De hypocrisie van Philip Huff die klaagt over (zijn)’male privilege’

huff

 

 

Minister Jan Pronk was een groot voorstander van positieve discriminatie van vrouwen. Maar zodra zijn eigen positie als minister van Ontwikkelingssamenwerking in gevaar kwam, lag dat toch anders. Mede-PVDA’er Eveline Herfkens probeerde tweemaal die ministerszetel te bemachtigen. Pronks ideeën over voorrang voor vrouwen golden toen even niet.

Jesse Klaver met zijn in woord vrouwvriendelijke ideeën liet ook geen vrouw voorgaan toen hij tot lijsttrekker van GroenLinks benoemd kon worden. Anderen mogen de emancipatie regelen…

Schrijver Philip Huff meldt in NRC (7 april j.l.) dat mannen -inclusief hijzelf -van hun male privilige af moeten zien.. Hij had in moeten grijpen op een literair festival bij vragen aan vrouwen, hij had dit en dat moeten doen.

Ik word moe van al dit soort hypocriete mannen.

Mijn vragen aan Huff zijn:

-Waarom ging hij op de uitnodiging te spreken op dat festival in – hij had toch een vrouw kunnen laten voorgaan?

-En waarom een opiniestuk door hem (een man) in plaats van dat een vrouw over deze zaken schrijft en hem daarbij interviewt – waarbij hij door het stof kruipt en ook nog echt kritische vragen krijgt?

Ik vrees het antwoord te kennen. Alle bovengenoemde mannen vinden: ‘Emancipatie, dat mogen andere mannen doen. Zelf ben ik dol op mijn positie. Emancipatie mag niet ten koste gaan van MIJN positie natuurlijk.’

DAT antwoord zullen we echter niet gauw horen. 

Wie zin heeft, mag in hun lieve woordjes trappen. Ik kijk naar hun daden.

 

AANVULLING d.d. 18-04-18

Een aantal mensen verzocht me om meer informatie over het zogeheten male privilige.  Of ze vonden dat ik met mijn blog me meer op de inhoud moest richten. Eens.

Maar die onderwerpen had ik al eens – en uiteraard niet uitputtend!- besproken. Het voordeel van langdurig bloggen dat je bepaalde zaken al eens gezegd hebt. Ik verwijs de lezer daarom naar een eerdere blog over verschillen tussen man en vrouw op de werkvloer, en eentje over de mythe van de mannelijke macht.

Kijkt u verder ook naar de reacties hieronder, in het bijzonder die van Ron Ritzen.

 

Advertenties

9 comments

  1. De hoogopgeleide witte man is het nieuwe voodoopopje en Philip Huff laat geen gelegenheid onbenut om daar spelden in te prikken. Nederland, zo weet hij, doet het beschamend slecht als het gaat om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de meeste mannen zijn daar blij over, want dankzij de onverdiende voorrangspositie vormen vrouwen geen gevaar. Witte mannen zijn niet alleen bang, maar maken ook vreemde denksprongen.

    Huff (wit, hoogopgeleid, man) zou volgens zijn eigen karakterisering vreemde denksprongen moeten maken en in zijn opiniestuk (NRC, 7 april) voegt hij inderdaad de daad bij het woord. Uit de recente Global Gender Gap (nov. 2017), zo merkt Huff op, blijkt dat Nederland op een schamele 32e plaats staat als het gaat om gelijkheid tussen man en vrouw. (Die rangorde wordt bepaald door gelijke toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, economische participatie en politieke macht.) Die positie wordt volgens hem bovendien vertekend omdat Nederland op de eerste plaats staat als het gaat om toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. Dat laatste is op z’n minst een vreemde denksprong: zijn gelijke toegang tot de gezondheidszorg en het onderwijs onbelangrijk? Los daarvan neemt Huff gewoon een loopje met de feiten: Nederland zou op de eerste plek staan als het om de gezondheidszorg gaat. Fout. Nederland staat op plek 108. Huff leest wat hij wil lezen en schrijft dat Nederland op de 108ste plek staat als het gaat om politieke macht. Weer fout. Nederland staat op plek 25.
    En dan de paradox die Huff wijselijk over het hoofd ziet: die “beschamende” 32e plek in 2017 is in feite beter dan de 12e plek in 2006. Het verschil zit in het feit dat andere landen het relatief beter deden. De ongelijkheid tussen man en vrouw in Nederland neemt af. Zelfs als het alleen om politieke macht zou gaan, klopt Huffs bewering nog steeds niet. Die macht van vrouwen is zelfs (een beetje) toegenomen.

    Op die Global Gender Gap is overigens wel wat meer aan te merken. Het Nederlandse onderwijs zou evenveel kansen bieden aan jongens en meisjes. Dat is onjuist. Jongens doen het al bijna twintig jaar slechter dan meisjes. Jongens en meisjes scoren op de basisschool ongeveer even goed, maar vanaf de middelbare school doen jongens het slechter. Na drie jaar middelbaar onderwijs volgen veel jongens een lager onderwijstype dan voorspeld en meisjes juist een hoger. Het aandeel jongens dat de middelbare school zonder diploma verlaat, is al jaren hoger dan het aandeel meisjes. Ook behoren jongens vaker dan meisjes tot de slechtst presterende groep.
    In het hoger onderwijs studeren er veel meer vrouwen dan mannen af. In 2015/2016 verlieten 11.790 vrouwen de universiteit met een masterbul tegenover 7810 mannen. In het hbo is het niet anders: het verschil is al jaren bijna 10.000 (in het voordeel van de vrouwelijke studenten). Vrouwen onder de 45 jaar zijn beter opgeleid dan mannen.
    Terwijl witte mannen volgens Huff ongegeneerd van hun onverdiende witte privileges zitten te genieten, is de tandarts, huisarts, de medisch specialist, de apotheker, de notaris, de journalist en de advocaat van morgen een vrouw. Van de tandartsen onder de 39 is 60% vrouw; van de eerstejaarsstudenten tandheelkunde was in 2016 80% vrouw; van de artsen in opleiding is 78% vrouw; 52% van de apothekers is vrouw; 76% procent van de apothekers in opleiding is vrouw; 60% van de medisch specialisten in opleiding is vrouw; 57% van de advocaten is man, maar 57% van de advocaat-stagiaires is vrouw. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan, want voor het notariële vak en de journalistiek geldt hetzelfde.
    De rechter van vandaag is al vrouw: 56% van de rechters vrouw en onder de 36 jaar is dat zelfs 75%. Voor de uitspraken maakt dat niets uit, behalve als het gaat om alimentatie. (Dat de feminisering van een beroep per definitie gepaard gaat met de devaluatie van het beroep, zoals wel vaker geroepen wordt, geldt zeker niet voor het rechtersambt. Dat beroep heeft op één na de hoogste maatschappelijke waardering.)
    En wat destilleert Huff uit deze berg feiten? Slechts één ding: het is een schande dat er zo weinig vrouwelijke hoogleraren zijn.

    Een dag na zijn opiniestuk in het NRC komt Huff in het Buitenhof op tv. Ook nu heeft hij een speld voor zijn voodoopopje klaar liggen: inkomensongelijkheid. De kloof tussen het salaris van mannen en vrouwen zou 15% zijn. Als je werkt in deeltijd, is je salaris ook minder, maar voor Huff is dat kennelijk niet zo vanzelfsprekend. Als je dit soort factoren (deeltijd, werken in de zorgsector, onderbreking vanwege kinderen, etc.) wel meeneemt, dan verdienen volgens het CBS vrouwen in 2014 bij de overheid 5 procent minder dan mannen en in het bedrijfsleven 7 procent. (Zes jaar eerder was dat nog 7 en 9 procent.) Wat de oorzaak van dat verschil is, weet het CBS niet. Maar gelukkig heeft Huff een magisch oog en hij voert dan ook zonder blikken of blozen de witte man als de ultieme verklaring op.
    Een feit waarover Huff ten onrechte wel zijn mond dichthoudt is dat jonge vrouwen inmiddels meer verdienen dan mannen, omdat ze hoger zijn opgeleid dan hun mannelijke leeftijdsgenoten. Nederland is bovendien het enige land in de Europese Unie waarin vrouwen net zoveel vrije tijd hebben als mannen.

    Nu ben ik de laatste om de witte hoogopgeleide troetelbeertjes van Huff af te pakken, want hij moet zijn speldjes ergens in kunnen prikken. Maar hij trekt wel een erg grote broek aan met een bijzonder dun riempje. Het zou geen kwaad kunnen als hij zijn eigen advies opvolgt: “het verdiepen in iets is de enige echte manier om een expert te worden”. Helaas is Huff zelf te druk bezig om aan de rest van het universum uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit.

  2. De verschrikkelijke witte man blijft de gemoederen in de media bezighouden. Hier de oogst van afgelopen weekend.

    Vrijdag (6 april). In Trouw krijgt de witte man ervan langs. Een net afgestudeerde filosofe weet te melden dat het “vooral hoogopgeleide witte mannen zijn, die beweren dat de problemen van laagopgeleide witte mannen niet erkend worden. En die doen alsof ze spreken voor de hele onderkant van de samenleving.” Het is juist “het dominante identiteitsverhaal (…) van de witte man dat collectieve actie frustreert. Er is een mythische norm en alles wat daarvan afwijkt, moet zich aanpassen.”
    De bespreking van advocatenserie Zuidas in Trouw is in dit verband ook heel illustratief. Goed in de serie zijn: Sabia (cum laude, publiceert, hardwerkend); Lavinia (moet als vrouw overcompenseren, ook al omdat ze een baby heeft); partner Christine (die het echt maakt, maar daarvoor de hoofdprijs betaalt: ze heeft geen contact meer met haar dochter). Fout: Quinton (het zelfvoldane zoontje van de baas, drukt zijn snor, maar strijkt vervolgens wel met de eer); Edwin (de gladde, flierefluitende en flirtende mentor van Sabia). Heel kort samengevat: vrouw/goed versus witte man/slecht.
    Het laatste stukje uit de recensie is heel poëtisch: “Ik ben vooral benieuwd welke afslag dit scenario gaat nemen. Overleeft ook aan deze Zuidas alleen de witte man? Of krijgt hier het gedachte-experiment vorm hoe iemand mét inhoud en hart het er toch kan redden? Dan kan de werkelijkheid het leren van de kunst.” De werkelijkheid? ‘De witte man’ en ‘iemand mét inhoud & hart’ elkaars tegenpolen zijn.
    Dertje Meijer, directeur van bioscoopketen Pathé, werd vorige week om onduidelijke redenen aan de kant geschoven en opgevolgd. “Uiteraard een man”, is het smalende commentaar in de Volkskrant. Waarom dat “uiteraard een man” is, blijft onduidelijk. Meijer zelf zegt helemaal niets over haar vertrek, maar – toegegeven – het bekt zo lekker.

    Zaterdag (7 april). In Volkskrant Magazine staat een verslag van de vrijdagmiddagborrel in het Amsterdamse café De Blauwe Engel. In dat café hengelen provinciemeisjes naar Zuidastypes. De oogst: een beschrijving van zes mannen (variërend van erg tot heel erg) en een vrouw (die vriendelijk is). En dan is er ook nog de litanie van Huff, die mannen oproept hun privileges op te geven of te delen. (Dat wil zeggen, alle mannen exclusief Huff, want een opiniestukje in het NRC en een optreden in het Buitenhof over thema’s die aan het feminisme verwant zijn, laat hij zelf uiteraard niet schieten, zoals hierboven al werd opgemerkt.)

    Zondag (8 april). In Buitenhof TV scoort Jens van Tricht met de mededeling dat mannen gewoon moeten ophouden met het slaan van vrouwen. Een wijs woord. Zou hij weten dat 40% van het huiselijk geweld voor rekening komt van vrouwen en dat hierbij wellicht sprake is van onderrapportage?
    In de advocatenserie Zuidas trekt een legertje vreselijke witte mannen voorbij: via het old boys-netwerk wordt een grote klant binnengehaald, uiteraard niet door de mannelijke partner (een witte dinosaurus), maar uiteindelijk door een hardwerkende vrouw, die op het laatste moment met slechts een brochure het echte werk moet doen. De concurrent, een mannetjesputter, delft uiteraard het onderspit.

    Kortom, niet veel nieuws onder de zon.

  3. Ron,

    allereerst, stom van mij dat ik de cijfers van politiek en gezondheidszorg verkeerd heb overgenomen in mijn stuk.
    Dank dat je dat uitzocht.
    Ik weet alleen niet of dat verder voor de strekking van mijn stuk veel gevolgen heeft?

    Dat vrouwen het in veel sectoren beter doen dan mannen, wil niet zeggen dat mannen niet nog altijd veel meer privileges hebben dan vrouwen – en daar ging mijn stuk in de krant en de discussie aan tafel bij Buitenhof over.
    Een greep: mannen voelen zich veiliger op de werkvloer, en het is vanzelfsprekender “hun” ruimte (ik heb het dan over seksuele intimidatie en, ik noem maar wat, de afwezigheid van een kolfruimte); mannen hebben minder onbetaalde zorgplichten (in de carrière van vrouwen zie je twee knikken: rondom het krijgen van een kind, en later nog een, als vrouwen voor hun ouders gaan zorgen – ‘het goede dochtercomplex’); mannen worden vaak als ‘expert’ gezien terwijl van vrouwen minder wordt geaccepteerd dat ze hun mening geven (op het werk en op het toneel). Vrouwen krijgen minder betaald voor gelijke arbeid. En mansplainen heet niet voor niets mansplainen.
    Daar ging mijn stuk over. Dat dat zorgt voor een oneerlijk speelveld.

    Jij zoomt in op mijn lezing van het Global Gender Gap Report en zegt: Huff neemt een loopje met de feiten. Ik vergiste me in enkele cijfers. Dat is heel wat anders.
    De achterliggende gedachte bij mijn uitspraak over onderwijs en gezondheidszorg is dat gelijke toegang tot gezondheidszorg en het onderwijs voor mij in 2018 geheel vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Dus om jezelf daar nou voor op de borst te kloppen?
    Kom op, zeg. Het zou toch belachelijk zijn als mannen betere toegang hadden tot onderwijs en gezondheidszorg.
    Net zoals de uitspraak Nederland het “goed” doet, maar andere landen het relatief beter doen, niet iets is om trots op te zijn. Want dan doe je het toch gewoon minder goed, dan de rest? Zelfs als de ongelijkheid afneemt?
    Neem de loonkloof: dat duurt zoals het gaat nog 61 jaar, meen ik.
    Dan zou jij zeggen: dus het gaat de goede kant op?
    Elk jaar een beetje minder. Huffs gezeur klopt niet. Ik volg dat niet.
    Sterker nog: ik vind dat beschamend lang. En de plekken op de ranglijst voor Economic Participation and Opportunity en Political Empowerment beschamend laag.
    Ik zou ook graag willen weten waar jij je uitspraak over de toegenomen macht van vrouwen volgens het GGGR vandaan haalt.
    Nederland in 2016 vrouwen in parlement / vrouwen als ministers / jaren met vrouwelijke minister president:
    20 / 7 / 68.
    En in 2017: 26 / 15 / 69.
    Daarnaast is het aandeel vrouwen in wetgevende en leidinggevende beroepen afgenomen, van 26 procent in 2016 naar 25,4 procent.

    Vervolgens kom je met een heel verhaal over jongens en meisjes en percentages op de arbeidsmarkt. Met privileges heeft dat allemaal weinig te maken, volgens mij. Meisjes doen het beter op school en aan de universiteit, ondanks het gelijke speelveld. Dat zal met inzet te maken hebben?
    Dus leveren ze meer apothekers en artsen en notarissen en rechters aan omdat hun cv’s beter zijn: prima, toch?
    Mannen, doe maar meer je best zou ik zeggen.
    En als jij zegt: nee, de jongens krijgen niet onderwijs dat is aangepast op hun “karakter” of “gedrag”, maar op dat van vrouwen, dan zeg ik: dat weet ik niet? Ik zou daar graag meer over willen lezen. Maar: volgens mij krijgen jongens en meisjes nu gelijke kansen (zie GEP) in het onderwijs. Jongens doen het gewoon minder goed. Dat is wat anders dan zeggen (zoals jij doet) de jongens krijgen minder kansen.
    Nee, dat is wat vrouwen krijgen: minder kansen.
    Na die beter afgelegde opleidingen bijvoorbeeld nog op een betere beloning en promotie. Ook als rekening wordt gehouden met verschillen in duur van arbeid(scontract), de werkgever en het de werknemer, maken vrouwen een kleinere kans op promotie dan mannen. Parttime werken verklaart dus niks.

    Nog even wat feitjes die jij zijdelings aanstipt:
    * Bij een scheiding verliest een vrouw gemiddeld 25 procent koopkracht, bij mannen is dat 0,2 procent.
    * Uit de eind vorig jaar verschenen emancipatiemonitor van het CBS en SCP blijkt dat vrouwen in Nederland nog altijd minder verdienen dan mannen. In het bedrijfsleven verdienen vrouwen bijna 20 procent minder, bij de overheid is het uurloon bijna tien procent lager. Ik heb jouw percentages van 5 en 7 procent ook gezien, maar dat wil niet zeggen dat vijftien procent nergens op slaat. En dat we niet weten dat hoe dat komt.
    * Lees eens: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/01/12/vrouwen-vragen-wel-om-salarisverhoging-maar-krijgen-die-gewoon-niet-a1588213

    Je toontje, overigens, is precies het toontje van de witte man met een te strakke broek en een vernauwd blikveld. Neem deze zin: “Een feit waarover Huff ten onrechte wel zijn mond dichthoudt is dat jonge vrouwen inmiddels meer verdienen dan mannen, omdat ze hoger zijn opgeleid dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.” Kun jij er chocola van maken? Ik niet.

    Hartelijke groet,

    Philip

  4. Philip,

    “Dat vrouwen het in veel sectoren beter doen dan mannen, wil niet zeggen dat mannen niet nog altijd veel meer privileges hebben dan vrouwen – en daar ging mijn stuk in de krant en de discussie aan tafel bij Buitenhof over”, schrijf je. Inderdaad, maar daar ging mijn kritiek niet over. Die ging over je eenzijdig gekozen voorbeelden en je gebrekkige onderbouwing.
    Je lezing van mijn opmerkingen is helaas erg onzorgvuldig. Ik zal eerst beginnen met een overzicht van jouw stromannetjes:

    1. “De achterliggende gedachte bij mijn uitspraak over onderwijs en gezondheidszorg is dat gelijke toegang tot gezondheidszorg en het onderwijs voor mij in 2018 geheel vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Dus om jezelf daar nou voor op de borst te kloppen?” Ik wijs enkel op het feit dat je de cijfers verkeerd heb weergegeven. Dat is iets heel anders dan ‘jezelf op de borst kloppen dat Nederland het zo goed doet’.

    2. “Net zoals de uitspraak dat Nederland het “goed” doet, maar andere landen het relatief beter doen, is niet iets om trots op te zijn.” Nederland zou het ‘goed’ doen? Ik gebruik de term ‘goed’ nergens en de uitspraak staat niet in mijn stuk. Dit alles komt ook nu weer volledig voor rekening van jouw fantasie.

    3. “Neem de loonkloof: dat duurt zoals het gaat nog 61 jaar, meen ik.
    Dan zou jij zeggen: dus het gaat de goede kant op? Elk jaar een beetje minder. Huffs gezeur klopt niet.” Nu ga je helemaal los: ik hoef zelf niets meer te zeggen, want jij laat me eenvoudig allerlei dingen zeggen. (En daar reageer je dan weer op.)

    4. Het vorig punt (standpunt verzinnen en vervolgens daarop dan weer reageren) is helaas geen incident. Een paar regels later lees ik namelijk: ‘En als jij zegt: nee, de jongens krijgen niet onderwijs dat is aangepast op hun “karakter” of “gedrag”, maar op dat van vrouwen, dan zeg ik: dat weet ik niet?’ Daar gaan we weer. Dat zeg ik nergens en er staat ook niets in mijn reactie dat ook maar enigszins in die richting wijst. (Een paar regels later weet je ineens wel waarom meisjes het beter doen op school: mannen moeten meer hun best doen. Ik volg die sessie lange tijd en ik moet toegeven dat je wijsheid getuigt van enige originaliteit. Geen enkele wetenschapper die op dit terrein serieus onderzoek heeft gedaan, komt namelijk met dit punt op de proppen. Je bevindt je overigens wel in goed gezelschap van Telegraaf-journaliste Marjolein Hurkmans. Die verkondigt namelijk hetzelfde.)

    5. Je schrijft: “Ik heb jouw percentages van 5 en 7 procent ook gezien, maar dat wil niet zeggen dat vijftien procent nergens op slaat. En dat we niet weten hoe dat komt.” Ik zeg nergens dat de 15% nergens op slaat, in tegendeel zelfs. Evenmin zeg ik dat WE niet weten hoe dat komt. Het CBS heeft daar geen verklaring voor. Kortom, alweer een stroman.

    Sportief dat je reageert, maar het is wel net zo prettig als je reageert op wat ik echt schrijf en niet op verzinsels.

    Je zou ook graag willen weten waar ik de uitspraak over de toegenomen macht van vrouwen volgens het GGGR vandaan haal. Een vreemde vraag, want dat staat in het rapport http://www3.weforum.org/docs/WEF_GGGR_2017.pdf, waar jij de (verkeerde) cijfers uit plukte. Op pag. 254 lezen we dat Nederland in 2006 een 0.319 scoorde op het item political empowerment; in 2017 was dat 0.323. Een hogere score duidt op meer gelijkheid. (Ik verbind daar overigens geen waardering aan.)

    Je verwijt me dat ik met een heel verhaal over jongens en meisjes en percentages op de arbeidsmarkt kom. “Met privileges heeft dat allemaal weinig te maken”, schrijf je. Maar jij haalde in de uitzending in Buitenhof percentages op de arbeidsmarkt aan én jij bracht dat in verband met witte privileges. Jij verwees namelijk naar het bijzonder lage percentage vrouwelijke hoogleraren. In die sector willen mannen hun privileges niet opgeven (zeg jij). Tegenover dat percentage zette ik een hele berg percentages die ook iets anders laat zien, maar nu zijn percentages ineens irrelevant in het kader van witte privileges. Dit is een staaltje van cherry picking. (Los daarvan is jouw opvatting over wat wel en wat niet onder privileges valt, niet heilig.)
    Volgens jou krijgen “jongens en meisjes nu gelijke kansen (zie GEP) in het onderwijs”. Ik heb geen idee wat je met GEP bedoelt, maar als je het GGGR bedoelt, dan is dit in elk geval een onjuiste weergave van de betekenis van cijfers die in dat rapport staan. In het GGGR wordt alleen naar het verschil in ‘access to education’ en ‘literacy rate’ gekeken. Gelijke kansen omvat meer dan toegang en geletterdheid. (Ter vergelijking. Rwanda staat on de GGGR op 1 als het gaat om gezondheidszorg, maar dat betekent niet dat de Rwandese gezondheidszorg het lichtende voorbeeld is voor de rest van de wereld. Het betekent alleen maar dat de toegang tot die zorg voor mannen en vrouwen gelijk is. Die zorg zelf kan overigens bagger zijn.)

    Na deze reeks stromannen, verkeerde weergave van cijfers en cherry picking eindig je met de zoveelste drogreden: ik heb “het typische toontje van een witte man met een vernauwd blikveld”. Mijn hemel Philip, kun je nu echt niets anders bedenken dan deze uitgekauwde hap? In de V.S. en het V.K. werden deze cliché-zinnetjes steevast ingezet om Het Grote Gelijk op voorhand binnen te harken, maar zelfs daar begint de ‘Tone’-reactie toch wat sleets te raken. De nieuwe slogan is ‘Why I don’t talk to white people anymore?’ Misschien kun je daar wat mee, want luisteren doe je sowieso al niet. 😉

    Hartelijke groet, Ron

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s