Loek van Wely, over hardlopen, vrouwen en schaken

Wely topografische kaart

Van Wely : “ik geloof niet in de onschuld van topschakers”

Door Renzo Verwer

“Dit moet dus de hel zijn. 1 uur en 33 minuten over de Dam-tot-dam-loop! Het was verschrikkelijk, ik dacht dat 1 uur 06 haalbaar was. Het is heel confronterend, vooral dat ik jou maar tien minuten ben voorgebleven. De laatste zes kilometer heb ik een paar maal stil gestaan wegens kramp, en steeds was ik bang dat jij me dan zou passeren… dat zou de ultieme vernedering zijn! Ik heb mezelf weer eens overschat.”

Loek van Wely en ik liepen zondag 21 september de 16,1 km (10 Engelse mijlen) tussen Amsterdam en Zaandam. Met bijna 30.000 anderen renden we in een moordende hitte, toegejuicht door een groot publiek. Bij de borrel na afloop in het Randstad-filiaal van Zaandam vonden we nog energie voor een interview.
“Ik weet niet of ik mezelf overschat”, herroept de Nederlands kampioen zijn eerdere verklaring. “Het is meer iets als ambitie. Ik wil gewoon het maximale bereiken; dus ik zet hoog in. Dan stoot je dus af en toe je neus – maar dat is niet erg. Bij voetbal is het de ultieme vernedering om gepoort te worden, maar ík maal daar niet zo om. Een man moet kunnen incasseren, daar word je hard van.

….
Ja. Tenzij er geen verbetering komt…wat voelde ik me ellendig die laatste zes kilometer.”

Mooi. Ik voelde me ook ellendig. Ik had diarree, anders was ik nog voor je geëindigd. Te hoge ambities, heb jij daar bij schaken ook last van?
“Ik zie het niet als een last. In Wijk aan Zee 2003 ging het zo goed dat ik het toernooi ook wilde winnen. Ik heb er geen spijt van, maar de resultaten zijn wel minder dan wanneer ik op veilig had gespeeld. Ach, over een langere periode wordt het uitgemiddeld: soms win je, soms verlies je door die mentaliteit.”
Voorafgaand aan en gedurende het NK leek je weinig ambitieus. Je was vooral moe, zei je.
“Mja, maar ik wilde die titel wel pakken. Ik heb het toernooi heel berekenend gespeeld: met wit gewonnen en met zwart remise gespeeld. Stellwagen stond na de zesde ronde dan wel een punt voor, maar hij moest in de laatste ronden wel wat presteren. Ik wist dat ik minimaal 2,5 uit 3 ging maken, en ging ervan uit dat hij 1,5 punt zou maken. Dan komt er een tiebreak, en die win ik.”

Na zes ronden zei jij dat Stellwagen voor de titel moest gaan, en niet voor het grootmeesterresultaat. Wilde je druk op hem zetten, de verwachtingen extra hoog maken?
“Ik denk dat mijn opmerkingen hem juist konden helpen! Ik had liever dat hij voor de GM-norm ging, want dan had ik meer kans op de titel. Voor mij was de situatie veel gevaarlijker als Daniël voor de titel ging. De verwachtingen ten aanzien van Daniël waren toch al hoog, daar droegen mijn uitspraken weinig aan bij. Als hij twijfelde, zouden mijn woorden juist de doorslag kunnen geven. Ik heb mijzelf dus een slechte dienst bewezen.”
“Daniël heeft twee slechte beslissingen genomen. Eén: door tijdens het NK voor het GM-resultaat te spelen. Twee: door de uitnodiging voor het Nederlands EK-team af te slaan. Tegelijkertijd speelt hij wel in Hoogeveen. Om de laatste norm te scoren? Wat een onzin: hij wordt toch wel snel grootmeester!”

Misschien was hij bang dat hij slechts eenmaal mocht spelen – net als Ernst op de Olympiade?!
“Voor zijn ontwikkeling was het EK beter geweest. En om een soort ereschuld aan de bond (voor de wildcard) in te lossen. Het aanbod is financieel ook heel redelijk, en zeker beter dan Hoogeveen! Bovendien leert hij eens hoe het is om met het ‘gezellige’ Nederlandse team op te trekken. Hoe de verhoudingen precies liggen. Kijk, Daniël moet zichzelf natuurlijk niet buitensluiten – bij het NK gaat hij ook al weinig om met andere deelnemers.”
“Stellwagen is mentaal kwetsbaar. Schaaktechnisch is hij héél goed, beter dan ik op die leeftijd. Ik vind hem een groter talent dan Radjabov..”

Dit moet je uitleggen. Die jongens zijn even oud, maar Radjabov heeft pakweg 150 ELO-punten meer.
“Ik vind Radjabov niet goed, hij is vooral ontzettend handig. Tactisch is hij wel goed. Mentaal schat ik hem sterker in, maar Stellwagen heeft meer kijk op het spel. Daarnaast is die Radjabov een gigantisch laffe coyote: al die snelle remises met wit tegen grote namen.”

Wat bedoel jij precies met talent? Is dat het inzicht, waar het Timman het altijd over heeft?
Zoiets ja. Radjabov kan natuurlijk wel wat, maar vooral omdat hij erg gepusht is. Hij is een rommelaar; Kramnik was veel meer ontwikkeld op die leeftijd. Radjabovs openingen bijvoorbeeld hebben weinig met schaken te maken. Die kunnen echt het daglicht niet verdragen…”

Leg uit.
“Zijn openingen zijn erg dubieus en gebaseerd op de slechtheid van de tegenstander. Zo speelt hij de Stonewall, waar hij echt geen flikker van begrijpt. Hij komt klote te staan, maar zijn tegenstanders geven hem weer kansjes en die grijpt hij.”

Wat is jouw score tegen hem?
“0,5-0,5. Corus dit jaar. Hij speelde Stonewall en stond heel slecht. Vervolgens gaf ik hem allerlei kansen, stond op een gegeven moment zelf met de rug tegen de muur, maar zijn eindspeltechniek was niet afdoende.”
Stellwagen.
“Vind ik zeer allround; hij heeft schaaktechnisch weinig zwaktes. Iemand als Jan Smeets is erg praktisch ingesteld, maar schaaktechnisch minder ver dan Stellwagen. Al heeft hij wel een rating van 2520. Smeets heeft wat minder complexen dan Stellwagen.”

Oh ja?
“Nou, als je wordt uitgenodigd voor het NK en dan zit te dubben of dat wel ethisch verantwoord is… je moet gewoon die uitnodiging pakken en een e-mailtje naar Van den Doel sturen: ‘Hé bedankt Erik!’ Hoe harder je bent, hoe perspectiefvoller je toekomst is.”

Je moet een beetje een eikel zijn?
Ja. Ik weet niet of Daniël te aardig is. En hij kan een killer zijn achter het bord; Corus B en het NK toonden dat wel aan. Maar: met de wind mee is alles makkelijk. Met de wind mee kan ook Van der Wiel goed spelen. Als Daniël nou eens lekker eenzaam in een ver, vreemd land is, en de andere schakers moeten hem allemaal hebben; ik ben benieuwd hoe hij zich dan houdt.”
“Man, in die toptoernooien… als ze eenmaal bloed ruiken en jij bent de gebeten hond, dan gaan ze ervoor. Zie Timman dit jaar in Corus en mij het jaar ervoor. Daniël moet geconfronteerd worden met echte tegenslagen, een superzwaar toernooi waar hij zwaar door het slijk gehaald wordt. Zo ben ik ook gehard. Ik heb een keer ergens 1,5 uit 9 gehaald. En in een Hoogovens groep B 2,5 uit 11. Dan ligt je ego, je zelfvertrouwen totaal aan gruzelementen.”
“Doorgaans denk ik niet veel aan schaken in mijn vrije tijd. Ik ben blij dat ik dat goed kan scheiden. Maar als me iets dwarszit, dan wel. Toen ik in 2002 een tijdlang heel slecht in vorm was, baalde ik enorm. Ik maak me ook wel zorgen: als het even tegenzit, denk ik onmiddellijk dat het einde van de wereld nabij is. Zo maak ik het mezelf heel moeilijk. Na een remise tegen Van der Wiel bijvoorbeeld stort ik even in en denk: ‘Hoe kan dat nou? Wat verschrikkelijk’. Je moet zo objectief mogelijk zijn ten aanzien van je resultaten, ik denk echter heel vaak: ‘wat een prutser’ of ‘wat ben ik een stommeling, wat stom dat ik niet won.’
“Die negatieve emoties moet je kunnen handlen. En al die topjongens spelen daar op in. Ik heb vorig jaar in dat Volkskrant-interview aangegeven dat Anand allemaal vieze trucs uithaalt om je uit je evenwicht te brengen: klikken met zijn pen als jij aan zet bent, rare geluiden met zijn keel maken en zo.”

Doet hij dat bij anderen ook?
“Hij probeert het wel, denk ik. Maar ik kan het moeilijk beoordelen, het is in elk geval zaak je er niet door te laten beïnvloeden.”

Laat jij je wel beïnvloeden? Ik bedoel, dat jij Anand een vuile hond vindt, kan een negatief effect op jouw spel hebben. Of juist een positief?
“Helaas negatief. Het heeft vooral effect als je onder druk of slecht staat, en dat gebeurt nogal eens tegen Anand. En als hij dan ook weer met die trucjes begint, dan wordt het me even te veel. Je moet goed begrijpen, die jongens zijn niet naïef . Ze leren allemaal bij. Anand heeft waarschijnlijk veel geleerd van Kasparov.”

Die tijdens hun WK-match met deuren sloeg?
“Ja, onder andere. Als ik tegen Kasparov speel, is hij uiterst correct. Maar als hij weet dat je onzeker bent, maakt hij er gebruik van. Als je onzeker bent ga je meestal je tegenstander aankijken, om informatie uit zijn gezichtsuitdrukking te verkrijgen. Want als je weet hoe het staat, hoef je alleen maar naar het bord te kijken. Of je kijkt alleen nog naar je tegenstander uit superioriteitsgevoel, zo van: ‘wat ben jij nou voor kneus!’
Wel, wanneer Kasparov merkt dat jij onzeker ben, gaat hij zijn toneelstukje spelen. En daar is hij erg goed in. Er is een heel groot acteur aan Gary verloren gegaan.”

Toen Karpov in een WK-match die kwaliteit weggaf, leek Kasparov zijn verbazing niet te kunnen verbergen. Was hij oprecht verbaasd?
“Nee. Wat hij doet, is spelen op de toekomst. Winnen alleen is dan niet meer voldoende, hij wil de blunder er zo erg mogelijk inwrijven. Ervoor zorgen dat Karpov zich zo lullig mogelijk voelt. Dat werkt weer door in de volgende ontmoetingen. Ik geloof niet in de onschuld van topschakers – ze leren allemaal bij.”
“Je hoeft geen enorme eikel te zijn om de top te halen, maar een beetje tricky zijn, kan geen kwaad. Je moet niet naïef zijn, beseffen dat je in de boze buitenwereld verkeert waarin iedereen je probeert te naaien. Je moet achterdochtig zijn. Vooral niet het achterste van je tong laten zien, en een beetje als een slang opereren. Of … je bent gewoon zo ontzettend goed als Kasparov, dat het eigenlijk niet hoeft. Maar ook hij heeft dus zijn trucs.”

Ik begrijp dat je de partij met meer dan 1- 0 moet winnen. Twee jaar geleden bijvoorbeeld in de NK-tiebreak wilde je per se Van den Doel met 3-0 pakken, want ‘zoiets werkt door’. En een partij tegen Krasenkow kon je snel winnen, maar je wurgde hem eerst nog tien zetten – omdat ‘dat doortelt in latere partijen’.
“In principe, Renzo, worden ALTIJD van dit soort spelletjes gespeeld. Ook als de spelers elkaar buiten de partij ontmoeten. Bij schijnbaar onschuldige theekransjes wordt her en der wat tikjes uitgedeeld. Je moet ALTIJD op je hoede zijn. Hoeveel je ook samenwerkt, er wordt altijd gepest. Ik heb het meegemaakt met Topalov en zijn manager Dainalov. In principe zouden het je vrienden zijn, maar ze proberen los te peuteren hoe je over varianten denkt – alles onder het mom van vriendschap. Ander voorbeeld: ze komen bij me staan, Dainalov knapt het vuile werk op: ‘Hé, waarom heb je van die en die verloren, hoe kun je dat nou doen?’ Of: ‘je had bij dat toernooi meer geld moeten vragen!’ Ze doen er alles aan je lullig te laten voelen. Maar dat is in elke sport zo. Neem nou honkbal: wat denk je dat de catcher de hele tijd tegen de slagman roept? Dat ie geen bal kan raken, natuurlijk!”

Met alleen briljante zetten kunnen bedenken, kom je er dus niet.
“Er zijn mensen die zeggen: ‘je moet gewoon goede zetten doen’, maar dat is onzin. Op het bord heb je altijd last van negatieve emoties van buiten. Als topspeler moet je daar gebruik van maken: in principe ben je niet goed genoeg – zelfs Kasparov misschien ook niet – om dat verschil alleen op het bord te kunnen maken. Gecontroleerde emoties kunnen een sterk wapen zijn, net als gecontroleerde gestoordheid. Ik ben door schade en schande wijs geworden. Wat had ik dit graag tien jaar eerder geweten! En ook hoe je professioneel aan schaken moet werken. Als ik dat allemaal had geweten, had het heel anders gelopen… ”

Je hebt laatst met Ponomariov samengewerkt. Hoe ging dat?
“Niet gemakkelijk. De samenwerking was waarschijnlijk eenmalig. Pono zit echt te bullshitten, de hele tijd je te fucken. Hij wil behandeld worden als Ruslam the Great, maar dat deed ik niet. We hadden een rustdag afgesproken, maar die kregen we niet. Echt, menig krijgsgevangene had het beter!
Ik heb veel geleden: zeven weken lang elke dag zeven uur geploeterd. Ja, het is geen lolletje als je echt goed wil worden. Je moet offers brengen – met talent alleen kom je er niet. Op het moment dat je op een bepaald niveau bent beland, dan moet je die last van je status meetorsen. Dan denk je dat je lekker de celebrity kunt gaan uithangen, maar zo werkt het niet! Je moet eerst zien dat je je positie kunt behouden, en het karakter van de meeste topsporters is dat ze altijd meer willen. In Nederland kan ik weinig meer bereiken, dus ik moet internationaal beter presteren.”

Is het zo dat bepaalde spelers tevreden zijn met hun status in Nederland, die internationaal niet veel voorstelt?
“Nou, ik vind dat Van den Doel dat een erg minimalistische instelling heeft, daar erger ik me wel aan. De A-status van het NOC*NSF is binnen, hij heeft dus al een vast inkomen en verder speelt hij erg weinig: geen Wijk aan Zee, geen EK, maar slechts een aantal competities. Ik kan me goed voorstellen dat de bond die wildcard aan een ander gaf.
Voor Harmen Jonkman heb ik heel veel respect. Niemand had ooit gedacht dat hij grootmeester zou worden en toch redt ie het! Hij heeft het leven dat hem waarschijnlijk wel bevalt: veel reizen en schaken. OK, hij zal geen supergrootmeester worden, maar hij heeft wel zijn vrijheid. Van der Weide speelt ook veel, maar Jonkman heeft het beter voor elkaar.”

Karel heeft onlangs de GM-titel aangevraagd, op grond van een nieuwe FIDE-regel dat hij ooit virtueel boven de 2500, zoiets.
“Karel wil toch altijd zo principieel zijn? Ik vind dit een beetje een zwaktebod. Hij heeft toch zijn waardigheid? Hij wil toch de titel dragen die hij verdient?”

Misschien vindt hij wel dat hij hem verdient…
“Ja, maar Erik Knoppert vindt ook dat ie de titel verdient. De titel wordt steeds meer uitgehold. Ik heb dan wel kritiek op Van der Wiel, maar hij heeft wel de titel gehaald toen die nog iets respectabels was. Nu wordt Van der Weide collega van Van der Wiel, nou ja.”

Sommigen suggereren een nieuwe titel van supergrootmeester in te stellen, om weer onderscheid te maken.
“Zelf ben ik meer een voorstander van titels af te pakken bij langdurige onderprestatie. Je moet op een gegeven moment echt schoon schip maken.”

Is veel aan sport doen goed voor je schaken?
“Veel lijden is goed voor je mentale weerbaarheid. Dan vind je het niet erg meer urenlang een slechte stelling te verdedigen, dan doe je dat met veel liefde.”

De laatste 6 kilometer van vandaag gaan jou nog wel eens door een moeilijke partij heen slepen. Wielrenners als Roger de Vlaeminck en Stephen Roche dachten op zware momenten tijdens de wedstrijd terug aan de fabriek waar ze vroeger werkten. Als bij toverslag hadden ze minder pijn.
“Hetzelfde had ik tijdens het NK 2000, toen ik een Cubaanse vriendin had. Een leuke en knappe meid hoor, maar ze praatte te veel. Een schaakpartij was voor mij een rustpunt, even geen gezeik aan mijn kop. Ik genoot van mijn ‘vrijheid’ en van lange partijen.”

Timman zegt dat sporten niet nodig is: ‘Je zit toch maar achter dat bord’.
“Ja, maar je ziet hoe hem dat opbreekt, bij tegenslagen in Wijk aan Zee. En dan moet ie nog tien dagen! Door de hel. Iedereen gaat ervoor tegen hem, hij speelt vanaf het vijfde speeluur en in de tweede toernooihelft beduidend minder. Dat kan geen toeval zijn, dat heeft met energie te maken. Timman kan praten als Brugman, maar hij heeft geen gelijk.
Kasparov doet veel aan sport, denk ik. Hij heeft een goede conditie, komt energiek over. Al die turbo-energie is wel een beetje verdacht. Er wordt wel over gepraat in de top, of hij de energie uit een potje heeft. Je verwacht dat hij op een keer gaat instorten, het effect van die middelen moet minder worden.

Amfetamine heeft maar een relatief kort effect en vervelende bijwerkingen. Ik voel me nu een echte sensatiejournalist, maar eh… ik moet doorvragen. Zou hij aan de EPO zitten? Bloeddoping? Tegenwoordig ook weer hot.

Jij komt ook tamelijk energiek over 😉
“In principe ben ik lui, tenzij ik gedwongen word om te werken.”
Niet bij fysieke sport dus.
“Blijkbaar houd ik meer van geestelijke rust.”
En .. heeft Loek van Wely die voldoende?
“Te weinig hè? Naar zijn wens.”
Welke negatieve emoties zitten jou het meest dwars?
“Lastig… stupiditeiten, ook van mezelf, kunnen mij mateloos ergeren. Kortzichtige mensen ook. Dit staat los van het schaken en zo. Maar over het algemeen is het handig als je geen overtollige ballast meeneemt naar de partij. Zoals ik eerder zei, emoties moet je begeleiden, dan kunnen ze erg helpen.”
Wat ga je daaraan doen …
“Hopen dat het beter wordt.”
… Naar de psychiater, mediteren?
“… Mijn probleem is dat niet snel dingen aanneem, ik moet iemand eerst respecteren. Bij een wildvreemde psycholoog of zo zal ik dat niet gauw doen, ik ben erg sceptisch. Ik zou het kunnen proberen, maar ja, naar een dokter gaan doe ik pas als ik halfdood ben. Ooit had ik een tandvleesontsteking. Ik stelde het antibiotica halen zolang uit dat ik het bijna uitschreeuwde van de pijn tijdens een toernooi.”
En iets als meditatie?
“Ik kan wel tot rust komen, hoor, lekker thuis zitten in mijn eentje.”
Brengt seks jou tot rust?
“Seks ontspant, maar seks komt meestal niet alleen.”
Alleen zijn is wel lekker, maar op een gegeven moment wil je toch die vrouw, Loek. En dan heb je minder vrijheid.
“Je moet keuzes maken. Het leven is niet altijd eenvoudig. Ik klaag niet. Ik ben wel een perfectionist en het is soms frustrerend als het niet lukt het maximale te halen.”
Noem eens een doelstelling buiten het schaken die jij zou willen halen.
“De doelstelling van veel mannen is zoveel mogelijk seks met zoveel mogelijk vrouwen hebben. Maar zoveel tijd heb ik niet, want je moet flink investeren. Het liefst wil ik dan ook nog ‘the top of the bill” hebben – ik ben erg selectief.”
Is je vriendin mooi?
“Marion is mooi ja, ze heeft veel belangstelling van mannen. Als ik op straat met haar loop, wordt er veel gekeken.”
Ben je snel jaloers?
“Nee… Ik probeer dat los te laten, anders heb ik gewoon geen leven meer.”
Wanneer ga je nou eens beter lopen, man? Van 1 uur 33 raakt Marion niet onder de indruk…
“Ik heb eens 20 kilometer in 1 uur 25 gelopen, hoor. Ik train niet veel op duurlopen, maar ik wil regelmatiger dit soort loopjes gaan doen. Veel loopconditie haal ik uit de voetbaltraining, twee keer per week. Ik heb een redelijke basisconditie: ik tennis, fiets, ik heb een vriendin.
Vertel eens meer. Ik kan er geen genoeg van krijgen.
“Een vrouw heeft voor- en nadelen. De voordelen zijn dat je regelmatiger leeft, beter eet, en een sociaal rijker leven hebt. Je gaat ook samen slapen om een uur of twaalf, één. De hele nacht ICC-en is er dus niet meer bij. En ze staat erop dat ik goed eet. Nadelen? Vrouwen staan erom bekend: ze kunnen goed zeiken. Je moet rekening met een ander houden, je hebt veel minder vrijheid.”
Dat is de keerzijde van de grotere discipline.
“Maar je wilt natuurlijk altijd hebben wat jou op dat moment het beste uitkomt. Ik moet er natuurlijk wel voor hoeden dat ik onder de plak kom te zitten – zoals veel mannen die vroeger bekend stonden als vrijbuiters, nergens voor terugdeinsden. Nu ze een vrouw hebben, doen ze geen stoute dingen meer. Dan bel je ze om wat te gaan doen, maar ze moeten ‘overleggen’ of ‘Jantien moet naar ballet’.”

Jou kun je nu nog bellen voor iets stouts.
“Uiteraard.”

Een dag na de Damloop stuurt een nog steeds ontdane Van Wely me een mailtje: “Ik zag dat mijn exacte tijd 1.33.42 was, en mijn tussentijd na 10 km 54 minuut 27. Jouw eindtijd was iets van 1.44; tussentijd na 10 km 1.03. Was dat gestrompel van mij over de laatste 6 km toch nog sneller dan jouw eindsprint. Maar toch smaakt dit naar meer. Ik eis revanche!”

 

(uit: Schaaknieuws, 2003)

 

Advertenties

4 gedachten over “Loek van Wely, over hardlopen, vrouwen en schaken

  1. Pingback: Anish Giri en ergernis tav Magnus Carlsen | Blog van Renzo Verwer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s