Sprookje 4: iedereen moet aan de slag

De laatste decennia horen we voortdurend dat iedereen moet werken, het liefst zoveel mogelijk. Werkloosheid, zeker langdurige, geldt als iets verschrikkelijks. Verteld wordt bovendien dat werkloosheid maatschappelijke verkwisting is. Dat werklozen niet bijdragen aan de economie en daardoor problemen ondervinden dan wel veroorzaken. Politici van links tot rechts zien een stijging van de werkloosheid als een maatschappelijke én economische ramp.

200336130-001

Maar is werkloosheid sociaal-economisch gezien wel zo erg?
Een onverdachte bron, businesstijdschrift Quote, stelde (in 1994, maar het is nog steeds een actueel citaat):

‘De zorg over het aantal inactieven behoeft enige nuancering. Economisch gezien gaat het immers niet om het aantal mensen dat in de weer is, maar om de uiteindelijke output. De primitieve vissersgemeenschap die op een goede dag het visnet uitvindt, houdt veel meer tijd voor leuke dingen over. Het aantal inactieven stijgt weliswaar dramatisch, maar zolang de vis op tafel komt is dat geen probleem.’

De laatste eeuwen heeft de mens steeds ernaar gestreefd arbeid en arbeiders overbodig te maken. We produceren meer voedsel met véél minder mensen. We zijn ruimschoots geslaagd in onze doelstelling en toch zijn we ontevreden over het resultaat. Die onvrede geeft al aan dat werk meer betekenis heeft dan alleen een inkomen verdienen: werk zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen meetellen in de maatschappij.
Door de huidige, langdurige neergang van de economie zullen meer mensen dan ooit rekening moeten houden met een periode van werkloosheid. Ook als we een (vaste) baan hebben, moeten we steeds meer concurreren met andere werknemers. Werk krijgt een steeds belangrijker plek in de maatschappij, terwijl er minder van is.

De maatschappij dankt mensen graag af
Even wat cijfers: Nederland telt anno 2015 ruim 11 miljoen mensen in de leeftijd van 15 tot en met 67 jaar. Zij worden gezien als de potentiële beroepsbevolking.
3,2 miljoen van hen doen geen betaald werk, daarvan krijgen ongeveer 700.000 mensen een werkloosheidsuitkering. Weer 800.000 krijgen een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De rest van die 3,2 miljoen is student, huisvrouw of huisman, of prepensioen-er.
Deze mensen lijken overbodig te zijn… maar ze hebben een belangrijke functie:
ze zijn pispaaltje en bovenal drukken ze de lonen van de werkenden. Marx noemde werklozen ‘de reservelegers’, die het kapitalisme keihard nodig had.
Een voorbeeld van eind de 19e eeuw, de tijd van Marx:

(meer, uiteraard in het boek)

Advertenties

2 gedachten over “Sprookje 4: iedereen moet aan de slag

  1. Victor Onrust (@VictorOnrust)

    > @davidgraeber says : … technology has been marshaled, if anything, to figure out ways to make us all work more. In order to achieve this, jobs have had to be created that are, effectively, pointless. Huge swathes of people, in Europe and North America in particular, spend their entire working lives performing tasks they secretly believe do not really need to be performed. The moral and spiritual damage that comes from this situation is profound. It is a scar across our collective soul. Yet virtually no one talks about it.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s