Bluf en het veranderde medialandschap

POEMA OP HET BINNENHOF!

door Jaap van Ginneken

Dit stuk verscheen eerder in “De Groene” , sept 08.

Vorige jaren werd er in komkommertijd een poema op de Veluwe ontdekt, of een krokodil in de Rijn. Dit jaar ging het over een kamerlid en een minister, hun directe en indirecte betrokkenheid bij het actieblad Bluf een volle generatie geleden, en of de actiemethoden van toen met de criteria van nu wel helemaal door de beugel konden.

Kamerlid Wijnand Duyvendak van Groen Links had zich duidelijk verkeken, bij het versturen van een persbericht en het aankondigen van een persconferentie, over een boek met een terugblik op zijn actieverleden als redacteur van Bluf. Minister Jacqueline Cramer van de PvdA was helemaal verrast, dat ze in de slipstream de affaire werd binnengezogen. IJverige journalisten had ontdekt dat haar naam met 177 anderen onder een steunbetuiging leek te staan, die moest voorkomen dat het blad zou worden vervolgd voor de openbaarmaking van vertrouwelijke stukken.
Vervelende omstandigheid: de stukken waren wederrechtelijk en door inbraak verkregen. Nog erger: de namen, adressen en telefoonnummers van ambtenaren waren gepubliceerd, die waren lastiggevallen en bedreigd. Wellicht worden er in de komende weken nog andere betrokkenen en dubieuze handelingen ontdekt. Want wakker Nederland heeft een lynching mob op pad gestuurd, om openstaande oude rekeningen te vereffenen. Met milieu-activisten die al die jaren een pose van morele superioriteit aannamen.

Hoe gaat zoiets? De strekking van berichtgeving wordt bepaald door drie overlappende processen. In vakjargon aangeduid als: agenda setting, framing, en (setting) limits to acceptable discourse. Agenda-setting betekent dat de media (samen met hun voorkeursbronnen) bepalen waaroer wij moeten nadenken en praten. Te midden van de honderden ingewikkelde en onhandelbare kwesties die zich dagelijks aandienen, is er immers slechts een heel klein aantal dat werkelijk indringende aandacht krijgt.
Framing betekent dat deze aandacht door woordkeuze en beelden een duidelijke strekking meekrijgt en binnen een bepaald raamwerk wordt geplaatst. (Setting) limits to acceptable discourses is dat daarbij impliciet bepaalde spreek- en handelwijzen als gewettigd worden aanvaard en herbevestigd. En andere juist als onbespreekbaar en onaanvaardbaar worden weggezet. Een tegenstelling tussen de onzen en de hunnen die soms opeens tot een soort heksenjacht over het verre verleden leidt.
In hun boek noemen James Lull en Stephen Hinerman een reeks criteria voor media-schandalen. Sociale normen die de dominante moraal weergeven lijken overtreden. Door individuele personen die welbewust hebben gehandeld en verantwoordelijk kunnen worden gehouden. Dit gegeven wordt bewerkt tot een verhaal dat door de communicatie-media breed in circulatie wordt gebracht en aanleiding geeft tot maatschappelijke discussie. De ene keer zijn het echter gewoon sterren die de fatsoensgrenzen nadrukkelijk opzoeken om extra aandacht en extra verkoop te genereren. De andere keer zijn het gewoon psychodrama’s rondom gemiddelde burgers.
Bij politieke schandalen gaat het echter om iets anders, zo zegt John Thompson in zijn boek daarover. Het gaat in die specifieke gevallen over een strijd om symbolische macht, waarbij de goede naam en het vertrouwen op het spel staan. Het grote verschil tussen sterren, gewone burgers en politici is namelijk, dat de laatsten voor hun functioneren afhankelijk zijn van het krediet dat zij van hun achterban en collegaxe2x80x99s kunnen krijgen. Een politicus die dat kwijtraakt, ineens of een eindeloos voortslepende zaak, kan in die rol niet meer verder. Wijnand Duijvendak heeft dan ook besloten om eieren voor geld te kiezen.
Maar soms beperkt zoxe2x80x99n rel zich niet tot een enkeling. Stanley Cohen schreef een moderne klassieker over morele paniek. xe2x80x98Een persoon of groep, episode of conditie komt naar voren als een bedreiging van sociale waarden en belangen. De aard ervan wordt op een gestyleerde en stereotype manier door de media weergegeven. De morele barricaden worden bemand door redacteuren, politici, geestelijken en andere weldenkende lieden … De conditie verdwijnt dan … of wordt juist nog zichtbaarder. Soms is het voorwerp van paniek namelijk geheel nieuw. Op andere momenten is het iets dat al lang bestaat, maar nu opeens in de schijnwerpers wordt geplaatst. Zoals ook de steunbetuiging van een aantal bekende mensen, een generatie geleden aan Bluf.
Vaak is de rel vervlochten met een bredere kwestie, zoals de vraag of actievoerders uit de jaren zestig, zeventig en tachtig wel genoeg afstand hebben genomen van hun radicale verleden. Peter Vasterman promoveerde een paar jaar geleden op een mooi proefschrift over mediahypes. Hij onderzocht drie hoofdcases (zinloos geweld, seksueel misbruik en uitvergroting van gezondheidsrisico’s), en drie nevencases (de gekke koeien crisis, versterving in verpleeghuizen, en een plaatselijke bestuurscrisis). Enerzijds vond hij dat er daarbij gaandeweg een verschuiving plaatsvond van rechtstreeks naar steeds meer afgeleid nieuws. Maar anderzijds vond hij ook, dat professionele standaarden daarbij vaak steeds meer op de tocht kwamen te staan. De kritische en realiteits-zin van journalisten namen tijdelijk af, om pas veel later in de debunkingfase weer terug te keren.

Het verschijnsel van de media-lynching buiten proportie (ooit in Frankrijk gedocumenteerd in een gelijknamige bundel van Guy Coq en Charles Conte) lijkt de laatste jaren steeds prominenter en frequenter te worden. Door de alomvattende electronisering zijn de dimensies van ruimte en tijd geïmplodeerd. Enerzijds is er een voortschrijdende internationalisering door toenemende afhankelijkheid van media-instellingen en beleggers uit de grotere taalgebieden, met name het Engels-Amerikaanse. Radikale maatschappij-kritiek zoals die op het Europese continent bestond, is daarbij helemaal naar de zijlijn verdwenen. Anderzijds is er ver-onmiddellijking: het steeds sneller rondzingen van berichten, liefst xe2x80x98livexe2x80x99 en xe2x80x98in real timexe2x80x99. Ook van heel voorlopige eerste schetsen, vaak ontstaan aan de hand van reeds ingeburgerde clichés, bijvoorbeeld over actievoerders van vroeger.
Daarnaast zijn er drie andere grote trends, die het media-landschap sinds de hoogtijdagen van het actieblad Bluf ingrijpend hebben gewijzigd. De eerste grote verandering van de afgelopen twintig jaar was de voortschrijdende en verregaande commercialisering. En de zogeheten ont-ideologisering, die natuurlijk in feite gewoon een andersoortige ideologisering is. In Nederland de ontkoppeling van de zuilen, het omhelzen van een eenvormig commercieel exploitatie-model met een overwegende consumptie-oriëntatie.
Waarbij advertenties en niet langer publieksbijdragen de belangrijkste en meest richtinggevende inkomstenbron van de media zijn geworden. (De Groene is een steeds schaarsere uitzondering). Achteraf de meest beslissende stap in die richting was de intrede van commerciële radio en vooral televisie: eerst in Groot-Brittannië, vervolgens ook op het Europese continent. In Nederland globaal tussen de toetreding van RTL in 1989 en van SBS in 1995. Op zichzelf is er met commercie en reclame niks mis, als de pluriformiteit verder goed gewaarborgd blijft.
Deze intrede vergrootte echter niet alleen de druk op de publieke zenders om in dezelfde logica te gaan denken, in elk geval voor de meest rendabele prime time avonduren: namelijk die van kijkcijfers en doelgroepen, Ster- en neveninkomsten. Maar de concurrentie-strijd vergrootte ook de druk op de pers om op haar beurt een veel reclame-vriendelijker Umfeld te scheppen. Dat werd het duidelijkst zichtbaar in de evolutie van de kleuren-bijlagen en vooral de
glossy magazines. In veel gevallen was het steeds meer de beschikbaarheid van advertentie-geld die uiteindelijk bepaalde of een redactionele formule wel of geen bestaansrecht had.
De tweede grote verandering in het media-landschap was de audiovisualisering. Tot aan de jaren tachtig waren pers en tekst toonaangevend geweest. Met lineair opgebouwde betogen, van argumenten en documentatie, die zich leenden voor rationele ontleding en kritiek. Zelfs in journaals en actualiteiten-rubrieken stond het vertoog aanvankelijk nog centraal. Al werden die redeneringen natuurlijk wel steeds meer geïllustreerd met foto- en video-reportages.
Vanaf de jaren negentig vond er echter een kanteling plaats. Televisie en beeld werden steeds meer de eerste definiëerders van het nieuws. Liefst met direct en spectaculair beeld. Nieuwszenders als CNN pretendeerden zo world history live te geven, maar dat was natuurlijk onzin. Hun items waren op allerlei manieren gearrangeerd, en vanuit de studio van een bepaalde strekking voorzien. Alleen was dat nu voor de kijker volledig ondoorzichtig geworden, en kon die zich er dus ook steeds moeilijker tegen schrap zetten. Het publiek dobberde zo vaak stuurloos rond op een oceaan van slecht begrepen emoties. De steeds snellere en complexere montages van oud en nieuw materiaal door elkaar heen zijn vaak overweldigend, maar onttrekken zich aan systematische ontleding en kritiek. Pregnante oerbeelden kaapten steeds vaker het nieuws, ook internationaal, voorzagen het van een ideële strekking en voerden pers en tekst in hun kielzog mee.
De derde grote verandering in het medialandschap was de steeds verder gaande comprimering van het verhaal daarbij. Analyses die recht deden aan de nuances en complexiteit van maatschappelijke vraagstukken werden steeds meer verbannen naar de achtergrondpagina’s en de weekend-bijlagen van een paar kwaliteitsdagbladen, maar door ontlezing en tijdgebrek bereikten die in feite een sterk krimpende groep. Veel jongeren bladerden hooguit nog wat in de gratis treinkranten: in feite reclamefolders met een paar ANP berichten erin. Ook de opinie-weekbladen krompen, en moesten soms hun formule aanpassen.
Radio en tv-journaals bestonden uit items van vijftien tot dertig seconden: net genoeg om ingeburgerde stereotype voorstellingswijzen te bevestigen, maar nooit genoeg om ze overtuigend te ontkrachten. Aktualiteiten-programmax’s werden op hun beurt ook sneller en vluchtiger, grondige documentaires werden schaarser en deels verbannen naar de randen van de nacht, soms met een herhaling midden op de dag. Zij werden vervangen door steeds meer talkshows op alle zenders: met vooral veel borrelpraat over de waan van het moment. Vaak slechts gevoed door de koppen en openingen van de journaals en de voorpagina’s van de vorige dag, in een rondgierende wekelijkse draaimolen van hypes en scares.
Die openingen moesten dus liefst in honderd woorden meteen een overweldigende indruk maken. Ingewikkelde kwesties moesten zo gereduceerd worden tot dat ene klassiek-compacte oerverhaal van blame and praise, van sprookjes over slechteriken en goeieriken. Echte onderzoeks-journalistiek over structurele wantoestanden was duur en schaars. Binnenlands ging het dus over telkens nieuwe Haagse relletjes en schandaaltjes, buitenlands over onbegrijpelijke wantoestanden in andere culturen en ‘het monster van de maand’.

Daar kwam nog iets anders bij. De traditionele media waren het contact met belangrijke publieksgroepen inderdaad verloren. Waar de veranderingen onder hoog opgeleiden vertraagd en versluierd waren opgetreden, zetten ze onder lager opgeleiden versneld en veel dramatischer door. Die voelden zich daardoor in toenemende mate vervreemd van de mooipratende en overlappende incestueuze wereldjes van de Gooise matras, het Binnenhof en de Grachtengordel. In de oude wijken schoot zo het populisme wortel.
Maar ook jongeren herkenden zich als gezegd steeds minder in het traditionele aanbod. Tot wanhoop van adverteerders en mediaplanners, want het zijn natuurlijk de meest gewilde doelgroepen: koopgraag, met hun hele leven en alle aanschaf nog voor zich. Dat leidde ook tot experimenten met radicaal nieuwe formats als trash tv en reality soaps. Waarbij de schijnbaar duidelijke oude tegenstellingen tussen producenten en consumenten, publiek en privé, feit en fictie, werden doorbroken.
Tegelijk was er de opkomst van pseudo-nieuws inzake entertainment en trivia. De roddelbladen overschreden op hun hoogtepunt een miljoen exemplaren, maar gingen van week tot week van hand tot hand, en bereikten zo in feite meerdere miljoenen lezers. Andere bladen kregen steeds meer items over soortgelijke onderwerpen, en ook de serieuze dagbladen kregen people en human interest-rubriekjes over ditjes en datjes. Aanvankelijk ging het vooral om Nederlandse soapsterren en Hollywood filmsterren, die mensen via het tv-toestel als leden van het huisgezin waren gaan zien. Maar geleidelijk aan kwamen de privé-perikelen van andere openbare figuren zoals politici ook steeds meer in beeld. Tipgevers uit horeca-gelegenheden op de paar vierkante kilometers van het land waar BN-ers zich in kluitjes ophielden, kregen zo een aardige bijverdienste.
Ondertussen overschreed rond de millenniumwisseling de verspreiding en invulling van Internet een kritische grens. Dat had tegenstrijdige effecten. Enerzijds kwam er steeds meer informatie online beschikbaar, maar anderzijds werden de meest luidruchtigen daardoor vaak  meer de agenda setters. Enerzijds kon iedereen nu weliswaar een eigen website en een eigen weblog beginnen, maar anderzijds werden de meest succesvolle voorbeelden al snel opgekocht door dezelfde grote spelers, zoals Geen Stijl door De Telegraaf. Enerzijds was er nu citizen journalism mogelijk door omstanders met mobieltjes, anderzijds kwamen de vroegere professionele standaarden daarbij verder onder druk te staan.
Exén manier om je ertussen te wringen en aandacht te genereren bleek namelijk pushing the limits: met roddel- en scheld-sites steeds opnieuw de grenzen opzoeken en oprekken. Dat gebeurde onder meer door de empowerment van een groeiende meute anonieme relschoppers op Internet. Die systematisch namen, adressen en telefoonnummers van mikpunten bekendmaakten, maar nu tevens vooroplopen in de golf van morele verontwaardiging over die verwijtbare praktijk bij Bluf. Scheld-kannonnades gingen op Internet over in concrete bedreigingen, in het verlengde daarvan kwamen de poep- en kogelbrieven verder op. Een op hol geslagen meute van skinheads en voetbalvandalen.
Terwijl sommige media de burger steeds meer tot simpele consument hadden gereduceerd, werd de politiek zelf op haar beurt uitgehold. De vorm bleef, maar de inhoud lekte weg. Achteraf gezien begon dat vooral onder de kabinetten van Lubbers. Die keer op keer met een uitgestreken gezicht het een zei, maar dan achter de schermen toch weer het ander deed. Bijvoorbeeld inzake zulke gevoelige zaken als kernwapens en kernenergie (waarop de akties van Bluf destijds mede betrekking hadden). Maar het was ook in die jaren dat de verguizing van iedere vorm van xe2x80x98ideologiexe2x80x99 begon door te zetten, en het ophemelen van xe2x80x98de marktxe2x80x99. Privatisering werd een panacee: voor media uiteraard, maar ook voor PTT, openbaar vervoer, nutsbedrijven, en zo meer. Dat had ook veel te maken met internationale ontwikkelingen.
De ineenstorting van het communisme, en de triomf van het kapitalisme, hadden namelijk een unieke window of opportunity geschapen om diezelfde beginselen van de ongebreidelde vrije markt versneld van de eerste naar de tweede en de derde wereld te verbreiden. De globalisering, de Atlantische samenwerking, de Europese eenwording en de overhaaste integratie van Centraal Europa werd
en doorgezet. Maar de keerzijde van die wereldwijde vrije markt was dat echte of zelfs maar dreigende toekomstige bewegingen van kapitaal, goederen en arbeid de manoeuvreerruimte voor de politiek steeds geringer maakten. Vooral in kleinere landen zoals Nederland konden de nationale regeringen, parlementen en partijen het daardoor hooguit nog hebben over een onsje meer of een onsje minder. Dit ervaren controleverlies leidde bij de burger-consument tot een wijdverbreid ressentiment tegen de achterkamertjes van Den Haag en Brussel. Sommige media lynchings spelen daar duidelijk op in.

Wanneer we de balans opmaken, heeft de roep om openbaarheid van de jaren zestig en zeventig zo een paradoxaal effect gehad. Bewindslieden verschansen zich achter hun afdelingen voorlichting: die bij elkaar over veel meer en beter betaalde mensen beschikken, en ook middelen, dan de traditionele media. Journalisten proberen op hun beurt uit alle macht gaten in hun Teflon-harnas te schieten, maar vallen daarbij soms terug op al te goedkope succesjes. Zoals een handtekening onder een steunbetuiging met 177 anderen, een volle generatie geleden.
Ondertussen wordt er in de media en de politiek veel en wollig gepraat over bijvoorbeeld datzelfde milieu en een rechtvaardige wereld, maar overstemt de alomtegenwoordige consumptie-propaganda in de media moeiteloos echt kritische analyses. De economische groei moet immers doorgaan. Waarom eigenlijk? Zelfs financixc3xable topmensen als Wijffels (ex-Rabo) en Van Duijn (ex-Robeco) zijn daar inmiddels openlijk aan gaan twijfelen.
Die groeidwang is namelijk rampzalig. De ongelijkheid tussen de allerrijksten en de allerarmsten neemt ook al een volle generatie weer snel toe in plaats van af. De groot aangekondigde millennium-doelen tegen misere en honger in de wereld worden niet bij benadering gehaald. De Kyoto-doelstellingen inzake het terugdringen van uitstoot worden niet bij benadering gehaald, en de biodiversiteit krimpt met minstens een soort per dag. Ondertussen venten veel glossy media comfortabele illusies uit, die zich helemaal hebben losgezongen van de ware werkelijkheid.
Af en toe mis ik daarom binnen het media-landschap even een radicaal en consistent ander geluid. Bijvoorbeeld van een actieblad zoals Bluf.

De auteur is media- en massapsycholoog. Deze zomer verscheen zijn boek Strijden om de publieke opinie, eerder onder meer Verborgen verleiders ; Hoe de media je sturen.

Advertenties

Een gedachte over “Bluf en het veranderde medialandschap

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s