Peter Andriesse : Reputatie en roem krijg je in de letteren dankzij vriendjes, niet dankzij talent

528px-Peter_Andriesse

Peter Andriesse

Met het werk van Peter Andriesse (Arnhem, 5 juli 1941) maakte ik kennis in de jaren negentig. Ik vrat zijn boeken Desperado’s en Verre vrouwen en enkele exemplaren van het tijdschrift Kamikaze, of De laatste bestorming van de Zangberg: tegenromantisch strijdschrift tegen alles en iedereen dat hij van 1982-1984 uitgaf en volschreef. Opvallend was ook het Manifest voor de jaren zeventig (De Bezige Bij, 1970), dat Andriesse met Hans Plomp, Heere Heeresma en George Kool schreef. Dit pamflet pleitte voor leesbare literatuur en sloot af met de schitterende zinnen:

‘Wij willen de lezer terugwinnen door leesbare teksten te schrijven. Ook de dames en heren letterkundigen die nu nog de dienst uitmaken zullen wel onsterfelijk worden. Maar wij en met ons alle aankomende schrijvers in Nederland kunnen daar niet op wachten. Wij zullen hen rechtstreeks aanvallen. Nu, in het begin van de jaren zeventig, willen wij schrijven. En wij willen, godbetert, door domme en slimme en bange en geile mensen gelezen worden!’

andr013mani01_01_tpg

Gelezen worden, dat wil Andriesse nog steeds. Onlangs verscheen voor het eerst sinds 20 jaar weer een roman van hem. Bijna 20 jaar lang streed Andriesse om De rode kimono uitgegeven te krijgen. Het waren jaren waarin zich afwijzing op afwijzing stapelde, maar ook jaren waarin Andriesse leerde met de computer om te gaan. Pas tegen zijn zeventigste begon hij op de computer te werken en enthousiast te e-mailen De rode kimono schreef hij nog op een schrijfmachine. De schrijver: ‘Op een laptop lijkt het al gauw heel wat, alsof het al gedrukt staat, daarom prefereer ik vooralsnog de handschrijfmachine…Je moet wel grote hoogmoed hebben om een roman te schrijven, ik bedenk mij wel 100 x voor ik aan zo’n hels karwei begin. Een roman of verhaal moet ontstaan uit innerlijke noodzaak, anders wordt het prut, zoals bijna alle boeken die verschijnen de laatste jaren.

Komen er nog nieuwe boeken na de kimono?

Ik heb nog veel werk te doen, ik wil altijd nog een kinderboek schrijven bijvoorbeeld, ik ben verhalen aan het herschrijven. Het is allemaal werk dat ik voor een groot deel had kunnen schrijven als niet mijn onlangs verschenen roman, De Rode Kimono, in 1996 door uitgeverij Bert Bakker (dat wil zeggen Mai Spijkers) was geweigerd. Ik heb het manuscript daarna vele malen herschreven en ben er bij wel tien uitgevers mee langs geweest, die allen weigerden met dubieuze argumenten. Dat heeft mij zelfvertrouwen een tijd lang een knauw gegeven en ik was bijna zover het op te geven nog verder te schrijven tot uitgever Franc Knipscheer me benaderde in 2011.

Dus jij hebt nog lang niet alles verteld – welk ultieme boek wil je nog schrijven?

Het ultieme boek dat ik nog wil schrijven is een soort biografie van mijn moeder. Over de vorm waarin ik dat giet moet ik nog nadenken. Zij stierf op 89-jarige leeftijd in 2002 aan ouderdom plus diabetes. Ikzelf verbaas me er nog steeds over dat ik de 70 heb gehaald, maar ik voel me als altijd een 25-jarige of zoiets, soms zelfs een 14-jarige.

 

Zie je jezelf als een beter schrijver dan Peter Buwalda, Hugo Claus en Simon Vestdijk, Boudewijn van Houten – of is dat een belachelijke vraag? Zijn er überhaupt Nederlandse schrijvers waarmee je je verwant voelt? Met Hermans, Kousbroek en Reve weet ik, maar ook in beperkte mate.

Ik wil mijzelf niet met andere schrijvers vergelijken en of ik beter ben dan een Buwalda, A.F. Th. van der Heijden of Tommy Wieringa kan ik echt niet zeggen. Veel jongere schrijvers heb ik eigenlijk niet gelezen, alleen aan Arnon Grunberg is nauwelijks te ontkomen vanwege zijn vele columns. Ieder zijn eigen stem. Ik voel me verwant aan Marcellus Emants, Willem Elsschot en W.F. Hermans, vooral die laatste. Maar ik denk niet dat ik ze zal overtreffen. Met Hermans deel ik vooral zijn levensopvatting en zijn voorkeur voor polemiek. De ”Preambule” tot zijn bundel ”Paranoia” is voor mij van groot belang geweest. En Hermans heeft mij opmerkzaam gemaakt op schrijvers als L.F. Céline en denkers als Wittgenstein. Zoals Carmiggelt, die ik in mijn jonge jaren dagelijks las, mij ook wees op veel schrijvers, terwijl hij bovendien invloed moet hebben gehad op mijn stijl. Voorts vind ik Reve een groot schrijver, maar die kun je beter op afstand houden. Je wordt makkelijk besmet door zijn stijl, kijk naar Jeroen Brouwers. Wat voor mij erg belangrijk is dat een schrijver humor heeft. Zonder die zelfrelativering is een schrijver onleesbaar. Als je niet kunt lachen tijdens het lezen van een boek, dan mankeert er iets belangrijks aan. Ik lees per slot van rekening niet voor mijn verdriet.

De literaire kliekjes: is het nu erger dan in de jaren ’70 en ’80 toen jij je in ‘Propria Cures’ en ‘Kamikaze’ tegen critici als Van Deel en Peeters keerde?

Over de literaire kliekjes van tegenwoordig weet ik niet veel, ik ben niet zo ingevoerd in het huidige literaire leven, anders dan in de jaren 70 en 80 toen ik me tegen Bernlef c.s., “De Nieuwe Meligheid”, J.F.Vogelaar en zijn communistische wartaalschrijvers, Tom van Deel en Carel Peeters keerde. Maar het valt mij wel op dat bijvoorbeeld de familie Vuijsje (Herman, Robert, Marja, Bert en wie weet vergeet ik er nog een paar) en de familie Heerma van Voss sterk gelijken op de literaire incest van destijds het Hoornik-concern – waar o.a. Bernlef en K. Schippers deel van uitmaakten…

Doel je op dit stuk? Waarin Daan Heerma van Voss met Adriaan van Dis dweept?

Bijvoorbeeld. Wat een ijdele prietpraat! Over dat reisje naar Parijs met oom Adriaan. Zo krijg je literaire inteelt! Natuurlijk heeft Daantje succes, alle recensenten zijn bevriend met Arend Jan Heerma van Voss.

En Van Dis die op zijn beurt zijn jonge literaire vriend aanprijstGezellige boel daar…

Citaat uit ”Dubbelliefde” van Van Dis: ”Haar tieten vlogen door de kamer.” Als Van Dis neukt dan vliegen de lichaamsdelen van zijn geliefde door het heelal, zelfs.

En dan de invloed van een Elsbeth Etty – die doet me denken aan Vic. E. van Vriesland, die zelf niets van belang presteerde, maar ondertussen een enorme invloed heeft op het literaire leven, als recensent en als lid of voorzitter van bijna iedere jury. In alle generaties kom je Mandarijnen en Zangbergen tegen. Blijkbaar is dat onvermijdelijk, maar zeer kwalijk voor het peil van de literatuur. Hoewel de tijd altijd het laatste woord heeft. Kijk naar Hermans.

Ik zie vertalers en schrijvers gewoon op hun facebook-tijdlijn een recensent bedanken voor een goede recensie. Gênant Op twitter zag ik eens Saskia Noort opzichtig hengelen naar aandacht in Viva… Zou ‘Kamikaze’ in deze tijd een facebooktijdschrift zijn? Je zou je hart kunnen ophalen, zie bovenstaande…en jij hebt vast nog meer voorbeelden.

In deze tijd zou ik voor Kamikaze zeker gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheden van internet, hoewel ik daar nu nog niet zo bedreven in ben. Maar al die mogelijkheden nu! Illustraties bijvoorbeeld.

Maar wat heb ik te maken met Saskia Noort die hengelt naar aandacht in Viva via twitter? Ik weet niets van twitter en beperk me tot Facebook. Schrijvers die hun recensent bedanken voor een mooie recensie via Facebook, ze doen maar. Het heeft weinig meer te maken met wat ik destijds aan de kaak stelde in Kamikaze. Ik leef nu bijna als kluizenaar en bovendien: welke invloed hebben de kliekjes van nu op mij?

Ik heb nog een set, compleet met namenregister, voor 200 euro te koop, de laatste set. Kortom, het raakt mij niet! Er moet wel een zeker heilig moeten achter zitten. Dat ontbreekt nu.

Ik snap het, Peter. Heb je trouwens literaire vrienden? Of heb je iedereen van je afgestoten met je kluizenaarsleven en bepaalde kamikaze-aanvallen?

Ik heb in levende lijve maar één vriend, al bijna 45 jaar, maar die schrijft niet, goddank, hij is Arabist in ruste. Ik heb door Jeroen Brouwers (Andriesses vriendin ‘stapte over’ naar Brouwers – RV) mijn bekomst gehad van literaire vrienden: onbetrouwbaar tuig.Vanaf 1970 correspondeer ik met Boudewijn van Houten, de laatste jaren intensief via e-mail over van alles, maar ook over literatuur. Van Houten startte ons contact door zich solidair te verklaren met het Manifest voor de jaren zeventig.

Hans Vervoort ken ik al van eind jaren zeventig en ik heb altijd verwantschap gevoeld voor de manier waarop hij schreef. Ik liet ook vaak manuscripten aan hem lezen voordat ze naar de uitgever gingen. We hebben via Facebook en e-mail intensief contact.

Dus én Boudewijn van Houten én Hans Vervoort zijn de enige schrijvers met wie ik contact onderhoud. Alledrie zijn we schrijvers in de marge.’

Vind je het erg, schrijver in de marge zijn? Ooit had je toch een zeker aanzien en succes: voorpublicaties, boeken, een kleine subsidie..

Fragmenten voorpubliceren, subsidie, allemaal leuk, maar ik weet dat ik het ook te danken heb aan vriendjespolitiek. Nu weet ik dat de hele wereld – met name de literaire – zo in elkaar zit. Te laat! Dat geeft me toch een vieze smaak in de mond. Vonden mijn ”vrienden” het echt mooi? Dat weet je dan dus nooit. Reputatie en roem krijg je in de letteren dankzij vriendjes, niet dankzij talent.

 

Opmaak 1

Peter Andriesse / De rode kimono. Uitgeverij in de Knipscheer, 2014. EURO 17,50

Advertenties

9 gedachten over “Peter Andriesse : Reputatie en roem krijg je in de letteren dankzij vriendjes, niet dankzij talent

  1. Trude de Jong

    Leuk om weer iets van Andriesse te horen, en ik ben blij dat zijn laatste boek na afwijzingen wordt gepubliceerd. En wat hij over vriendjespolitiek zei is me uit het hart gegrepen!

  2. Ilse

    In het beste geval gaat het samen: talent en goede contacten. gelukkig komt het af en toe voor dat het kaf echt van het koren gescheiden is. de Italiaanse schrijfster Natalia Ginzburg is voor mij zo’n voorbeeld. heeft helaas niet zo’n groot oeuvre nagelaten.

  3. Pingback: «Peter Andriesse: ‘Humor. Zonder die zelfrelativering is een schrijver onleesbaar.’» – Renzo Verwer | Uitgeverij In de Knipscheer

  4. Lex Jansen

    Ik heb het interview gelezen. Dank daarvoor. Het literaire circuit. Wat is dat eigenlijk? Minder dan in eerdere decennia heeft dat nog echt invloed, vermoed ik.

  5. Pingback: Peter Andriesse versus Victor E. van Vriesland | NPE Nieuwsblog

  6. Rob Groenewegen

    Figuren van de tweede rang hebben nogal eens moeite om in anderen hun meerdere te erkennen. ‘Zwakheid heeft behoefte aan uitersten om zich sterk te voelen,’ schreef Victor E. van Vriesland in dit verband ooit.

  7. Pieter Fopma

    De mooie zin die geciteerd wordt uit het Manifest voor de Jaren Zeventig is door George Kool geschreven, evenals trouwens het hele Manifest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s