Houellebecq

Wellebek zegt wat hij denkt

Door Boudewijn van Houten

Omdat Houellebecq wel eens de Goncourt-prijs zou kunnen krijgen en in ieder geval al veel geld krijgt, zijn ze in het literaire Parijs druk met hem bezig.

‘Ik heb de indruk dat ze me als onderwerp voor polemieken een beetje beu beginnen te worden, zei de Franse romanschrijver Michel Houellebecq onlangs tegen het weekblad Le Nouvel Observateur. Hij meende ‘tot de categorie van de ongevaarlijke klassieken’ te gaan behoren.
Nu, zo ver is het voorlopig nog niet. De Franse journalisten schreven zich dit najaar een kramp over Houellebecq en er verschenen ook nog eventjes vijf boeken over hem. Bovendien wordt hij als een serieuze kandidaat gezien voor Frankrijks meest prestigieuze literaire prijs, de Prix Goncourt, die hij dan zou krijgen voor zijn op 31 augustus uitgekomen roman La possibilié d’une Ile (in november in Nederland verschijnend onder de titel De mogelijkheid van een eiland).
En dan was er nog de kwestie van de presentexemplaren. In strijd met de gewoonte stuurde de uitgever slechts drukproeven aan vijftien recensenten, stuk voor stuk mensen van wie aangenomen kon worden dat ze enthousiast over het boek zouden zijn. Met het gevolg dat de overigen bijzonder pissig werden – en het manuscript toch onder ogen kregen natuurlijk. Ze schreven, zoals de hoofdredacteur van Lire bijvoorbeeld: ‘Bof, pas terrible (tja, niet geweldig)’. Angelo Rinaldi, die beweerde zo’n drukproef op een bank in een park te hebben gevonden, daar achtergelaten door een duidelijk totaal ongeïnteresseerde lezer, zei over het boek in de Figaro litteraire: ‘Nog nooit iets gezien dat tegelijk zo dor, zo armzalig en zo duister was.’
Iets wat je ook overal weer moet lezen, is dat Houellebecq toch zo’n commerciële schavuit is. Hij zou alles om het geld doen, ook het veroorzaken van schandaaltjes als dat van de recensie-exemplaren of schandalen als met de verklaring indertijd dat de islam ‘de lulligste van alle godsdiensten’ was. Het blijft een feit dat Houellebecq geld verdient als water. Zo is hij ook naar een andere uitgever overgelopen, naar men fluistert voor een bedrag van 1,3 miljoen euro! Wel iets om jaloers op te worden – en jaloezie lijkt wel ongeveer het sterkste sentiment in het uiteindelijk vrij kleine Parijse literaire wereldje.
Hoe de rijke Houellebecq – spreek uit Wellebek – nu leeft, is best aardig te volgen in zijn nieuwe roman. Zoals gewoonlijk is die weer behoorlijk autobiografisch. ‘Het enige waardoor je je laatste illusies over de mensheid kunt verliezen, is snel een boel geld verdienen.’ Toch moet je ook weer niet te ver gaan met het gelijkstellen van ‘ik’ en Michel. Dat is sowieso al niet mogelijk, omdat de roman zich in verschillende tijdperken afspeelt: in het heden, maar ook in een verre toekomst, waarin een soort klonen van de hoofdpersoon aan het woord komen. Hoor je het meest Daniel 1, hij wordt geregeld onderbroken door Daniel 24 en vervolgens Daniel 25.
Dit doet denken aan de opzet van Elementaire deeltjes, de roman waarmee Houellebecq in 1998 doorbrak. De overeenkomst met dat boek is zelfs nog groter. Want opnieuw gaan we op bezoek bij een malle sekte, die opnieuw de vrije seks propageert. Ditmaal heeft Houellebecq zich laten inspireren door de Raelian Movement van de profeet Raël. Als je diens website leest, zie je dat Houellebecq maar weinig erbij gefantaseerd heeft: de profeet uit het boek belooft ook het eeuwige leven door middel van kloning, de rituelen doen ook wat oosters aan, de profeet stelt ook dat de mens geschapen is door de buitenaardse, hoogbegaafde en verfijnde Elohim, die hij in de ruimte ooit mocht ontmoeten… Er bestaan foto’s van Houellebecq in gezelschap van Raël, die in z’n witte kleding overigens het meest doet denken aan een chef-kok.
Genoeg gelachen. Houellebeq vindt dat we wat al te makkelijk om sekten lachen tegenwoordig. Ze hebben iets, zo is zijn mening. In La possibilité d’une Ile komt de profeet trouwens akelig aan zijn einde – aan het mes geregen van een Italiaan, die het niet echt kan waarderen dat de profeet zijn vriendin opeist. We hopen maar voor Raël dat Houellebecq voor één keer niet een voorspelling heeft uitgesproken. Tenslotte was het nogal verbluffend dat hij een zeer bloederige aanslag door islamitische extremisten beschreef in zijn roman Platform, die 18 dagen uitkwam voordat de vliegtuigen zich in het World Trade Center boorden! Houellebecq zei echter tijdens het reeds genoemde interview: ‘Ze moeten m’n boeken niet als voorspellingen lezen… Wat mij werkelijk interesseert, dat is niet het idee van de toekomst, dat is het schrijven. Ik hecht meer aan de kwaliteit van mijn teksten dan aan de waarde van mijn vermoedens.’
Hoe is de kwaliteit van zijn teksten en in het bijzonder van zijn laatste tekst? Bof, pas terrible. Zoals gezegd, de volledige herhaling van het recept van het eerste succesboek irriteert op zich al. Nu was Elementaire deeltjes niet voor niets zo’n succesboek. Het is waarschijnlijk het beste dat Houellebecq tot nu toe publiceerde, naast enkele essays. Maar om het nu dunnetjes over te doen… De passages die zich in de verre toekomst afspelen, zijn ook niet weinig vervelend. Of je moet een liefhebber van het SF-genre zijn. Zoals men weet, heeft Houellebecq gedebuteerd met een korte biografie van de Amerikaanse SF-schrijver Lovecraft, waarmee hij z’n sympathie voor het genre al liet merken. Trouwens ook z’n sympathie voor de geringe mensenliefde van Lovecraft.
Maar net als Elementaire deeltjes is La possibilité d’une Ile ook veel beter dan het tussen die twee boeken verschenen Platform. In Platform leek Houellebecq werkelijk van God en alle heiligen verlaten. Hij deed daar dan wel die juiste voorspelling, hij zei wel meer verstandigs, hij was ook vaak weer erg grappig op zijn norse wijze, maar vooral de seks in de roman was zeldzaam goedkoop. De ongeïnspireerde erotische passages kwamen amper boven het niveau van verhalen in de Chick uit, in het bijzonder omdat ze zo irreëel waren en iets hadden van kinderachtige jongensdromen. En dat geldt helaas ook wel voor vele erotische passages in La possibilité d’une Ile. Kijk, als de 25 jaar jongere vriendin van de hoofdpersoon geen broekje blijkt aan te hebben als ze in zijn auto stapt…
Ondanks dit alles is deze roman geen onbelangrijk boek. Het staat namelijk vol met gedurfde, verre van onbenullige gedachten. Erich Naulleau, die met Au secours, Houellebecq revient een van de vijf recente boeken over Houellebecq schreef, zegt terecht: ‘Hij is geen stijlschrijver, hij is een themaschrijver. Daarom doet hij het perfect tijdens dineetjes en is hij het ideale onderwerp bij onze nationale sport: praten over een boek dat je niet gelezen hebt.’
La possibilité d’une Ile is inderdaad een ideeënroman. We noemen er een paar. Zet u schrap. Kinderen worden ‘kwaadaardige dwergen’ genoemd ‘met een aangeboren wreedheid’ en ‘al de ergste trekken van hun ras’. De ik-persoon spreekt zich uit ‘tegen alle vormen van revolutie’ en noemt zich een ‘rechtse anarchist’. Een demonstratie tegen voorgenomen ontslagen is zijns inziens ‘even absurd als een demonstratie tegen het koude weer of tegen een sprinkhanenplaag in Noord-Afrika’. In onze huidige samenleving constateert de ik-persoon ‘de behoefte aan een terugkeer naar een primitieve toestand waarin de jongeren zich genadeloos van de ouderen ontdoen’. Verder heerst er totale oppervlakkigheid; het gaat er alleen nog om dat kids aan hun fun komen.
Net als bij het lezen van Elementaire deeltjes constateer je dat Houellebecq meer vertrouwen heeft in wetenschappelijke ontwikkelingen dan in sociale wereldverbetering. ‘Alleen de wetenschap zegt de waarheid,’ zei hij tegen Le Monde. De hoofdlijnen van zijn denken kun je zeker in verband brengen met de door hem ook wel eens genoemde Franse socioloog Auguste Comte, wiens ‘positivisme’ voornamelijk neerkwam in een groot geloof in de exacte wetenschap. Weer zoiets dat vandaag niet mag. Om over die denker te lezen en over zijn niet onaanzienlijke invloed in Nederland, kunt u overigens goed terecht bij een enkele maanden geleden verschenen, lijvig academisch boek van de Leuvense universitair docent Kaat Wils: De omweg van de wetenschap. Het positivisme en de Belgische en Nederlandse intellectuele cultuur 1845-1914.
De ideëen van Houellebecq mogen hard overkomen, ze lijken niet uit de lucht gegrepen. Goedbeschouwd is het nogal verbazend dat de Franse recensenten zich afvragen of Houellebecq oprecht is. Wijst dit op hun kwade wil? Ongetwijfeld, maar er speelt nog iets mee. De socioloog J.J.A. van Doorn zei al eens: ‘Wie eerlijk is, weet dat de taboeïsering in onze samenleving groteske vormen heeft aangenomen… We hebben een intellectueel klimaat geschapen dat op eieren lopen tot een deugd heeft verheven.’ Nu, Houellebecq trapt de eieren onbekommerd stuk. En dat is zo ongewoon, dat de mensen denken dat hij het wel niet zal menen. Vooral de recensenten, die de taboes nog zorgvuldiger ontzien dan het grote publiek, kunnen maar niet overweg met de eerlijkheid van Houellebecq. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Wij liegen altijd, denken de recensenten, dus dan zal Houellebecq het ook wel doen. Maar hij lijkt dat niet te doen…
Behalve van allerlei balorige en soms zelfs onzinnige ideeën – je moet Houellebecq nu ook niet als de geïncarneerde intelligentie en eruditie gaan zien, om nog niet te spreken van de levensstijl van deze man die de journalist van Le Monde op leren sloffen ontvangt – ritselt La possibilité d’une Ile net als de vorige boeken van deze schrijver weer van de opmerkelijke en hoogst originele uitspraken. Had hij er maar een kort aforismenbundeltje van gemaakt! Ja, waarom eisen publiek en critici toch altijd weer de roman, de heilige roman? Bij de meeste auteurs leidt het tot veel gezwets, ook ditmaal weer.
Maar voor de roman heeft Houellebecq wel echt een vondst gedaan door als zijn alter ego een komiek te nemen die met een one man show een fortuin bijeen gegaard heeft – een wat wrange komiek uiteraard. Door middel van deze truc kan hij veel gezegd krijgen en kan hij zich bijvoorbeeld ook uitleven in fantasieën over films die hij zou kunnen maken. Sinds de zojuist verschenen biografie Houellebecq, non autorisé van Denis Demonpion weten we namelijk dat Houellebecq de filmschool Louis-Lumiere gevolgd heeft en dus ambities in die richting had. De biografie onthult overigens ook dat Michel Houellebecq in feite Michel Thomas heet, dat ‘Houellebecq’ de meisjesnaam van zijn geliefde grootmoeder van vaderszijde was en dat hij twee jaar ouder is dan hij doorgaans opgeeft.
En nu maar afwachten of hij de Prix Goncourt krijgt. Waarom niet? Zijn boek is prikkelend en dat valt van de concurrenten nauwelijks te verwachten. De beste rivaal is nog Amélie Nothomb, van wie zojuist de roman Acide sulfirique verscheen. Francois Nourissier, jurylid van de Goncourt-jury en oud-voorzitter, was een van degenen die wel een recensie-exemplaar van La possibilité mocht ontvangen en is vóór. Maar voorzitster Edmonde Charles-Roux is tegen… We zullen het weten op 3 november.

Michel Houellebecq : La possibilité d’une Ile
Fayard, € 24,70
Michel Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland
Vertaald door Martin de Haan, De Arbeiderspers, €21,95.

(Dit artikel verscheen eerder in HP/DT, 2005)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s