Korte herinneringen aan Dirk Ayelt Kooiman (1946-2018)

kooiman

 

‘Is er nog tijd om mijn boek te voltooien?’

Afgelopen maandag stond bovenstaande tekst in de overlijdensadvertentie voor Dirk Ayelt Kooiman. Kooiman was toen al begraven… hij bleef schrijver tot aan de dood. Mooi vind ik dat.

Ik heb enkele Kooiman-herinneringen:

1) Kooiman stond bekend om  zijn ‘academische’,  ingewikkeld proza, en als iemand die daar deftig over kon spreken. Samen met Nicolaas Matsier, Doeschka Meijsing en Frans Kellendonk werd hij tot de Academisten gerekend.  Die term vond hij fout gekozen zei hij in een interview.

2) Kooimans bekendste, meest populaire (ook op scholen) boek is echter Montyn uit 1982. Montyn is het levensverhaal van de Oudewaterse schilder Jan Montyn die zich  in de oorlog zich bij de Duitse Marine aansloot en na de oorlog bij het vreemdelingenlegioen. Het boek is een lange monoloog, journalistiek opgetekend, niet-veroordelend. Het is een mooi verhaal, dat ik snel uitlas. Het is het tegengestelde van academisch.

3 In 1974 verscheen Kooimans waarschijnlijk onbekendste boek(je), maar wel zijn -mijns inziens- grappigste. Dit 29 pagina’s tellende pamflet heeft de curieuze titel De theorie van de opiniërende identificatie-reflex of: Kousbroek wast niet meer wit. Kooiman vaart hierin flink uit tegen Rudy Kousbroek:

‘Kousbroek (…) is al jaar en dag het lustobject bij uitstek voor de opinierende identificatie-reflexen van de moderne welvaartsintellectueel die in hem de eruditie proeft die hij zelf vanwege zijn povere opleiding (“specialisatie”) moet ontberen. Geen verbouwde boerderij, riante woonboot of als tweede woning ingerichte klokketoren waar men niet een of twee van zijn bundeltjes aan kan treffen.’

Kooiman bespreekt in De Theorie van aan de hand van de toenmalige discussie over ‘het natuurlijke gedrag van dieren’ het fenomeen identificatie-reflex: het verschijnsel dat ideeën en standpunten geïdentificeerd worden met de persoon of groep die ze uitdraagt. In 1995 sprak ik hem voor De Groene Amsterdammer kort telefonisch over dit boekje. Jaren later, toen ik een boek over vrijheid van meningsuiting publiceerde, kwam ik op een soortgelijke theorie over groepsdenken uit – maar de inhoud van het boek van Kooiman was ik totaal vergeten! Zo (slecht) werkt het menselijk geheugen, kennelijk.

laurierboom.jpg

4) In de roman De Grachtengordel (1992) van Geerten Meijsing staat een hilarische scène waarin Kooiman, met de fiets op een steile Amsterdamse brug, kopij voor ‘zijn’ literair tijdschrift Soma verliest. Papieren waaiden over de grachten…

5 Kooiman bezocht vaak schaakcafé De Laurierboom in Amsterdam (de Jordaan). Hij schaakte niet, maar hij voelde zich er thuis. Hij bevond zich zelfs niet dichtbij de deur, zoals Crétien Breukers hem uit de kroeg kende. Kooiman kwam regelmatig in de Laurierboom om een espresso te drinken – de laatste twee maanden echter niet meer.

Een paar jaar terug sprak ik hem daar. Ik vond hem een vriendelijke, observerende man. Ik vertelde hem over moeilijkheden om met schrijven echt je brood te verdienen – ik had inmiddels een baan. Dirk vertelde toen dat ‘het echte geld’ zat in het schrijven van filmscenario’s en subsidies. Zo schreef hij scenario’s voor onder meer Prettig Weekend, Meneer Meijer van Orlow Seunke en De Dream van Pieter Verhoeff.

Al tijdens dat gesprek kreeg ik het idee dat Dirk een zeer ‘handige jongen’ (de term is van Boudewijn van Houten) was. Dit ondanks dat hij in interviews zei zich verre van ‘(literaire) politiek’ te houden.

Maar Dirk moest ook leven – het was hem gegund. Ik hoop dat zijn boek voltooid is!

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s