Het einde van de gelijkheid

door Boudewijn van Houten

 

De mensen zijn niet gelijk, waren het niet en worden het ook nooit. Zolang we problemen proberen op te lossen door de mensen als gelijken te behandelen, voegen we slechts problemen toe. Een pleidooi voor een standenmaatschappij.

Het is een abstract streven, dit streven naar gelijkheid. ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ – het eerste is al geen goed idee, het tweede dus ook niet en het derde lijkt me al evenmin dringend nodig. Mishandel je medemens niet, buit hem niet uit, bejegen hem met wellevendheid, maar meer hoeft het nu ook niet te zijn. De Volendamse slagersknecht die in Amsterdam komt zuipen, schreeuwen en kotsen, is die mijn broeder? Liever niet, net zo min als de Roemeense crimineel die mijn huis binnendringt. Ik wil ze er beslist niet bij hebben volgende Kerstmis. En dat hoeft niet automatisch te betekenen dat ik ze voor het leven naar de galeien zou willen sturen. Ik stel wel voor ze kort te houden. Maar we gaan het nu niet over de broederschap hebben, de gelijkheid is al een flinke kluif.

Nu ja, het is een flinke kluif geworden. Tot dwepende, ruziezoekende, afgunstige intellectuelen zich met de staatszaken gingen bemoeien, bestond er geen enkele twijfel aan de ongelijkheid van de mensen. Kijk, toen viel er nog wat te regelen. Wie een leeg hoofd had, werd niet om zijn gedachten gevraagd. En wie te lui was om zijn kont te krabben, moest daar de gevolgen maar van ondervinden: armoede, honger en mogelijk zelfs minachting. Ja, dat laatste is ook niet zo erg, hoor. Hoe kan de lof voor prestaties iets betekenen, wanneer er geen minachting bestaat voor gemakzucht?

Binnenkort is de vrijetijdsbesteding de grootste economische sector. Dat maakt de wereld tot iets verschrikkelijks. Tenslotte weten de meeste mensen niet wat ze met hun vrije tijd moeten doen. Je zet ze net zo goed – nee, beter – gewoon aan het werk. Is daarmee de creativiteit in gevaar, de poëzie, de geest? Allerminst. Laat gerust een uiterst kleine minderheid zich overgeven aan ledigheid. Het is de enorme vergissing van de laatste vijftig jaar geweest dat hetgeen voor enkelen interessant is, voor allen interessant zou zijn. Dat iedereen moet gaan leven als de kunstenaar of de filosoof. Er zijn veel meer loodgieters dan poëten en dat is helemaal in orde. Laten die loodgieters echter niet de helft van de tijd niets te doen hebben. Dat geeft maar gelazer. Is het nu echt nodig dat ze naar een voetbalwedstrijd in Buenos Aires kunnen vliegen? Ik geloof hun levensgeluk niet in direct gevaar te brengen als ze op zondag alleen maar naar de thuiswedstrijd van hun ploeg in hun gehucht zouden kunnen gaan kijken en bij hoge uitzondering eens naar de uitwedstrijd in het gehucht ernaast. Uiteindelijk is daar hetzelfde bier als ze in Buenos Aires zoeken, en dezelfde mogelijkheid om te brallen. Gelooft u dat ze het museum voor schone kunsten in Buenos Aires hadden willen bezoeken? Ik geloof eigenlijk van niet.

Iedereen die de problemen in de wereld wil aanpakken en daarbij uitgaat van de gelijkheid van alle schepselen op aarde, kan moeilijk op enig succes rekenen. Dat heeft hij dan ook niet. Waarschijnlijk zou het in het belang van alle partijen zijn als er weer onderscheid werd gemaakt tussen ontwikkelde en primitieve landen, kortom, tussen een zekere beschaving en een zekere achterlijkheid. Je zou die primitieve landen aan hun lot kunnen overlaten. Maar het zou humaner zijn de wereld opnieuw te koloniseren. Dan kun je weer Law & Order instellen en dan kun je weer werk, gezondheidszorg en onderwijs aan de mensen daar geven. In hun huidige stammenoorlogen krijgen ze daar weinig van. De mannen zullen aanvankelijk wel vervelend vinden dat u hun spelletjes komt verstoren, maar de kinderen, de vrouwen en de oudjes zullen u dankbaar zijn. Of tellen die helemaal niet voor u?

Die primitieve volkeren allemaal naar ons laten komen, moet ook maar eens afgelopen zijn. Ja hoor, daar staat het. Tenslotte is die ‘gastvrijheid’ ook niet meer dan een schijnhulp, waar slechts een fractie van profiteert en waar wij onze hele maatschappij mee ontwrichten. Gewoon terugsturen? Dat is een beetje hard. Je moet dit economisch aanpakken. Maak het voor die mensen financieel aantrekkelijk naar medina en ağa terug te keren. Dan gaan ze op een holletje, want echt verknocht aan ons zijn ze doorgaans niet. En als u ze wilt blijven helpen, waar niets tegen is, geef ze dan werk in hun eigen land. Ik bedoel: verplaats uw bedrijven daarheen en zet de fabriekspoort maar open. Uiteraard gaan ze daar minder verdienen dan bij ons. Ook niet zo’n ramp. En als ze in Europa waren gebleven, zouden ze trouwens al evenzeer met minder loon genoegen hebben moeten nemen, want daar moet natuurlijk ook het mes in de inkomensverdeling.

Het bovenstaande sluit allerminst uit dat de intelligente Japanner, de artistieke Braziliaan of de koddige Eskimo ons met een bezoek vereert. Dat heeft altijd gekund en waarom zou je dat veranderen? Dat zou nu inderdaad een verarming betekenen. Maar ze hoeven toch hun hele dorp niet mee te brengen? Daar zijn onze hotelkamers trouwens ook niet op berekend. Dat er miljoenen mensen creperen van honger, dorst en armoede, staat als een paal boven water, maar wat daar nu aan gedaan wordt, is een druppel op een gloeiende plaat. De kolonisatie was dat niet. Dus als u nu echt een zuiver geweten wilt hebben en echt wat meer wilt bereiken dan dat u hier in uw comfortabele Europa bij uw vrienden en kennissen voor een edel mens doorgaat, durf eens van de idealen van uw o zo progressieve krant af te stappen en denk eens verder dan uw vooruitstrevende neus lang is. Maakt Amerika er een zootje van in Irak? Ja, maar dat komt misschien vooral omdat het er van u alleen maar een zootje van mag maken en niet de naar een burgeroorlog smachtende partijen gewoonweg de gelegenheid ontneemt zo iets op gang te brengen. Bijvoorbeeld door werkelijke overheersing en neokolonisatie. Onze politici zijn evenwel meer bevreesd voor een politiek incorrect woord dan voor een slachtpartij.

Net als in het geval van de remigratie van onze buitenlandse werkkrachten, is ook bij de herschikking van onze samenleving het geld absoluut het elegantste middel. Je kunt moeilijk tegen de mensen gaan zeggen: voortaan ben jij minder dan die en meer dan die. We willen geen jodensterren uitreiken. Als je de mensen weer verschillend gaat betalen – zeer verschillend – dan ontstaat de maatschappelijke hiërarchie vanzelf. Dat werklozen, elektriciens, kappers en hoogleraren zo ongeveer hetzelfde verdienden en dus ongeveer dezelfde mogelijkheden hadden in het leven, gaf een moedeloos makende situatie. Niet alleen gingen grof besnaarden over meer geld beschikken dan goed voor hen was, niemand was nog gemotiveerd om zijn best te doen. Na tien jaar weinig stimulerende colleges te hebben gegeven, verklaart de professor dat hij nu tien jaar in Guatemala gaat wandelen, omdat hem dat ook wel leuk lijkt. Daar moet die man de kans niet meer toe krijgen, in ieder geval niet op onze gezamenlijke kosten. Iedereen mag in de goot gaan liggen, maar daar is dus geen roomservice meer.

Als de inkomsten verschillend zijn, zullen de mensen weer hun best gaan doen een treetje omhoog te klauteren op de maatschappelijke ladder. En behalve een financiële vooruitgang zal dat ook een schrede voorwaarts in ontwikkeling en beschaving betekenen. Men heeft er dan weer belang bij manieren te leren. Misschien is dat wel het belangrijkste winstpunt van de opheffing van de gelijkheid. Dit zal het einde van de triomf van de proleet te zijn, een triomf die al te lang geduurd heeft. De proleet zal weer proleet heten. Dat men zal proberen beschaving en ontwikkeling te veinzen, mag geen reden zijn de hiërarchie af te wijzen. Net als vroeger zullen oplichters door de mand vallen en het enige wat telt, is trouwens het totaal van de verbetering. Al te veel hebben boerenkaffers de oude rangorde verdacht gemaakt door op een aansteller te wijzen, alsof aanstellerij erger is dan lompheid. Bij aanstellerij is er tenminste nog een verwijzing naar iets hogers, bij lompheid ligt alles plat.

Laat de plebejer zich gerust weer gegeneerd voelen als hij niet weet hoe zich te gedragen. Verdriet voor hem? Denk eens aan het verdriet van al degenen die nu al vijftig jaar onder zijn heerschappij lijden. Uiteindelijk is het vandaag vrijwel niet meer mogelijk het geteisem te ontlopen. Iedere afrastering geldt als elitair en dus uit den boze. Daar moet dringend wat aan veranderen. Laat de hufter weer werken in het zweet zijns aanschijns, geef hem weer het oude onbehagen in kringen waar hij niet thuishoort – en het leven wordt weer aanvaardbaar voor de anderen en misschien zelfs voor hemzelf. Want niemand lijkt gelukkig met een wereld zonder grenzen, zonder maatstaven, zonder doeleinden. Denk aan het innige genot van de kruidenier die het voor elkaar kreeg van achter de toonbank te kunnen verklaren dat zijn bloedeigen zoon nu dokter was! Die voldoening dient niet onderschat te worden, om nog niet te spreken van de voldoening van zoonlief zelf. Wat hebben de generaties nu nog om trots op te zijn? Dat ze nog minder hoeven te werken dan de buurman, dat ze nog handiger misbruik maken van de sociale voorzieningen en dat ze nog meer vliegreizen hebben kunnen maken naar landen waarvan ze amper weten waar ze liggen?

Onderwijs zal ook weer de betekenis krijgen die het hoort te hebben. Laten we beginnen al die eufemismen uit de wereld te helpen die de stomkoppen het idee moest geven dat ze niet minder waren dan de anderen. Niks te ‘student’ en ‘examen’ meer bij iemand die gewoon een beroepsopleidinkje volgt en een proefwerk moet maken! De helft van de universiteiten moet die titel ook maar weer inleveren. We gaan de dingen weer bij hun naam noemen. Wie iets weet, mag daarmee geuren, maar wie niets weet, zal het stempel daarvan dragen. Onderwijs zal ook weer luisteren betekenen en niet langer: erdoorheen praten. Kop dicht en kennis opzuigen. Dat er wel eens iets zal worden opgezogen dat naderhand niet direct tot materieel nut leidt, is van ondergeschikt belang. Het is al een goede les dat je je nederig opstelt tegenover degenen die meer weten dan jij. De pedanterie van de schoolmeester kan nooit zo erg zijn als de arrogantie van de huidige nitwit, die bovendien een doodlopende straat is. Onderwijs betekent de laatste decennia heel vaak dat men moet luisteren naar progressieven die het wiel opnieuw hebben uitgevonden. Sommigen moeten dit als een geweldige rem op hun ontwikkeling voelen, ongeveer zoals de meer intelligente Russen het moeilijk moeten hebben gehad tussen 1917 en 1989. (Wat leuk, tussen twee haakjes, dat het socialistische paradijs het precies tweehonderd jaar na de Franse Revolutie begaf en dat de Muur op de kop af twee eeuwen na de Bastille viel.)

Misschien is ‘t wel aardig het onderwijs in principe voor iedereen toegankelijk te maken, maar dan toch op de voorwaarde dat het opnieuw zwaar en moeilijk wordt. Zo zwaar en moeilijk dat niet iedereen iets bereikt. Wat heb je aan een bevolking die in z’n geheel ‘afgestudeerd’ is en verder te dom om z’n kloten te tellen? Nee, de treden van de ontwikkeling moeten hoog zijn. Dan is een wetenschappelijke titel nog een garantie. Dan komt er weer een zekere spanning op onze samenleving, die er nu volledig slap bij ligt.

Aan cultuur gaan we ook weer eisen stellen. Het was oergezellig de laatste jaren, toen iedereen kunstenaar was en iedereen talent had – het tegendeel zou immers discriminerend geweest zijn, nietwaar? Maar het resultaat is wel dat onze boekhandels vol liggen met de historische romans en psychologische thrillers van gescheiden vrouwen die zich door een vrouwentijdschrift hebben laten wijsmaken dat ze het in zich hebben of die een snelcursus ‘hoe leer ik schrijven’ gevolgd hebben. Onze uitgeverijen worden geleid door dametjes die ongetwijfeld een verhouding met een schrijver gehad hebben, maar wier inzicht in literatuur zich dikwijls hiertoe beperkt. De recensenten weten bij hun redacteur of redactrice in de smaak te vallen door al die troep positief te bespreken – en mogelijk zijn ze ook echt onder de indruk. Want ons geestelijk leven is ongeveer gezakt tot het niveau dat elk gymnasiumkrantje in de jaren ’50 had. Soms ook nog wat dieper, want onze literatoren, redacteuren en recensenten hebben vaak geen gymnasium. Waarom ook? We zijn toch allemaal gelijk? Hoewel we het hier alleen over literatuur gehad hebben, geldt het bovenstaande natuurlijk ook voor de andere kunsten. Ook daar is talent niet meer vereist en volstaat dat je meedoet, liefst zo onpersoonlijk mogelijk. Of het mooi of mooi genoeg is, mag men zich niet meer afvragen. We zijn toch allemaal gelijk?

Dat moet maar eens afgelopen zijn. En denk nu niet dat ik mezelf in zo’n hiërarchische samenleving aan de top zie. Door het schrijven van een stuk als dit wek je uiteraard wel de verdenking jezelf de allerbeste te vinden en ook niets boven je te willen zien. Het tegendeel is echter waar. Goethe zei eens dat het maar treurig was niets boven je te erkennen omdat je dan niet meer omhoog kon. En daar stem ik mee in. Wat zou het leven weinig prikkelend zijn als je de top bereikt meende te hebben. Er moet nog wat te streven blijven. Ik vind respect een bijzonder aangenaam gevoel. Niet dat ik er vaak door overvallen word in de huidige samenleving, waar het triviale naar voren wordt geduwd en het sublieme verstopt. Maar krijg ik de kans, dan geef ik me graag over aan respect. Daarin verschil ik aanzienlijk van onze intellectuele leidsmannen die geen gelegenheid voorbij laten gaan om ferm te verklaren dat ze voor niets en niemand respect hebben. Het volk is ze daarin gevolgd. ‘Denk maar niet dat je meer bent dan ik,’ is het overheersende idee, vooral uitgesproken door mensen bij wie je dat nu juist onmiddellijk denkt…

Het is absoluut geen goed idee de mensen af te leren respect voor iets op te brengen. De proleet van vandaag vaart er natuurlijk wel bij. Met een kleine moeite en als het ware in één sprong staat hij daardoor boven aan de ladder. Maar worden vele anderen daardoor niet naar beneden gehaald? Het is trouwens opvallend dat de mensen met de meeste verbetenheid om gelijkheid vragen als ze daarmee iets dat zich boven hen bevindt, naar beneden kunnen trekken. En zelfs als ze iets onder hen willen verheffen, lijkt dit vooral bedoeld om de wereld boven hen te jennen.

Respect dus, meer respect alstublieft. Niks te ‘Trix’ meer, maar ‘Hare Majesteit de Koningin’. Zul je niet ziek van worden als je dit zegt. Ook niet van gelegenheidskleding aan te doen uit beleefdheid voor de mensen die je ontvangen of die voor je optreden. Ook niet van enige ingetogenheid bij het bezoek van een godshuis, zelfs al ben je niet gelovig. Ik heb de laatste vijftig jaren zo vaak moeten horen dat de koning naakt is, dat ik ernaar verlang over zijn kleren te horen praten. De koning draagt een hermelijnen mantel – en daarmee uit.

Ongelijkheid is pedagogisch. Van een stand boven je kun je iets leren. Ja, ik weet heus wel dat je moet zeggen: standen zijn nonsens en de baron is de grootste idioot. Of is het de generaal? Ik ken deze propagandataal. Maar ik zie toch liever dat het zoontje van de belastinginspecteur een aristocraat of een officier als voorbeeld neemt dan Mad Max, The Liquidator of The Cannibal. Wat denkt u? Nee, u bent er zo van overtuigd dat het grootste gevaar schuilt in hetgeen vroeger de hogere standen waren, dat u liever de eerste de beste Neanderthaler in uw armen sluit. Wordt eens wakker! Wanneer alle maatstaven van vroeger verworpen worden en alle beschaving een lachertje is, dan gaan de mensen nog alleen proberen zich van elkaar te onderscheiden met materiële zaken. Want zich onderscheiden willen ze – dat sla je er zelfs niet uit. Dat alleen het bezit nog onderscheidt, zover is het overigens al. De winnaar in onze samenleving is degene met de hoogste en breedste terreinwagen. Je kunt gerust zeggen dat de top van onze samenleving – en het voorbeeld voor iedereen – de nouveau riche is. Daarboven is er niets meer. Als de journalisten van onze vlottere bladen ons wel eens even zullen vertellen hoe high life in elkaar zit, dan tonen ze geheid het leven van de nouveaux riches. Iets anders kennen ze niet. Triest. De hebzucht als hoogste deugd, een beetje vermomd met wat cultuur van de koude grond en wat design van de ontwerper van het ogenblik. Laat er alsjeblieft iets bij komen, want anders wordt er toch wel een forse stap achteruit gezet. Het motto ‘noblesse oblige’ mocht best met wat spottend wantrouwen bekeken worden, maar zelfs al leefde die noblesse daar niet helemaal en soms helemaal niet naar, het was voor velen onder hen wel degelijk een zekere verplichting. De huidige rijke heeft geen enkele verplichting meer. Een baron schaamde zich soms niet in een nietig autootje te rijden en in een bescheiden pensionnetje in Den Haag te wonen, omdat hij ook nog voor wat anders stond dan voor bezit. De mensen van vandaag kunnen dat eenvoudig niet meer begrijpen. Was die man soms gek, denken ze.

Laten we niet langer om de pot draaien en de ongelijkheid die in feite bestaat en altijd zal bestaan, ook erkennen en zelfs tot basis van ons maatschappelijke orde maken. Misschien kunnen we dan nog voorkomen dat we binnenkort door een zanger of voetballer geregeerd worden.

Gelijkheid? Wat een onbruikbaar uitgangspunt. Trouwens, als men echt efficiënt wil zijn, grijpt men altijd terug naar een hiërarchie. Zie het leger. Je kunt je ook moeilijk voorstellen dat er iets met een leger te beginnen zou zijn als elke soldaat daar zijn zegje had. Pleit ik voor het Führerprinzip? Als u het zich gemakkelijk maakt met zulk grof geschut, zou ik met hetzelfde of nog meer recht kunnen antwoorden dat u pleit voor de anarchie.

Nu we toch zulke griezelige woorden erbij halen, waarom niet Apartheid of Segregation? Ik ben daar geen voorstander van, alleen al omdat dan de eerste beste blanke boerenhufter zich de meerdere kan voelen van bijvoorbeeld een ontwikkelde, sympathieke zwarte. Dat is een onaanvaardbare onrechtvaardigheid. Waarmee ik niet wil zeggen dat hetgeen ik hier zo olijk voorstel, zonder onrechtvaardigheden zou zijn. Geen enkel systeem sluit onrecht uit. Laten we maar uitgaan van ‘één ei is geen ei’. Ik bedoel: als je één onrechtvaardigheid hebt aangetoond, heb je in feite nog niets aangetoond. Het zou onze media verboden moeten worden nog langer niet-representatieve onrechtvaardigheden breed uit te meten. Beter was nog als dat een ongeschreven wet werd. Maar juist ongeschreven wetten krijg je pas als er een zeker fatsoen gaat heersen en als mensen die het maatschappelijk nut van fatsoen inzien, fatsoen kunnen opdringen.

Politieke propaganda heeft tot resultaat gehad dat iedereen nu denkt dat wie macht heeft, ook misbruik van die macht maakt. De geschiedenis wijst echter uit dat dit niet klopt. Tegenover enkelingen die inderdaad hun positie misbruikten, stonden altijd ontelbaren die daar niet over piekerden. We zijn weer terug bij het ‘noblesse oblige’. Juist als macht gepaard gaat met andere kwaliteiten dan het bezit van geld of wapens en dus een wat edeler niveau heeft dan de macht die onlangs in de Franse cités ontplooid werd, dan heb je nog kans dat die zich niet tegen de zwakkeren keert. Wie niet al te grof besnaard is, moet overigens zelf al ervaren hebben wat een voldoening het geeft niet gebruik te maken van z’n overwicht. Maak er maar een hobby van.

Het beginsel van de gelijkheid is iets om middelbare scholieren mee te charmeren – of mensen die niet boven dit ontwikkelingsniveau zijn uitgekomen. Het heeft geen wortels in de werkelijkheid en leidt alleen maar tot demagogie, betoveringspolitiek. Voelt u zich er niet te goed voor om betoverd te worden?

We hadden het over de kerk. Erkennen we de ongelijkheid, dan hoeft ook helemaal niet meer te worden uitgemaakt of het geloof zinnig is of niet. Het heeft zin voor de dommeren iets in te vullen dat ze kennelijk pertinent willen invullen, en het heeft zin voor de slimmeren omdat het die dommeren van de straat houdt. We mogen overigens een diepe buiging maken voor de manier waarop de Kerk dit altijd begrepen heeft en op de stijlvolste manier in ere heeft gehouden, in het bijzonder de rooms-katholieke Kerk uiteraard. Voor zo’n mooi doel mochten wel een paar ketters branden, zou je bijna zeggen. Iets moet je toch doen om het geweld van de massa in toom te houden. En waarom het niet voor ons laten doen door God zelve?

De mensen hebben best behoefte aan respect. Zie het gedweep met een prinses Diana. Maar zou het niet een goed idee zijn de mensen ietwat betere idolen aan de hand te doen? Bijvoorbeeld gewoon degenen in hun omgeving die dit respect verdienen – en van mij mag het dan wel wat hoger dan Pim Fortuyn… Met de hoed in de hand, komt men door het ganse land. Laten de mensen hun hoed weer eens afnemen als ze de notabelen ontmoeten in plaats van zotskappen op hun kop te zetten als de koningin voorbijkomt. Het zijn hoogstwaarschijnlijk geweldige stukken onbenul en dit zouden ze gerust eens mogen beseffen. Dus respect naar boven, maar tegelijk ook niet zoveel schijterigheid om wat kritiek te hebben op beneden. Ga eens na of je dan werkelijk kwaad doet of dat je misschien alleen maar een maatschappelijk taboe doorbreekt. Waar gelijkheid verplicht is, komt uitzonderlijkheid niet tot z’n recht.

Verlaat je dat malle streven naar gelijkheid, dan kun je eindelijk weer zinnige standpunten innemen, die niet noodzakelijkerwijs inhumaan zijn. Humaniteit is niet pas tijdens de Franse Revolutie bedacht, tenzij u het veelvuldig gebruik van de guillotine als zodanig wilt bestempelen.

Het brengt ons op misdaad. Wat een doorbraak van het gezond verstand zou het niet kunnen zijn als we de dader niet meer als de gelijke van het slachtoffer gingen beschouwen, zo niet zelfs als zijn meerdere. Laten we opnieuw beginnen met de belangen van het slachtoffer te dienen en niet die van zijn agressor. Dat die laatste dan een beetje vernederd zou worden, zou hij als een deel van zijn straf mogen zien. Net als vroeger.

De gemiddelde lezer zal wel vinden dat ik hier schandelijk aan het ‘radicaliseren’ ben. Maar wat ik hier presenteer, is in feite inderdaad niets anders dan een voorstel om terug te komen op een aantal – mijns inziens nogal radicale – maatregelen van de laatste halve eeuw. Zeg maar: opnieuw beginnen na een foute start. Onze sociale orakels hebben evenwel liever dat er wordt doorgedraafd, zelfs al weten ze langzamerhand allemachtig goed dat het allemaal voor niets is en tot nutteloze inspanningen leidt van zowel atleten als toeschouwers.

Weg met de gelijkheid. Wie plat praat, plaatst zich daarmee in een onderklasse. Wie kleren met strepen draagt, behoort tot het gepeupel. Wie fouten schrijft, komt niet in aanmerking voor de hogere beroepen. Wie schreeuwt, wordt door de koddebeier afgevoerd. Enzovoort, enzovoort. Laat iedereen maar weer eens zijn plaats kennen, doorgaans in het souterrain.

Ik pleit hier ronduit voor een herstel van de standenmaatschappij. Leve de kasten. Ja, die uitgekookte Indiërs, die wisten het wel! Maar wij wisten het hier ook, totdat we gingen toegeven aan een modegril en een gelijkheid gingen forceren die niet bestond. Weet u waar ik echt bang voor ben? Dat de eerste klasse bij de Spoorwegen zal worden afgeschaft. Ik ben zelfs volledig voor het herinvoeren van een derde klasse in de trein. Het zou ook goed zijn als je weer personeel kon hebben, ik bedoel: als sommigen van ons weer personeel konden hebben. Voor mij is het niet weggelegd, denk ik, maar laten anderen het gerust hebben. Mijns inziens is het niet de ideale toestand als iemand met een verantwoordelijke baan of een andere interessante bezigheid, thuis moet gaan stofzuigeren, de vaatwasmachine vullen of de baby verluieren. Er zijn mensen die daarvoor meer in aanmerking komen. Natuurlijk kunnen we pas weer personeel hebben als de lonen meer gaan verschillen. Dan zal het ook niet meer absoluut noodzakelijk zijn je door de werkster bij je voornaam te laten noemen – als je hiervan wilt afwijken, kun je dat altijd nog. Ik had soms heel aardige werksters die ik op mijn feestjes uitnodigde, maar ik zie niet in waarom dit regel zou moeten worden. Laat de werkster maar ‘u’ zeggen in beginsel, zoals ook kinderen tegen hun ouders beter weer ‘u’ zouden zeggen. Dat onderstreept de verhouding – en dat is niet negatief. Ik kan dromen van leraren en hoogleraren die niet meer in spijkerbroek en op baskets zouden verschijnen, maar die zich zouden onderscheiden van hun leerlingen. Dan kunnen ze weer enig respect van die leerlingen verwachten. Uiteindelijk zullen kinderen erom lachen als behaagzieke ouderen zich zo vermommen en zo krampachtig jong willen lijken.

Het opheffen van de gelijkheid hoeft niet noodgedwongen in alle gevallen tot een hiërarchie te leiden, het schrikbeeld van elke progressief. Dingen kunnen van elkaar verschillen zonder dat je nu meteen kunt zeggen dat het ene ding meer waard is dan het andere. Het blijft ook dan nuttig ze niet gelijk te noemen. Gelijkheid is een noodlottig streven waarbij de hele boel spiraalsgewijs naar beneden gaat. Het is de overwinning van de kleinst gemene deler. Dit zal allemaal wel eens eerder zijn gezegd, zo niet herhaaldelijk, maar het blijft bij die woorden. Zodra men een maatregel kan nemen in deze geest, schrikt men terug. Gelijkheid is een van de onaantastbare heiligen van onze tijd. Sancta Aequitas.

Het zal weldadig zijn als niet iedereen meer over alles meepraat. Laat een aanzienlijk deel van de bevolking zich maar wat minder manifesteren. Waarom zouden mensen die alleen maar van de Staat profiteren of die überhaupt geen gedachten over een samenleving hebben behalve dat die zo gauw mogelijk een televisie met plat scherm moet opleveren, onze bestuurders moeten kiezen? Bespaar ze ook die inspanning. Laten ontwikkeling en beschaving het laatste woord hebben, alsook betrokkenheid bij het economische proces. Eenvoudig dus: hoe meer je voorstelt, hoe meer je mag oordelen. Kan dit wel eens onrechtvaardig zijn omdat mensen meer kunnen lijken dan ze zijn? Zal best. Maar de foutmarge kan nooit zo groot zijn als bij ons tegenwoordige systeem, bij lange na niet. Wil ik dan het volk of hoe je het noemen wilt, totaal de mond snoeren? Maar nee, er zullen altijd kanalen blijven bestaan waarlangs het zich kan laten horen. Heel simpel naar de wethouder stappen en melden wat er niet klopt. Deden ze indertijd ook zo. Op audiëntie gaan, met de hoed in de hand. Zal wel weer eens tot onrechtvaardigheid leiden, maar u kent mijn antwoord.

Als die verdomde gelijkheid maar wordt afgeschaft. Is dat gezeur over de vermeende gelijkheid van man en vrouw ook meteen uit de wereld.

Dit essay verscheen eerder in Van Houtens boek ‘Een lichtzinnig leven’, Aspekt 2008.

 

Advertenties

Een gedachte over “Het einde van de gelijkheid

  1. fredvanderwal

    EEN NEO-CONSERVATIEF GELUID GELEEND VAN AUTEUR DALRYMPLE.Al veel eerder in de weinig vruchtbare carrière van Boudewijn viel op dat hij weinig meer te bieden heeft dan het intrappen van open deuren. Een maatschappelijk niet geslaagde parvenu die als parasiet op kosten van oudere dames een weinig opzienbarend leven heeft geleid en literair niets te bieden heeft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s