieke debat, dat duidelijk lijdt aan begripsverwarring.

Sinds 1980 staat links – en dan vooral de lichtzinnige denkers binnen die stroming – onder meer in de bres voor wat je de ‘zielige migranten’ zou kunnen noemen, ofwel arme, veelal analfabete buitenlanders uit de Derde Wereld die hun geluk in het Westen komen beproeven. Wat verder verwarrend is, is dat de termen links en rechts zowel kunnen slaan op economische thema’s als op sociaal-culturele vraagstukken.

en verderop zegt hij:

Overigens was links, ook de PvdA, eind jaren zestig nog gekant tégen immigratie van laaggeschoolde of analfabete gastarbeiders, want dit zou onvermijdelijk een neerwaartse druk op de lonen veroorzaken. Dit standpunt is later dus fors gaan schuiven.

 

Ik kan hier nog meer over zeggen:

  • Dr Sid Lukkassen stelt in een interview dat de oude links-rechts-tegenstelling niet meer werkt. Hij stelt de kosmopolitisch denkers tegenover de nationale denkers.
  • Zelf valt mij op: D66 profileert zichzelf graag als progressieve partij (=links), en zal dat op identiteitsvraagstukken (LHBT e.d.) ook zijn, want dat zien we tegenwoordig als links. Maar D66 is een extreem-rechtse partij ... op economisch gebied [ en ja ik maak dus nu zelf ook een rechts-indeling, besef ik ] : pro-flexwerk, pensioenen omlaag, hervorming sociale zekerheid: D66 is er alles aan gelegen om gewone mensen zo weinig mogelijk zekerheid te geven, zie hun verkiezingsprogramma’s EN hun stemgedrag van de laatste 15 jaar. In een reportage op TPO, 25 januari 2015, zien we dat mooi geanalyseerd door Chris Aalberts:

Zo gaat dat bij D66: keurige succesvolle mensen die het met elkaar heel leuk hebben en wie het vooral ontbreekt aan problemen. Geld genoeg, dus geen problemen met de zorg of met stijgende huizenprijzen. In lastige achterstandswijken hoeven D66’ers ook al niet te wonen. Ze zijn bovendien vrijwel nooit onvriendelijk over moslims en dus hebben ze geen last van ingewikkelde bedreigingen en andere ellende. Dan kun je inderdaad rustig een feestje vieren met prosecco en Gloria Estefan. Het gaat immers hartstikke goed. Anderen vangen de klappen wel op.

  • Tot slot kun je natuurlijk als je zelf bijvoorbeeld communist bent, de hele SP tot en met de VVD rechts vinden. Vanuit dat startpunt klopt het nog ook, want SP en VVD accepteren de markteconomie. En wanneer je FVD’er bent kun je zo ongeveer alle partijen die pro-klimaatmaatregelen en pro-positieve discriminatie zijn (extreem-)links vinden. Of partijkartel.

Het hangt er dus maar vanaf welk startpunt je neemt. De termen links en rechts worden hoe dan ook slordig gebruikt. Maar ik snap het – mensen hebben houvast nodig. We zien dat ook in mijn vorige blogstuk: hoogleraar Koopmans die zich als links beschouwt en dan botst met andere  ‘linksen’. Links of rechts zijn daarmee  identiteitstermen geworden: hoe definieert men zichzelf?

 

 

Eén reactie

  1. Links of rechts, je blijft gehandicapt. Tegenwoordig hoor je meer het onderscheid tussen populistisch en niet-populistisch. Populistisch is dan ‘fout’ en niet-populistisch staat dan voor alles wat je wel kunt ruiken maar niet kan verstaan. Mensen die op populistische partijen stemmen worden weggezet als ‘dom’ terwijl diezelfde mensen dat niet waren toen ze nog op de PvdA stemden. Het is allemaal heel wonderlijk en eigenlijk is er geen touw aan vast te knopen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s