Ik wil niet deaud

Ik wil niet dood.
Laat ik het zo zeggen: ik wil in elk geval niet op de ringweg A10 in de buurt van de Coentunnel tussen de haveloze industrieloodsen en het zwerfvuil langs de vangrails geplet worden tussen twee vrachtwagens. En dan uit mijn auto worden gezaagd terwijl het onverschillige verkeer op de tegenoverliggende rijstroken onverminderd voort raast.

Ik wil niet in een verpleegtehuis zonder bezoek wegkwijnen en als dank voor het onaangenaam verpozen de zusters opschepen met mijn lillende lijk en mijn laatste poepluier.

Ik wil niet na 43 dagen worden gevonden door de politie, die mijn voordeur openbreekt nadat de buren hebben geklaagd over stankoverlast. Ik wil ook niet na 47 bezoeken aan het Antoni van Leeuwenhoek van een ernstig kijkende specialist horen dat hij helaas niets meer voor mij kan doen, maar dat ik nog wel palliatieve zorg kan krijgen.

Maar, we hebben ons leven al nauwelijks zelf in de hand, dus over de dood hebben we helemaal niets te vertellen. Ik zou misschien willen sterven mijn eigen bed, met een fris naar Robijn ruikend dekbedovertrek en een liefste die ernaast zit en mijn hand vasthoudt. Of ongemerkt in mijn slaap vertrekken. Als ik dan toch dood moet, dan maar zo.

Het allerlaatste dat ik zou willen is dood geschopt worden door een stel opgeschoten huftertjes van vijftien. Als een vod liggend op het kunstgras, met een lullig geel vlaggetje in mijn handen. Weerloos zijn tegen scooterpummeltjes met bontkraagjes, voor deze gelegenheid gehuld in tenuetjes met shirtreclame van een occasionhandelaar uit Amsterdam-West. Klootzakjes, die na mij in coma te hebben getrapt nog doodgewoon een frietje halen in de kantine. En dan nog even nahikkend doornemen hoe lekker ze mij te grazen hebben genomen, terwijl de mayonaise van hun kin druipt.

Ik zou allesbehalve willen dat mijn naam en foto vervolgens op geenstijl.nl zijn te zien, waar wordt verklaard dat ik deaud ben gekickboxt door een stel vuile Mocrootjes. En dat alle media bij mijn club komen posten en mijn familie lastigvallen. En dat over mijn lijk een zinloze discussie losbarst over dat het zo niet langer kan.

Ik wil niet dat er voor mij een stille tocht wordt gehouden, met waxinelichtjes en knuffeltjes. En rozen met lief bedoelde briefjes vol taalfouten. Ik wil geen KNVB aan mijn deaude lijf die een weekend van bezinning inlast, ministers die kamervragen stellen en actualiteitenprogrammax92s waarin Jan en alleman mag komen vertellen dat men x91geschoktx92 is.

Ook wil ik niet dat, nadat ik ben begraven, de advocaat van de daders claimt dat ik een racistische opmerking heb gemaakt en dat mijn vrienden en familie dan op SBS6 en in De Telegraaf moeten gaan vertellen dat ik helemaal de persoon er niet naar was om dat soort dingen te roepen. Ik wil het niet, ik wil het niet, ik wil het niet.

Maar je kan nog zoveel willen of niet willen, je mag alleen maar hopen dat het je niet overkomt.

Auteur: Bert-Jan van Oel

Deze column verscheen eerder in ‘De Gooi en Eemlander’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s