Les Triplettes de Belleville

Vanavond, 0.10 op Belgie I kunt u de film les triplettes de belleville zien. Wie weet ga ik ook kijken. de aankondiging bracht me het interview in herinnering dat ik bijna vier jaar terug met Remmert wielinga maakte, met hem en zijn zus bezocht ik de film in de Nijmeegse bioscoop Lux. hier het stuk..en zouden we remmert nog eens in de tour zien?

 

 

Remmert Wielinga: tussen Tour en James Bond

Door Renzo Verwer

Heel aardige film. Een zesje. Maar weinig realistisch. En het was niet mijn humor.’ Remmert Wielinga (1978) klinkt beslist. Les triplettes de Belleville, een groot succes in de Franse bioscopen en een klein succes in Nederland, is niet helemaal zijn film. Deze wonderlijke animatiefilm gaat over een jongen, Champion, die totaal bezeten is van wielrennen. In trainingen gaat hij helemaal stuk, en in zijn eerste Tour de France rijdt hij achteraan en wordt dan ontvoerd door de Italiaanse maffia. Zijn oma gaat hem zoeken, weet hem uiteindelijk te bevrijden in de megastad Belleville.

Op voorhand dus een typische Wielinga-film zou je zeggen. Gelukkig geldt dat wel voor Remmerts zus Alice (1981), die mee is als fotografe bij het interview. Zij vindt Les Triplettes juist geweldig. ‘Ook technisch heel goed gemaakt. Een lekker absurde film. Al heeft die wielrenner wel erg weinig persoonlijkheid,hij is bijna een machine, fietst altijd maar door zonder op zijn omgeving te letten.’

https://i0.wp.com/www.crisdias.com/img/tripletteDeBelleville.jpg

We zitten gedrieën het café van bioscoop Lux te Nijmegen. Voor Remmert een interessante ervaring: ‘Ik ben in geen jaren naar de bioscoop geweest. Ik kijk wel films hoor, maar dan thuis op video en DVD. Ik lach niet gauw om films. Ik hou meer van slappe humor: Theo Maassen, Hans Teeuwen. Mensen afzeiken, dat vind ik mooi. Er zit natuurlijk wel een kern van waarheid in deze film.Die jongen wil maar één ding, wielrenner worden, en zijn familie steunt hem daar helemaal in. Maar het is allemaal erg uitvergroot.’

Jouw ouders zouden ook je ontvoerders achternagaan hoor!

Ja, ik denk het ook! Ze wilden altijd dat ik iets ging doen wat ik leuk vind, hebben me altijd enorm gesteund. Net als dat jongetje in de film was ik al jong helemaal bezeten van wielrennen. Ik volgde alle wedstrijden, stond op Alpe d’Huez toen Hinault won. Ik ging zelf fietsen toen ik dertien was, op de tourfiets van mijn vader. Na 30 kilometer was ik gigantisch naar de klote, maar al snel was ik beter dan mijn vader.

Die Champion ging wel heel diep in de film zeg! Zijn spieren werden na een training meteen grasmaaier weer tot leven gebracht, nee dat ken ik niet, haha. Als nieuweling/junior trainde ik wel eens te lang. Dan moest ik het laatste halfuur om de drie minuten stoppen, zo’n honger had ik. Dan kwam ik thuis, at eerst de koelkast leeg, en ging in bed liggen – dat was niet menselijk meer. Nu ken ik mijn grenzen nu beter, heb zo’n basis qua trainen dat het niet meer zo ver komt.

Ook tijdens de Tour ben ik nooit echt naar de klote geweest. Hoewel, de laatste twee dagen was ik totaal leeg, had lichte koorts. Wanneer je lichaam in topconditie is, kun je in een wedstrijd ontzettend diep gaan, krampen krijgen, ontzettend in de verzuring rijden. Vooraan kun je vreselijk afzien; de fysieke pijn wordt verzacht door de omstandigheden. Als je niet 100% goed bent, los je al voordat je die inspanningen kunt gaan leveren. Mensen denken vaak: ‘Als je goed bent, dan heb je het gemakkelijk en als je slecht bent, heb je het zwaar.’ Maar als je slecht bent, ben je alleen maar aan het worstelen om in het peloton te blijven, maar echt afzien – nee. Als je nooit aan topsport hebt gedaan, kun je dat amper begrijpen, denk ik.

Achteraan is het alleen maar worstelen. En hopen: ik moet in koers blijven, ik moet eraan blijven hangen. Verschrikkelijk! In de bergetappes in de Tour heb ik veel alleen gereden, dus het was steeds een hele lange duurtraining. Ik was zo ontzettend slecht. Elke dag werd ik angstiger dat het de komende etappe(s) weer niet ging lukken. Ik voelde me een zielige coureur, niet meer op mijn plaats in het  peloton.

Ken je de afstudeerscriptie van ThorwaldVeneberg? Hij stelde daarin dat naarmate de angst voor pijn groter is, je ook meer pijn zult voelen. Hij vermindert zijn angsten met mentale trucjes als visualisatie. Heb je het er wel eens met hem overgehad?

Mja. Hij leest altijd veel boeken over mentale coaching. Ik heb zo’n gevoel van als ik in conditie ben, is het niet nodig. Als het niet gaat, dan gaat het niet, dan kun je nog zoveel gaan visualiseren en psychologische foefjes gaan uitoefenen – misschien als je je er veel mee bezighoudt, dat het werkt. Ik ben niet tegen mentale training,maar om dat zelf uit te gaan vogelen… ik denk dat je daar hulp bij moet krijgen.

Er is toch een psycholoog bij de ploeg betrokken, Paul Standaert?

Heb ik van gehoord. En ik heb zijn boek gelezen, Een tandje erbij. Er zijn renners die baat bij hem hebben.

Aart Vierhouten zei eens dat de pijn van over kasseien rijden  in je hoofd zit en niet in de benen.

Als je goed bent,heb je er geen angst voor, dan weet je dat de anderen het moeilijker hebben. Voor Aart zijn dat de kasseien, voor mij de bergen. Het is kicken als je merkt dat het grootste deel van het peloton moet lossen terwijl jij vooraan meekunt.

DeNardi

Al bij de nieuwelingen merkte Wielinga dat hij goed vooraan kon rijden als de weg omhoog ging. Hij vond zijn weg bij de junioren en amateurs en ging opvallend genoeg als neoprof voor een Italiaanse ploeg ging rijden. Na een lange zoektocht aan het eind van het jaar 2000 belandde hij bij De Nardi, een bedrijf in Veneto dat garagedeuren, rolluiken en hekwerken maakt.

\Wielinga: Ik ben mijn eigen weg gegaan en ben daar trots op. Ik wilde per se beroepsrenner worden en heb gewoon bijna alle ploegen benaderd: Trade team I, II,ik wilde wedstrijden rijden met heuvels en bergen. Di Nardi was de laatste die ik mailde.

In Italië heb ik pas goed leren trainen en koersen rijden. De Italiaanse manier van koersen ligt mij beter dan de Franse. Italiaanse wedstrijden beginnen lekker rustig, er worden geen renners meegestuurd in ontsnappingen. De grote ploegen zeggen daar echt: tot die en die klim blijft de boel bij elkaar. Vaak staat er ook weinig wind, en dan kun je met een hartslag van 120 meepeddelen tot aan de klim 3waar het verschil wordt gemaakt. Het is de traditie van het Italiaanse wielrennen, een ongeschreven wet. Als er in het begin wordt aangevallen is 90% het daar niet mee eens. Natuurlijk demarreren er wel malloten, maar die pakken we wel terug en schelden ze verrot. Het zijn vaak de schlemielen die vroeg aanvallen. Gelukkig is Fabio Roscioli -geen schlemiel trouwens- gestopt. Daar zijn veel Italianen blij mee.

Je bent erg positief over Italië. Wat vind je van de vrouwen? Mooi?

Alice begint te lachen.

Remmert:

De Nederlandse zijn ook mooi hoor. Maar Italiaanse vrouwen kleden zich vaak wel beter, meer modieus, en met wat meer stijl. De taal is ook fraai, ik spreek hem goed en graag. En het eten is heel lekker: veel pasta,veel verse groenten, weinig sauzen. Leuk is ook het karakter van de mensen, dat opvliegerige – al word je soms ook strontziek van.

Echt, ik heb het enorm naar mijn zin bij de Rabobank, maar als ik een goed aanbodkrijg van een goede ploeg als Saeco of Fassa Bortolo, zou ik dat serieus overwegen.

Als jongen droomde ik ervan om uit te blinken in de grote rondes. Nu droom ik er nog steeds van: een bergetappe winnen en een goed klassement rijden.Mijn doel is elk jaar een stap te verbeteren. Dat is me dit jaar weer gelukt met twee overwinningen en een goede Dauphiné. Maar ook vorig jaar reed ik goed in 1.4-koersen; die wedstrijden in Italië worden wel eens onderschat. Je rijdt daar tegen goede renners; ik finishte er een keer vooraan met Popovych in een bergetappe. Mijn goede prestaties van dit jaar komen echt niet uit de lucht vallen.

Zou jij kunnen leven met het idee dat je een knecht wordt?

Als er niet meer in blijkt te zitten.  Maar ik denk dat ik meer kan – oh dat mag je niet zeggen tegen een journalist. Dan wordt me weer verweten dat ik te hoog van de toren blaas.

Na de Dauphiné noteerden veel journalisten, veelal met juichend commentaar, jouw uitspraken dat je voor het jongerenklassement in de Tour wilde gaan. Toen dat mislukte, werden die uitlatingen je verweten.

Inderdaad, toen kreeg ik van diezelfde journalisten te horen: dat had je niet moeten zeggen! Ik heb geleerd dat je oppervlakkig moet zijn, niette veel moet zeggen.

Dan zullen ze vinden: die Wielinga zegt nooit wat interessants…

Ja, dan word ik zo’n voetballer. Weet je, ik probeer het te relativeren. Journalisten moeten ook hun kranten volkrijgen. En als er niet veel positiefs te melden is over de ploeg, dan ga je wel over negatieve dingen schrijven. Maar die werden soms wel erg benadrukt. De Groot gaf een positieve draai aan onze Tour – dat werd in veel media erg ondergewaardeerd! Hij werd derde in een etappe, en een journalist ving hem op met de kreet ‘weer een verloren dag, Bram’. Ongelooflijk. Wie dat zegt, heeft weinig kaas van wielrennen gegeten!

Hoe ga jij met kritiek om?

Het doet me pijn als mensen zich afvragen wat ik in de Tour te zoeken had. Vaak zijn het betweters, die geen zak van wielrennen weten – ik probeer er schijt aan te hebben. En het motiveert me soms ook, want ik vind nog steeds dat ik in de Tour thuishoorde. Met kritiek vanuit de ploeg doe ik wel wat, dat gaat dan om zaken als dat ik mijn zadel moet verstellen, met andere versnellingen moet rijden, dat ik meer of juist minder moet trainen. Soms moet je accepteren dat mensen meer ervaring hebben dan jij.

Hoe ben je opgevangen door de ploeg na de Tour?

Ik ben een paar keer gebeld. Ik werd vooral met rust gelaten, dat wilde ik zelf. Ik zat er ontzettend mee dat ik een slechte Tour had gereden, maar heb dat verborgen. Ik wilde niet zeuren. In de koersen in augustus merkte ik dat ik slecht was; pas toen hebben we het er duidelijk over gehad. Al die negatieve publiciteit, die trappen na,het deed me geen goed. Ik miste ook een uitdaging, hoe moest ik nu verder dit seizoen? Ik zat maar thuis, had weinig zin om te trainen.

Hoe was hij toen,Alice?

Remmert: Na mijn opgave in de Tour kwam ik alleen thuis, mijn ouders en Alice waren op vakantie. Dat maakte het er niet beter op. Ik was totaal op. Maar ik heb het volste vertrouwen in volgend jaar.

Mooi. Maar ik vroeg het Alice!

Alice: We waren naar de Tour gaan kijken. Het was echt heel onwerkelijk om je broer voorbij te zien komen. Ik ben niet zo’n wielerfan, ik kom om Remmert te steunen. Ach, hij heeft wel vaker een periode gehad dat het slecht ging, daarna ging het altijd weer beter.

In het leven van een wielrenner horen, net als in een film, hoogte- en dieptepunten. Een film over (een periode uit) jouw leven, lijkt je dat wat?

Een realistische film, een achtergrondreportage of zo. Niet zo’n animatiefilm. Ik houd meer van films die de werkelijkheid benaderen. Oorlogsfilms als Saving private Ryan, actiefilms. Ik zou wel figurant willen zijn in een James Bond-film. Niet als wielrenner, maar als bandiet natuurlijk!

En Italiaanse maffiafilms? The Godfather, houd je daarvan?

The Godfather heb ik nooit gezien. Weet je, ik zal veel films gaan kijken. Dan kun je een volgende keer na een Tour-etappe aan me vragen: wat voor film heb je gezien? In plaats van: hoe was de etappe?

Misschien wel véél leuker.’

Les Triplettes de Belleville. Regie: Sylvain Chomet. 80minuten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s