herdruk In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon – Bart Croughs

In 1995 verscheen het omstreden boek In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon. Auteur was de Groningse filosoof Bart Croughs. In dit boek keerde hij zich tegen de drie heilige huisjes van progressief Nederland: vrouw, homo, en allochtoon. In een tijd waarin dat bepaald ongewoon was toonde hij aan waar de pijnpunten van links Nederland lagen. Zaken die met de mantel der liefde werden toegedekt, zoals homohaat door moslims, haalde hij boven tafel. Het boek kreeg een paar zwaar negatieve recensies, maar nota bene het links-activistische Ravage gaf aan dat het boek de vinger op de zere plekken legde.

Croughs spotte in dit boek met O.a. Youp van ’t Hek en met feministes als Malou van Hintum en Frits Barend.
Het boek geniet enige cultstatus en is nu herdrukt:

In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon by Bart Croughs (Book) in Humor

U kunt het bestellen op:
http://www.lulu.com/content/1252008

De auteur geeft aan:

“Ik hebde prijs op 7 euro gesteld, ik houd er zo zelf niets aan over. In debeste socialistische traditie gaat het me om het verspreiden van deboodschap, niet om vulgair kapitalistisch gewin.”

Amen.

Een voorproefje uit het boek. Croughs over anti-racisme:

  Freek de Jonge is een van de antiracisten die zoveel gezag genoot dat hij helaas op het nippertje de dans kon ontspringen. Toen hij met de zwarte actrice Gerda Havertong op bezoek ging bij blanke racisten in Zuid-Afrika – echte racisten voor de verandering – werd Gerda beledigend behandeld: ze mocht niet naar de gewone WC, maar moest naar een speciale plee voor zwarten. Freek, die in Nederland altijd zo dapper tekeer kon gaan tegen die schandelijke racisten in Zuid-Afrika, stond erbij en keek ernaar, zonder iets te zeggen. Verzetsheld spelen is leuk, maar het moet natuurlijk wel gezellig blijven.

Door talkshowmeester Karel van de Graaf werd hij hierover aan detand gevoeld – heel voorzichtig uiteraard, Karel besefte heel goed wie hij voor zich had. Freek wist eerst van verbazing niets uit te brengen. Hoorde hij het goed? Kritiek op hem, de God van progressief Nederland, anti-apartheidsactivist van het eerste uur? Toen hij van zijn verbijstering bekomen was, mompelde hij iets als: ‘ik kan daar niet in mijn eentje Zuid-Afrika gaan veranderen’. Karel, bang dat hij te ver was gegaan en allang opgelucht dat zijn onvoorzichtige optreden met een sisser afliep, slikte deze lachwekkende uitvlucht voor zoete koek.

Karel zelf ontsprong de dans overigens niet. Om te tonen dat ook hij tot de categorie Goede Nederlanders behoort, nodigde hij Mohammed Rasoel uit. Mohammed was de auteur van het tegen moslims gerichte boek De ondergang van Nederland, en was al hard aangevallen door Koot en Bie, Jan Lenferink en andere progressieve televiemakers. Karel slaagde erin om flink de vloer aan te vegen met Rasoel. Tevreden leunde hij achterover, in afwachting van de lof die zijn ferme optreden ongetwijfeld ging oogsten. Maar helaas, het verwachte applaus bleef uit. Meteen de dag na de uitzending werd Karel ervan beschuldigd dat hij Rasoel gebruikte om ‘over de ruggen van de minderheden heen op zijn borst te kunnen trommelen’. Van wie kwam deze aanval? Hoe ongeloofwaardig het ook mag klinken, van niemand minder dan Wim de Bie. Kennelijk was De Bie vertoornd over het feit dat door al het borstgetrommel van zijn televisiecollega’s zijn eigen getrommel niet meer te horen was, en gooide hij het daarom over een andere boeg. Na het startschot van hun voorman De Bie stortte ook de res tvan intellectueel Nederland zich op de arme talkshowmeester, die zich verbijsterd afvroeg wat hij nou eigenlijk verkeerd had gedaan.

Iemand die wel een bijzonder onhandige antiracistische kuil had gegraven, was Jules Croiset. Uit wanhoop over het feit dat het antisemitisme in Nederland maar niet wilde losbarsten, zette hij zijn eigen ontvoering in scene en viel en passant een aantal joden lastig met onsmakelijke bedreigingen. Antisemitisme zoeken waar het niet is, zoals doorsnee helden a la Piet Grijs en Leon de Winter dat doen, was hem niet genoeg.

Een van de meest geruchtmakende antisemitische acties in Nederland bleek door een ‘antiracist’ in scene gezet. Sindsdien vraag ik me bij iedere racistisch incident af of hier misschien geen wanhopige antiracisten a la Croiset aan het werk zijn, of antiracistische organisaties die bang zijn dat hun subsidie wordt ingetrokken wegens gebrek aan racistische aanslagen.

Salman Rushdie dan. Deze antiracist werd wel erg hard gestraft voor zijn stelling dat het grootste gevaar dat de vrije wereld bedreigt van de fundamentalistische christenen in Amerika afkomstig zou zijn. Deze belediging lieten Khomeiny en in zijn spoor moslims overal ter wereld niet over zich heen gaan; met hun optreden straften ze Rushdie’s vooruitstrevendeuitspraak hard af. Rushdie, die altijd harde antiracistische kritiek had op de westerse wereld in het algemeen en op Thatcher in het bijzonder, en die altijd ijverig de moslimgemeenschap poogde te beschermen tegen ‘lasterlijke’ berichtgeving in de westerse media, diezelfde Rushdie werd nu door de moslimgemeenschap met de dood bedreigd en moest vluchten in de armen van de veiligheidsdienst van die verwerpelijke Thatcher.

In maart 1993 was Sietse Bosgra aan de beurt. Deze held, die jarenlang op kosten van de belastingbetaler onvermoeibaar heeft gestreden voor de onderdrukte negers in Zuid-Afrika, werd op weg naar het hoofdkantoor van het ANC in Johannesburg neergestoken. In een land volg ewelddadige racistische onderdrukkers kon zoiets natuurlijk onmogelijk uitblijven.

Ik vraag me af of Sietse meteen zou hebben gezien wie de daders waren. En zo niet, wat zou hij dan die eerste ogenblikken gedacht hebben? Waarschijnlijk zoiets als: laat het racistische blanken zijn die wraak op me willen nemen voor mijn verzetswerk. Of nog beter: laat het een aanslag van de Zuidafrikaanse geheime dienst zijn. Dan zou ik in een klap een evengrote held zijn als Connie Braam!

Wat een ontgoocheling moet het geweest zijn om te merken dat hij werd overvallen door dezelfde onderdrukte negers voor wie hij al die jaren zo dapper had gestreden! Hier viel duidelijk geen eer aan te behalen.

(Een bijzonder grappige coincidentie: in dezelfde periode, in dezelfde stad, werd Klaas de Jonge, een andere anti-apartheidsstrijder, ook door een groep zwarten overvallen.)

Discjockey Jeroen van Inkel maakte zich populair door te weigeren zijn Onbenullige gejengel voort te zetten voor een groepje discogangers dat ‘joden, joden’ riep. Het viel te verwachten dat Jeroen’s collega’s dit niet zomaar op zich zouden laten zitten, en vroeg of laat terug zouden slaan.Maar de snelheid waarmee dat gebeurde was bewonderenswaardig: al een paar weken na Jeroen’s optreden wist een tot dan toe volledig onbekende discjockey twee weken beroemdheid te vergaren. Hij stelde een antiracistische daad die niemand voor mogelijk had gehouden: hij klaagde Jeroen de Antiracist aan wegens antisemitisme! Een meesterlijke zet: niet alleen wist hij zichzelf op die manier te profileren als leider van het discjockeyverzet, hij schakelde en passant ook nog zijn belangrijkste rivaal uit.

Bernadette de Wit, een antiracist die zich – eerlijk is eerlijk -positief van haar collega’s onderscheidt door in de Bijlmer te wonen, was het volgende slachtoffer. Ze was zo onvoorzichtig om
in een van haar columns in de Volkskrant een flatgenote ongecensureerd aan het woord telaten over haar Surinaamse buren. Het gevolg: een heuse protestdemonstratie bij het gebouw van de Volkskrant, georganiseerd door niemand minder dan Julian With. Deze doctorandus, die altijd vol trots zijn titel vermeldt op z’n antiracistische boeken, en die zonder al te veel succes van het allochtonendom z’n beroep probeert te maken, is na zijn heldhaftige dreigementen aan het adres van W.F. Hermans een jaar of wat geleden min of meer in de vergetelheid geraakt. Maar nu zag hij z’n kans schoon om inde schijnwerpers te treden, en z’n oude plaats temidden van de antiracistische familie weer in te nemen. Zijn optreden was bijzonder geslaagd te noemen; Julian toonde zich zo boos dat hij zelfs niet met Bernadette in discussie wilde gaan. “Ik praat niet met racisten”, aldus Julian. Hij had de toon meteen weer te pakken; het was alsof hij nooit was weggeweest. Na een dergelijk intelligent optreden lijkt de definitieve comeback van Julian With nog slechts een kwestie van tijd.

Hierna kwam de FNV aan de beurt. Deze vakbond, die er voor ijvertom bedrijven allochtonenquota op te leggen, werd publiekelijk op devingers getikt door een wetenschapper die tot de bevinding was gekomendat de FNV zelf veel te weinig allochtonen op hoge posten had zitten.

Ook minister van ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk werd niet overgeslagen. Deze altruist, die met gulle hand andermans geld uitdeelt aan allerhande gekleurde volkeren, en die daarbij zichzelf niet vergeet -jaarlijks wordt de noodruftige volkjes meer dan twee ton belastinggeld onthouden, omdat dit in het loonzakje van Pronk verdwijnt – deze idealist werd van racisme beschuldigd toen hij op bezoek in Suriname een persconferentie belegde die alleen voor Nederlandse journalisten toegankelijk was. Door wie werd deze weldoener van de gekleurde medemens van racisme beschuldigd? Door zijn geliefde gekleurde medemensen!

Ik sluit af met minister Dijkstal, die zich sterk heeft gemaakt voor de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen, en die zelfs heeft gedreigd de Nederlandse ondernemers allochtonenquota op te leggen. Toen Dijkstal tijdens een anti-racismedemonstratie zijn progressieve gemoed wilde luchten, werd hij door het nog veel progressievere publiek met verf bekogeld.

Uit deze opsomming blijkt zonneklaar dat een antiracistische houding wel degelijk risico’s met zich mee brengt. Maar het gevaar voor de antiracisten komt uit een andere hoek dan je zou verwachten; van collega-antiracisten en van minderheden die zich niet in hun slachtofferrol wensen te schikken, hebben ze heel wat meer gevaar te duchten dan van racisten en fascisten. $$

terwijl ik nog nagrinnik over de hypocriet Freek de Jonge, zie ik dat in In de naam van

ook geregeld interessante informatie te vinden is, die in de Ned. media amper aan bod komt:

Een ander merkwaardig verschijnsel is met deze wet ook teverklaren: het feit dat verlichte geesten nog dagelijks emmeren over het schandelijke onrecht van de westerse slavenhandel, terwijl over de slavenhandel door Arabieren nooit met een woord gerept wordt; en dat terwijl in het Westen de slavenhandel al in de vorige eeuw is afgeschaft,terwijl de Arabieren de slavenhandel pas in de jaren zestig en zeventig van deze eeuw begonnen af te schaffen. (In Mauretanie werd de slavernij pas in 1980 afgeschaft, terwijl in Soedan in 1990 nog steeds slavenhandel plaatsvond; zie The economist, 6 januari 1990). De wet van het abjecte Westen weet dit opmerkelijke fenomeen zonder problemen te verklaren.

Kortom: bestellen. Als e-book is het zelfs gratis!

 

Advertenties

3 gedachten over “herdruk In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon – Bart Croughs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s