10 mei a.s. : Boudewijn van Houten 70 jaar. Een carriere-overzicht

door Renzo Verwer

Een doorbraak naar de heuse literatuur en/of naar de bestsellers is altijd uitgebleven. Maar hij was en bleef een cultschrijver. Gehaat door sommigen, geliefd door anderen – en dat geldt voor zowel zijn boeken als zijn persoonlijkheid.

Disclaimer: navolgend stuk is vooringenomen. De auteur van het stuk en Boudewijn van Houten zijn bevriend.

Boudewijn van Houten (Den Haag, 1939) is een schrijver met een klein, trouw publiek. “Ik ken veel van mijn lezers persoonlijk”, verklaarde hij eens. Geboren in 1939, maakte hij nog net deTweede Wereldoorlog volledig mee. En vrij intens, omdat zijn vader Reinier (1908-1983), journalist en uitgever, in het nationaal-socialisme geloofde. Zelfs in die mate dat hij tot de SS toetrad, zonder overigens zijn bureau te verlaten.

Met zijn moeder en zijn vier jaar oudere zusje vluchtte Boudewijn van Houten in oktober 1944 naar Berlijn, waar ze bleven tot april 1945, toen de nadering van de Russen hen dwong weer terug te vluchten. Na een chaotische periode waarin zijn beide ouders gearresteerd werden, bracht hij zijn jeugd door in de Achterhoek.

Van Houten ging naar het gymnasium in Zutphen en later in Nijmegen. Hoewel hij naar de universiteit wilde, stopten zijn ouders hem op de Hogere Postschool,zodat hij postdirecteur zou kunnen worden. Na een jaar liep hij daar weg en ging de wereld in. Niet zo ver en niet zo lang, want met wat hulp van thuis en als werkstudent, kon hij alsnog in Utrecht gaan studeren. Het werd Nederlandse Taal- en Letterkunde, een studie die toen zeven jaar duurde. Na goede studieresultaten in het eerste jaar,kreeg hij een studiebeurs en kon hij in het Corps gaan. Maar de onrust zat in hem en een ontmoeting met Theo Kars, een jaar later, bracht hem uit zijn baan.

Er groeide een vriendengroep om hen heen en ze kwamen allemaal in Amsterdam terecht. Ze begonnen aan een bohemienbestaan van weinig werken, veel lezen, wat kleine misdaad en uiteindelijk de grotere: een oplichting van de PTT, uitgedacht door iemand die Van Houten nog van zijn postopleiding kende.

Het had de perfecte misdaad kunnen zijn, als de meeste jongens niet waren gaan opscheppen over hun prestatie en als ze niet in herhaling waren gevallen. Boudewijn van Houten viel niet in herhaling, misschien ook doordat er een nieuw hoofdstuk van zijn leven was begonnen. Hij had op zijn 24e een twintig jaar oudere, Gelderse barones leren kennen. Zij was zijn eerste grote liefde en dat ze hem tien jaar lang financieel onderhield, was bijkomstig maar wel makkelijk. Zijn lijfelijke verhouding met haar duurde trouwens maar een jaar of twee; daarna had hij vele avonturen die ze goed verdroeg. In haar buitenhuis werd hij gearresteerd, anderhalve maand nadat Theo Kars door zijn onvoorzichtigheid al in de kraag gevat was.

In de gevangenis brak Van Houten met de meeste anderen van de groep, omdat hun fascinatie voor het immorele hem niet meer beviel. Hij ging opnieuw studeren, ditmaal rechten. Maar toen zijn gefortuneerde vriendin merkte dat de literatuur hem gelukkiger maakte, spoorde ze hem aan zich dan toch liever daaraan te wijden. Ze hadden immers geld genoeg?

Van Houten trok naar Frankrijk, zijn geestelijke vaderland misschien. De vriendin zag hij slechts met tussenpozen, want uiteindelijk was ze getrouwd en had ze kinderen ‘Ik was een literaire playboy’ zei hij over deze periode en mogelijk over zijn hele leven. Na twee jaar bij Saint-Tropez en twee jaar in Parijs, afgewisseld door vele reizen met de geliefde vrouw, was haar geld plotseling op. Van Houten hield het nog twee jaar vol aan haar zijde, maar vertrok toen op de bonnefooi naar België. Daar ontmoette hij zijn tweede grote liefde, voor de afwisseling veertien jaar jonger dan hij. En zo bleef hij in België waar hij nog altijd woont, al veranderde zijn leven daar ook geregeld. Maar Nederland mist hij niet. Dat land is naar zijn mening zo klein, dat er maar plaats is voor één manier van denken: een nogal politiek-correcte manier van denken die hem niet ligt.

Van Houten rekent zich tot de Exil-literatur.  ‘Nederland is als een schrijver van wie je in onnozele jaren alles gelezen hebt. Dan blijf je hem zo’n beetje volgen, al zie je er niet zoveel meer in.”, zei hij in een interview dat Renzo Verwer met hem had.

Van Houten leidt een doorgaans prettig leven, mede omdat hij zich weinig zorgen om morgen maakt en waarschijnlijk meer aan zichzelf denkt dan aan anderen. In 2008 presenteerde Jef Rademakers een documentaire die hij over Boudewijn van Houten maakte en die de juiste titel ‘Een lichtzinnig leven’ droeg.

De schrijver geldt als een groot vrouwenliefhebber. ‘Vrouwen zijn lief voor me gewees’, verklaart hij.

———————–

Boeken van Boudewijn van Houten bestelt u bijvoorbeeld bij de boekhandel, Bol.com

of in het antiquariaat.

————————–

Werken

Toen ze Boudewijn van Houten eens vroegen of hij conservatief was, antwoordde hij: “Wilt u me niet beledigen, ik ben reactionair.” Het is typisch voor zijn balorigheid. Hij heeft een hoge dunk van ontwikkeling, intelligentie en beschaving en hij ziet dus weinig in de huidige cultuur die volgens hem vanwege een democratisch uitgangspunt de minst ontwikkelde, minst intelligente en minst beschaafde het hoogste talent toekent. “Zo wint de proleet.”

Hij citeert graag Hermann Göring, die ook weer een ander citeerde en zei: “Als ik het woord cultuur hoor, trek ik mijn revolver”.

Kritiek

Critici waren niet altijd positief over Van Houten. Zijn werk werd gekraakt door de de grootheden van het vaderlands recensentendom.

Critici beoordelen zijn boeken vaak op moraliteit: ‘een eng rechts mannetje’. Dat was ook de kern van het verwijt dat Adriaan van Dis aan Van Houten maakte in het veelgeroemde boekenprogramma van de VPRO-presentator. Ook willen recensenten graag dat hij boeken met een interessante plot of meer gelaagde boeken gaat schrijven.

De weerzin is overigens wederzijds.

Van Houtens artikel over Hitler in Hoerenlopen vertoont een zekere overeenkomst met ‘Anmerkungen zu Hitler’ van Sebastian Haffner, onder meer door de erkenning van ook enkele positieve kwaliteiten van de dictator. Van Houtens stuk verscheen echter (in Maatstaf) zeven jaar voor het boekje van Haffner, resp. 1971 en 1978.

Is Van Houten dan blijven hangen in de ideeën van zijn vader? Zijn vakgenoten suggereren dit graag om van hem af te zijn,maar zijn boeken tonen het niet aan. Al in zijn debuut Onze hoogmoed, over het ontstaan van het immorele groepje dat uiteindelijk de postfraude pleegde, neemt hij afstand van een fascistoide levenshouding. Ook in Zoveel lol, waarin hij het studentencorps kritisch onder de loep nam, distantieert hij zich van elitair denken.En het doorslaggevende bewijs leverde hij wel in Fout, het boek over het leven van zijn vader, waarin hij absoluut geen blijk gaf van stiekeme sympathie voor diens extremistische keuze.

Boudewijn van Houten houdt van traditie. Hij gelooft niet dat revoluties zin hebben. Van het oude moet het meeste bewaard blijven, al was het maar omdat je anders een romantische referentie gaat missen.

Van Houten publiceerde artikelen in onder meer Maatstaf, Playboy, Propria Cures en vooral HP/De Tijd.

Boude uitspraken van Boudewijn van Houten, die graag ondertekent met ‘Boudewijn met de Bijl’, een graaf van Vlaanderen:

‘Bij vrouwen boven de veertig is meestal een draadje los – net als bij mannen onder de veertig.’

‘Ik zie niet veel in de zogenaamde revolutie van mei ’68. Dan toch liever 69 dan 68.’

‘Je hoort überhaupt niet veelwaarheid. Erbij horen is het diepste verlangen van de mens, niet het zoeken naar waarheid en schoonheid.’

‘Imbecielen hebben een vijand nodig. Voor de nazi’s waren dat de joden, voor de intellectuelen van vandaag de Amerikanen.’

‘ Theo Kars, een andere gewezen vriend, is blijven steken in wat hij rond zijn twintigste was: een wrevelige puber die schrijft voor pubers. Ik heb een ander idee van literatuur.’

‘Recensenten kun je echt alles wijsmaken. Horen ze een paar van hun intellectuele clichés, zijn ze al gelukkig. Ze worden doorgaans geronseld onder wereldvreemde kinderen, die uit intellectuele vooroordelen en door allerlei ingebakken gebreken ook nooit enige toegang tot het leven zullen krijgen.’

‘Ik ben niet voor Bush. Ik weet niet meer van die man dan de gemiddelde Nederlander van hem weet. Ik kan alleen zeggen: ik houd niet van zijn vijanden. Ik vind ze nogal dommig.’

‘Geen praten, maar blaten’ – dat doen de mensen volgens Boudewijn van Houten. Kuddegeest beheerst het menselijke gedrag. Iedereen is als de dood ook maar iets af te wijken van de gangbare handelingen en ideeën. Zelf denken is er niet bij. Misschien voorkomt dat erger, maar het is niet Van Houtens streven en hij verbaast zich over al die denkers en kunstenaars die beweren individueel en vernieuwend te zijn terwijl ze juist gewoon elkaar nadoen. Ook dat nadoen is niet altijd uit den boze, maar kom er dan rond voor uit, vindt Van Houten.

De meest extreme ideeën van Boudewijn van Houten vindt men in zijn laatste boek, Een lichtzinnig leven (2008),waarin veel teksten opgenomen zijn die ooit in HP/De Tijd gestaan hebben.

Van Houten komt ook voor als hoofdpersonage Storm in de roman De Grachtengordel (1992) van Geerten Meijsing. Hij zei hierover:

‘Ik vind het geen onaardig boek. Het stoorde me alleen een beetje dat ik voorgesteld werd als iemand die verteerd werd door jaloezie. Dat klopt niet. Meijsing is zelf veel verbetener met zijn literaire carriere bezig. Ik ben redelijk laconiek. Vermoedelijk heeft Meijsing niet goed verdragen dat ik weleens kritiek op hem had in onze correspondentie. Als hij weer het miskende genie uithing en zich te pas en te onpas als ‘kunstenaar’ presenteerde, werkte dat op mijn lachspieren  – en soms heeft hij dat gelach moeten aanhoren.’

Van Houten leeft voor poëzie, sensualiteit, esthetiek en goede manieren.

Tijdens een interview zei hij tegen de ondervrager: ‘U mag best u tegen me zeggen, hoor.’ De modieuze eis die aan kunst gesteld wordt, namelijk dat die vernieuwend moet zijn, lijkt hem onzin. Hij begrijpt dat onontwikkelden alle baat hebben bij zo’n maatstaf, maar zijn visie op de cultuur is wat breder. Paradoxaal genoeg waren zijn boeken vaak toch vernieuwend. In het interview met Verwer zei hij:

“Ik ben er trots op dat ik herhaaldelijk met iets nieuws gekomen ben. Ik dacht met Onze Hoogmoed voor het eerst in de Nederlandse letteren een soort case story te schrijven van een criminele psychopaat. Met Zoveel lol meende ik het eerste verslag te brengen van hetgeen achter de muren van de sociëteit van het studentencorps zich afspeelde. In Hoerenlopen beschreef ik als eerste schrijver (Philo Bregstein zei er wel kort iets over) over wat door je heen gaat bij hoerenbezoek. In Erotisch dagboek ging ik verder op deze weg en probeerde ik als eerste auteur een oprecht, dus niet te rooskleurig, beeld van de seksuele verlangens en activiteiten te geven. Fout was volgens mij het eerste boek waarin iemand wiens vader op enig niveau in de collaboratie werkzaam was geweest, over zijn jeugd en over die vader vertelde.Recensenten hebben veel onaardigs en soms iets aardigs over mij gezegd, maar ze hebben er nooit op gewezen dat ik steeds met iets nieuws kwam. Het lijkt of ook zij willen dat je boeken lijken op succesboeken. De behoudzucht van de mensen die zich constant tegen conservatisme beweren te verzetten, is mateloos. Ze willen nog steeds dat je aan Dadaïsme doet, ze willen nog steeds dat je de Internationale zingt, ze willen nog steeds dat je modernist bentz oals de kunstenaars dat honderd jaar geleden waren… Ik moet ervan gapen.’

BIBLIOGRAFIE

Romans en verhalen

Onze hoogmoed, roman, De Arbeiderspers, Amsterdam 1970

Ook verschenen bij uitgeverij Peter van der Velden, Amsterdam, 1980.

en bij Aspekt, Soesterberg, 2001.

Zoveel lol, roman, De Arbeiderspers1971 / (onder de titel De ontgroening:) Peter van der Velden,Amsterdam 1981

In de schaduw der rijken, verhalen,Peter Loeb, Amsterdam 1976

Een hartstocht, roman, Loeb & Vander Velden, Amsterdam 1979

Au pair, roman, Nioba, Antwerpen, 1987

De vlucht naar voren , roman, Manteau, Brussel 1988

Holland-België , verhalen, Manteau, Brussel 1990

De modder van Haspengouw  (onder het pseudoniem Sarah Bode), roman, Aspekt, Soesterberg 2003

Essays

Hoerenlopen , Manteau, Brussel1977

Van onze correspondent op de aarde, essays, Manteau, Brussel 1978

Heel de intellectueel, Aspekt, Soesterberg 2004

Een lichtzinnig leven, Aspekt, Soesterberg 2008

Autobiografisch

Erotisch dagboek : dagboekfragmenten 1970-1980, Peter van der Velden, Amsterdam, 1981

Fout :  Lebensbericht meines Vaters, Manteau, Antwerpen, 1987

Vieze oude mannen  (onder het pseudoniem Hans Derks), erotische briefwisseling, Aspekt, Soesterberg 2002

Mijn auto’s : een autobiografie, Aspekt, Soesterberg 2003

Bloemlezing

Ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog, De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in egodocumenten, Loeb, Amsterdam, 1981

ook verschenen onder de titel:Ooggetuigen ’40-45, Verba, Hoevelaken, 1995

en onder de titel De getuigen bij Anthos, Baarn (z.j.)

Vertalingen

 o.a.:

  • Louis Pauwels, Open brief aan gelukkige mensen en die reden hebben gelukkig te zijn, Ankh-Hermes 1972.
  • Mark Twain, De hongersloep, Manteau Marginaal, Manteau 1977.

Van Houten schreef ook nog diverse Lekturama-werken: geschiedenisboeken, reisgidsen.

 

Advertenties

5 gedachten over “10 mei a.s. : Boudewijn van Houten 70 jaar. Een carriere-overzicht

  1. Pingback: Zoo sex.

  2. Pingback: Blowjob.

  3. Pingback: Lanas big boobs.

  4. Pingback: Boudewijn van Houten 75 jaar | Blog van Renzo Verwer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s