De school, de religie en de pijn

“In onze samenleving krijgen steeds meer mensen met een verschillende achtergrond met elkaar te maken. Als leerkrachten (in opleiding) zich realiseren dat iedereen er andere visies, interpretaties, gewoontes, normen en waarden op nahoudt, kunnen zij beter communiceren met hun leerlingen.”

 

Zo luidt het doel van het boek Geestelijke stromingen geven door docent levensbeschouwing Jos van Remundt (Van Gorcum, 2015). Dit boek, een docentenhandleiding voor de basisschool straalt dit ook uit: sympathie hebben voor de andere groep. Dat is iets moois. Ook in het andere boek van Van Remundt In goede handen staat bol van de mooie doelen. Kinderen hun weg laten vinden in de pluriforme samenleving bijvoorbeeld.

Daartegenover staat het onderzoek 2 werelden, 2 werkelijkheden van journaliste Margalith Kleijwegt. Kleijwegt bezocht middelbare scholen na de aanslagen in Parijs (2015). In veel klassen ontstaan meerdere kampen. Autochtonen die vol verbazing luisteren naar compottheorieën over joden die achter aanslagen zitten of aanslagen die nooit zouden hebben plaatsgevonden. Aan de andere kant allochtonen die ‘radicaliseren’.

(Maak ik nu een verkeerde vergelijking? Nee. Als er op de middelbare school zoveel polarisatie is, dan is op de basisschoolleeftijd daarvoor de kiem al gelegd. Bovendien lijken me beide boeken van Van Remundt ook voor middelbare schooldocenten geschreven. In elk geval spelen op de middelbare EN lagere scholen religieuze kwesties)

Kleijwegt schrijft: “Er was sprake van wij/zij­denken. De winst met tien jaar geleden, na de moord op Theo van Gogh, toen leerlingen zeiden dat Van Gogh de moord over zichzelf had afgeroepen, was dat er nu wél werd gesproken, dat gebeurde toen niet of nauwelijks. Maar is het erover hebben genoeg? Is er méér nodig? Zijn docenten voldoende toegerust om gevoelige kwesties te bespreken?”

We zien hier twee zaken:

  • Vreselijke hoeveelheid extra energie die immigratie en integratie ons kosten;
  • de enorme acceptatie van wat allochtonen zeggen, en blij zijn met verzonnen vooruitgang.

Een mbo-docente in dit verband is geschokt over de groeiende aversie tegen buitenlanders: ‘Studenten zijn ervan overtuigd dat vluchtelingen sneller een huis wordt toegewezen. Maar dat niet alleen, ze krijgen volgens hen ook gratis een elektrische fiets. Zomaar! Zo’n gerucht nemen ze voor waar aan en iedereen praat elkaar na. Goed filteren van informatie is lastig.’

Feitelijk krijgen asielzoekers ook voorrang op de woningmarkt. En inderdaad kregen bepaalde asielzoekers (beschikking over) een elektrische fiets, die ze niet zelf kochten. De docente weet dus zelf ook niet wat waar is en wat gerucht.

Over een openbare school die moslimleerlingen geen stilteruimte biedt (opvallend, het zal nooit gaan over christenen of hindoes die zo’n ruimte willen:


Nederlanders snappen het niet’, is de hartenkreet van een docente die zelf islamitisch is en die haar collega’s in feite een gebrek aan inlevingsvermogen verwijt. ‘Ze voelen niet aan wat er in de harten van deze studenten leeft. Of hoe de thuissituatie is. Dat deze leerlingen bijvoorbeeld ’s avonds geen examen willen doen omdat hun vaders dat niet goed vinden. Of dat ze willen bidden omdat hun dat houvast geeft. Die andere levens begrijpen ze niet.


Maar wat begrijpen deze moslims van de Nederlandse maatschappij? Kleijwegts rapport gaat er niet verder op in. En wat nu zet Van Remundt hiertegenover? Hij geeft voorlichting over diverse geloven. Zoals het scheppingsverhaal in diverse geloven. Dat de leerlingen het scheppingsverhaal in diverse geloven moeten kennen en er een strip over moeten maken.

Met geen woord spreken de auteurs op dat moment over waarheid, over zaken als de evolutie. En dat valt me in deze boeken overal op. Respect wordt verward met kritiekloosheid. Hun boeken zijn perfect als je wilt opzoeken welke mooie cultuurgewoontes godsdiensten hebben, wanneer en waarom ramadan of kerst worden gevierd, hoe Mohammed precies was en welk visioen hij had. Het uitgangspunt is respect voor elkaars cultuur. Door communicatie met de ander en die te leren kennen, hebben we begrip voor elkaar. ‘Werken we aan humanere wereld’, aldus de auteur. En in het laatste hoofdstuk van Geestelijke stromingen geven gaat hij in op problematiek, zoals religie die sociale druk uitoefent. Dat is goed, maar het is erg summier.

Want waar is bijvoorbeeld de weerbaarheid tegen drogredeneringen, zoals het frame “dit zijn geen echte moslims”, dat we zo vaak horen na aanslagen.

Of een pleidooi voor eigen keuze van het kind, in plaats van dat hem geloof wordt opgedrongen?

Het soort onderwijs uit de boeken over levensbeschouwing voldoet niet bij problemen. Want wat als leerlingen echt zeggen: “Mohammed is onze profeet, daar spot je niet mee?

Die wonen wel in onze samenleving; gaan die daar ooit in functioneren? Kunnen wij ze zelfstandig leren nadenken? Ze hebben daar niet altijd zin in en zijn er vaak ook niet toe in staat, erkennen ook bepaalde sprekers in het rapport. Wat we mijns inziens vooral merken, is de botsing tussen de masculiene cultuur van de straat en de feminiene cultuur van de school. De schoolboeken over ‘levensbeschouwing’ die ik zag, waren wel erg feminien, altijd op begrip gestoeld. Als opzoekboek – wat is het de beste kant van elk geloof, hoe presenteert elk geloof zich het liefst -zijn ze echter volmaakt, en dat zeg ik zonder ironie.  Ze voldoen in het huidige tijdsgewricht vol spanning en polarisatie niet.

Ik ben benieuwd hoe dat bij boeken over maatschappijleer is. Ik vrees net zo: sympathiek, vol goede bedoelingen. “We komen er samen wel uit!” Maar dat samen-eruit-komen werkt alleen als standpunten niet totaal tegenover elkaar staan. En het onderwijs zelf? Gezien de vele taken op niet-onderwijsgebied die de scholen er steeds bij krijgen, lijkt het me steeds meer een soort babysitten te worden.

Nu ja, de ouders, docenten, politiek en onderwijskundigen vinden het klaarblijkelijk ok.

 

Geestelijke stromingen geven- jezelf zien staan, elkaar zien staanJos van RemundtMarleen Boon-Jansen. paperback, 240p.

Van Gorcum, 2015 | € 39,95.

In goede handen: handboek voor levensbeschouwelijke communicatie en identiteitJos van Remundt. Hardcover, 176 p. Van Gorcum, 2014. € 24,95

.

In goede handen
Advertenties

3 gedachten over “De school, de religie en de pijn

  1. Steev

    ‘We komen er samen wel uit’. Dat is een onhaalbaar streven als je tegenover een cultuur staat waarin overheersen een nobel streven is. En laat de islam nou zo’n cultuur zijn. De Nietzschiaanse slavenmoraal die het westen tekent, moet het uiteindelijk afleggen tegen de heersersmoraal zoals de islam die uitdraagt.

  2. wim van rooy

    Binnen de islam, van welke strekking ook, is er geen libido sciendi. Dus leren zit er niet bij (alles staat vast en alleen van buiten leren is soms mogelijk), en dat merkt elke school (als ze eerlijk is..). Twee, het is andersom: hoe beter men de andere cultuur leert kennen, in casu de islamitische, hoe erger het wordt, hoe afkeriger men ervan wordt. De meeste brave leerkrachten weten immers niks af van dat soldatenhandboek en dus kunnen ze beaat blijven zeveren over de religie van de vrede. Wie de islam bestudeert (niet zoals die verwarde non Karen Armstrong), kan niet anders dan ertoe komen dit systeem abject te vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s