Sprookje 6: Iedereen MOET aan de slag

Wie zijn arbeid ruilt voor geld, verkoopt zichzelf en plaatst zich in de rang der slaven’, zo stelde de Romeinse redenaar Marcus Tullius Cicero (106 43 voor C.). En de Griekse filosoof Aristoteles (384 – 322 v. C.) vond arbeid iets voor de lagere klasse. Wie werkte, gold als een tweederangsburger.

Nu is er een andere dominante visie: wie geen betaald werk heeft, draagt officieel niet bij aan de economie. Veel mensen zonder werk voelen zich klaplopers, en velen met werk voelen zich stiekem, dan wel openlijk beter dan mensen zonder werk. Zo hoorde ik een linkse vrouw over een Occupy-bezetting in 2011 zeggen: ‘Moeten die lui niet werken?’ Deze mensen oordelen zo tot het moment dat ze zelf werkloos raken, valt me steeds weer op. Consequent zou zijn dat ze dan de schuld aan hun eigen luiheid of onvermogen geven, maar dan zijn ZIJ ineens dé uitzondering.

(…)

 

John Maynard Keynes voorspelde in 1930 dat er ‘technologische werkloosheid’ zou ontstaan. In het artikel Economic Possibilities for our Grandchildren stelde de befaamde econoom dat ‘in de toekomst’ vijftien uur per week werken voldoende zouden zijn om in al onze behoeften te voorzien. Arbeid zou moeten worden herverdeeld… of er zouden veel werklozen zijn. Het voordeel: eindelijk zou de mens vrije tijd hebben! Keynes zag ook nadelen: wat als steeds meer mensen geen functie meer zouden hebben in het creatieproces?

Futurologen uit de jaren vijftig en zestig traden in zijn voetsporen. Onder andere Jean Fourastié, Fred Polak en Joffre Dumazedier speculeerden over de vrijetijdssamenleving. Polak stelde dat ‘in de toekomst’ de werkweek 20 uur zou tellen – de enige manier volgens hem om structurele werkloosheid te voorkomen. Hij schreef:

‘Het kan echter uiteindelijk ook betekenen dat te zijner tijd een niet onaanzienlijk aantal mensen vrijwel geheel en doorgaans blijvend uit het overwegend door machines verricht productieproces zal worden uitgeschakeld.’

Een treffende beschrijving van het huidige Nederland, een land waarin velen parttime werken en waar massawerkloosheid heerst: een actieve beroepsbevolking van 7 à 8 miljoen op een totale beroepsbevolking van ruim 11 miljoen.

Het idee van een vrijetijdssamenleving was vanaf eind jaren vijftig mede uitgangspunt voor overheidsbeleid. In 1965 werd een ministerie opgericht waarin recreatie expliciet genoemd werd: Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. In die jaren werd gestreefd naar een kortere werkweek en verdere verbetering van de werkomstandigheden. Kunstenaar Constant Nieuwenhuys kreeg veel aandacht met zijn ideeën over een utopische stad, Nieuw Babylon. In deze stad hoefde de mens nauwelijks meer lichamelijke arbeid te verrichten. Hij kon er vooral spelen en creatief bezig zijn. De homo ludens (spelende mens) van Johan Huizinga kon worden gerealiseerd!

In Nederland was dat ideaal tot in de jaren tachtig in trek. In 1983 bereikte de werkloosheid een recordhoogte: 639.000 (het aantal werkloosheidsuitkeringen), ruim 10% van de beroepsbevolking.

Kijk hé, je hoort vaak zeggen waar moet dat heen

Straks doen computers al het werk alleen

Maar mensen, het gaat toch prima zo

Gratis vrije tijd cadeau en dat is voor Koos

Geen probleem

(Uit: Koos werkloos (1983) – Het Klein Orkest)

Advertenties

Een gedachte over “Sprookje 6: Iedereen MOET aan de slag

  1. Pingback: COLUMN: Wegwezen of blijven - RIO | Rotterdam Inside Out

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s