AMSTERDAMSE HUMOR , NU 1e en 2e deel!

door Donald Olie

Ooit werkte ik als badmeester in het Amsterdamse Sloterplasbad. Ik moet toen negentien zijn geweest. In die tijd hadden de badmeesters en de badjuffrouwen gescheiden schaftlokalen, die weer in verbinding met elkaar stonden middels een luik op hoofdhoogte.
De dames moesten altijd even omlopen voordat zij bij hun gedeelte waren. Elke dag had de hoofdbadmeester, een gezette Jordanees met pikzwart geverfd haar die buiten werktijd inzetbaar was als zanger/accordeonist van het Amsterdamse levenslied, dezelfde grap in petto. Op het moment dat de dames binnenstapten riep hij met zijn neuzige Amsterdamse accent: ‘Attelenooyelije’ zitten jullie nou nog thee te pijpen?!’
Deze Eddy Wally-lookalike had meer typische Amsterdamse grappen in voorraad. Zo schiep hij er een duivels genoegen in om een hoogstpersoonlijk gedraaide drol in een schoen van een collega te deponeren. Maar het meeste plezier ontleende hij aan die keer dat hij de stuurpin van de bromfiets van Nelis, een bijna gepensioneerde badmeester, eruit had getrokken. Genoemde Nelis fladderde na de start als een onthoofde eend van zijn onbestuurbare voertuig en landde keihard op de stenen, waarna hij even later ook nog zijn eigen brommer boven op zich kreeg. De hoofdbadmeester piste zowat in zijn broek van het lachen, en toen de arme Nelis met botbreuken en grote open wonden door een ambulance moest worden weggehaald kwam ie helemaal niet meer bij van de pret.
Humor. Amsterdamse humor. Een soort van humor die buiten de hoofdstad overigens niet geheel onbegrijpelijk, vaak een stuk minder werd gewaardeerd dan in Mokum zelf.
Amsterdamse humor zou zich onderscheiden van de gebruikelijke humor vanwege een buitensporige hardheid, vulgariteit, arrogantie, brutaliteit en branie, maar vooral vanwege de gewoonte op de man te spelen. Dit doorgaans door middel van het zogeheten ‘zuigen’ ( uitputtend treiteren) van het slachtoffer.
Wie die echte onvervalste Amsterdamse humor zoekt moet in xc3xa9xc3xa9n van die nog weinig overgebleven echte ouderwetse Amsterdamse koffiehuizen zijn, van die gelegenheden waar ’s ochtends om zes uur koffie wordt gezet in een gigaketel die vervolgens de hele dag wordt uitgeserveerd.
Daar maakte ik eens mee dat een stel huisschilders/behangers/stucadoors aan het klaverjassen was terwijl zij hun koffie en broodje bal gehakt vreugdeloos wegwerkten. Kaarten en met name klaverjassen is, vooral in Amsterdam een bloedserieuze zaak . Al snel ontaardde het kaartspelletje dan ook in een ernstige ruzie, waarbij de ergste vloeken, krachttermen en zelfs bedreigingen werden geuit. Een wat suffig uitziende man, type Co Stompé, bleek de pispaal te zijn waar de anderen zich op richten. En plotseling als uit 1 keel begonnen zij dreinerig te zingen: ‘heya Jan Bols, heya Jan Bols, heya, heya, heya Jan Bols’! Co Stompé werd vervolgens zo giftig dat hij zijn kaarten in de lucht gooide en zijn plaaggeesten verrot schold met als gevolg dat opnieuw het ‘Heya Jan Bols’ werd ingezet.

Bekende Amsterdamse humoristen zijn of waren: Kraaykamp senior, Adèle Bloemendaal, Piet Bambergen van de Mounties en niet te vergeten rasMokummer Maarten Spanjer.
Maarten is waarschijnlijk een goed voorbeeld van een man die de Amsterdamse humor hanteert. Ik heb het dikwijls meegemaakt dat hij een slachtoffer uitzocht, en dan het liefst iemand die niet al te goed gebekt was en die hij dus gemakkelijk aankon… Zo iemand werd dan publiekelijk en dikwijls zeker niet ongrappig voor lul gezet. Ik heb hem echter ook eens de mist zien ingaan. Dat was het geval met de inmiddels overleden Telegraafjournalist Peter Boekhoudt. Maarten had zich een beetje verkeken op het accent van Boekhoudt die nog niet zo lang tevoren van Groningen naar Amsterdam was verhuisd en dacht ten onrechte dat hij hem als beroepsamsterdammer makkelijk aankon. Niets bleek echter minder waar toen Boekhoudt met geniale oneliners de vloer aanveegde met de anders zo gevatte humorist. Dit uiteraard tot groot genoegen van de omstanders. Toen bleek, en dat is waarschijnlijk ook een typisch Amsterdamse eigenschap, dat veel Amsterdammers uitstekend kunnen uitdelen maar niet best kunnen incasseren.
Maar de personificatie van de Amsterdamse humor is natuurlijk de ouderwetse Amsterdamse portier. Een archetype: blond, groot breed en dik. Mannen die je gewoon een schop onder je hol verkochten als ze meenden dat je ze te weinig fooi gaf.
De meesten onder hen hadden altijd prachtige verhalen waarbij zijzelf immer stralend middelpunt waren. Ik herinner mij met name dikke Willem, een mastodont van rond de 130 kilo. Willem deed niet aan enige vechtsport, maar was, zoals hij het zelf noemde ‘sterk van z’n eige’.. Zo heb ik hem eens een groep baldadige boeren, bezoekers van de Landbouwbeurs, naar buiten zien werken. Indrukwekkend.
Een boerenzoon, zelf ook niet bepaald misselijk om te zien, bleef klieren, waarop Willem hem dreigde met de tekst: ‘Zeg boer Harmsen, nokken nou, Anders krijg jij van mij zo’n partij stompen dat je kleren uit de mode zijn als je weer bijkomt!’

Ooit had ik eens een typisch Amsterdams grietje in een discotheek versierd. Zo’n ‘Kinkerstraatje’. Toen er een beeldschoon meisje passeerde sprak Cinderella de historische woorden: ‘Ze kannen nog zo knap sijn, as ik se een beuk geef gane ze wel gestrekt!’En daar viel geen speld tussen te krijgen.

De geliefde Amsterdamse orgeldraaier Willem Parel, de Amsterdamse tofferik bij uitstek, was nota bene een creatie van de geboren en getogen Utrechter Wim Sonneveld!
Al geruime tijd lijkt de hoofdstedelijke humor overvleugeld te zijn door de humor uit Den Haag. Ik noem u Koot en Bie, Paul van Vliet, Harry Jekkers en meer recentelijk Henk Bres en Sjaak Bral. De laatste tijd is er echter een kentering gaande. Momenteel heb je meerdere authentieke Amsterdamse humoristen die onbehoorlijk leuk staan te doen als standup comedian.

Gesprekken met vijf Amsterdamse Humoristen. En een beroepshagenees.
Marco Penose (33) is het typische voorbeeld van Amsterdamse branie.
‘Als ik een zaal vol vrouwen heb zit ik altijd goed,’ roept Marco zelfverzekerd. Maar, Amsterdamse branie of niet, Marco maakt het wel waar. Hij beledigt vrouwen op de meest vreselijke manier, maar ze blijven dol op hem. Zo vroeg hij eens aan een meisje dat hem zwijmelend aankeek of ze aan de drugs was. Toen ze heftig ontkende had hij terug: ‘verrek, dat lijkt net zo.’ Na de voorstelling kreeg hij haar 06-nummer.
Hij is ook voor niemand bang. Tegen een tafel met grote gespierde ‘gangsta’ negers repte hij over andere negers; ‘net als jullie, maar dan hetero!!’
Dezelfde avond zet hij een groep blanken, type freefighters, even stil in de tijd. ‘Jongens, hebben jullie een vrijgezellenfeestje of hebben jullie je zomaar als eikels verkleed?!’ De zaal ging plat en de aangesprokenen keken alsof ze ineens ontdekten dat ze in hun ondergoed zaten.
Marco’s act is eigenlijk een soort schelmenrelaas met veel sex, drank en soortgelijks. Met uitzondering van een tafeltje met werkneemsters van een feministische boekhandel op veganistische basis boekte hij bij iedereen een hilarische lach. Het is laag, smerig en seksistisch, en de comedypolititie is er niet blij mee, maar je moet lachen, of je wilt of niet.
‘Amsterdamse humor is vooral heel erg op de persoon gespeeld,’ deelt Marco me mee na afloop. ‘En dat kan heel ver gaan. Soms ga ik wel eens zo ver door dat vrouwen beginnen te huilen of dat mannen met me op de vuist willen. Maar meestal weet ik het wel weer recht te breien, ‘glundert Marco.
Amsterdamse humor is ook typische grotestadshumor. Er zijn ook veel overeenkomsten met Haagse humor. Als ik in Den Haag optreed, dan krijg ik de mensen mee, Hagenezen zijn hard en scherp, maar ze kunnen incasseren.
In Rotterdam heb ik wel eens moeten vluchten voor mijn leven doordat ze een grap over hun stad iets te letterlijk namen.
‘Ach, wij Amsterdammers hebben nu eenmaal een grote bek maar tegelijk een heel klein hartje.’

‘Hallo Dames,’ is de vaste openingszin van Johan van Gullik.(33.) Vervolgens kijkt hij onnozel de zaal in en vraagt:’ zei ik nou alleen dames?!’
De ene keer ligt de zaal dubbel, maar een andere keer blijft het doodstil.
Ik zag hem een keer aan de gang toen de zaal was bevolkt met voornamelijk herintredende stewardessen, cursisten van Schoevers en een aantal vrouwelijke Volkert van der G.-aanhangers.
Johan liet zich niet weerhouden door de wat koele ontvangst en dieselde onverstoorbaar door over zijn vader die ooit als ‘de befkoning’ van de Pijp bekend stond. De dames trokken hun zuurste gezicht en dat werd er niet beter op toen Johan het had over ‘wijven met een bouvier tussen hun benen.’
Tegen het moment dat hij was aanbeland bij zijn ‘blinddate’ die te lang op zijn wc had gezeten , waardoor hij zich genoodzaakt zag de lucht met een zwaar dennenextract te lijf te gaan en daarbij een, zoals hij het zelf verwoordde, ‘ontbijtkoek met polsslag’ in de toiletpot ontwaarde, was er alom verontwaardiging. Ik hoorde een vrouw sissen, ‘waarom moeten we dit aanhoren?!’Drie vrouwen stapten op, terwijl de weinige aanwezige mannen gierend over hun tafeltje hingen.
‘Het komt eigenlijk allemaal door mijn vader,’ probeert Johan de schuld op de oude Van Gulik te schuiven.’Die man, was echt zo’n Amsterdamse kroegganger, altijd lam en altijd in voor een gebbetje. Hij zag er eigenlijk net zo uit als Andre Hazes, ook zo’n worst op pootjes. Dankzij hem ben ik eigenlijk in aanraking gekomen met die typische Amsterdamse humor.
Ja, het is wat Marco ook al zegt; Amsterdamse humor is eigenlijk afzeikhumor, maar tegelijk soms ontzettend geestig en hilarisch. Soms kom ik wel eens in van die echte Amsterdamse koffiehuizen en kroegen, nou, wat je daar hoort, dat is echt fantastisch. Die gesprekken tussen die mannetjes zijn uniek en veel grappiger dan Youp van ‘Hek en Freek de Jonge samen.

‘Amsterdamse humor; je begrijpt het of je begrijpt het niet,’ doceert Tom Sligting. ‘Het is meer een gevoel. Als je bijvoorbeeld in Almelo bij een bakker staat en je gebruikt Amsterdamse humor, dan kijken ze je aan alsof je achterlijk bent. Mensen die uit Amsterdam komen, of daar een bepaalde ‘commitment’ mee hebben, die voelen aan wat je bedoelt. Die hebben dat meteen door, dat hoef je niet uit te leggen. Dat is echt Amsterdamse humor.’
Anders dan Marco en Johan meent Tom dat Amsterdamse humor niet hard en confronterend is.
‘O.k., het kan soms zuigend zijn en treiterend, maar in feite is het toch goedmoedig; ‘ludieke grapjes’. Het kan voor een vreemde hard doorkomen, maar in werkelijkheid valt dat toch erg mee.
Buiten Amsterdam wordt het niet gepakt, maar daar begrijpen ze het ook niet.
Ik ben dan wel Amsterdammer, maar mijn humor reikt wel verder dan dat en daarom ben ik ook in heel Nederland inzetbaar.
Ik heb me ook ten doel gesteld om een soort van verhalen te maken waarmee ik toch van Groningen tot Maastricht aan de bak kan.
Het is overigens wel zo dat als ik hier, in Amsterdam, het Comedycafé speel, dat ik er dan nog wel eens een tandje op gooi.’

‘Wie houdt er hier niet van lekkere dikke negerinnen?!’ opent miss Lucillie haar act. Ik ben 95 kilo,’ licht ze toe; ’95 kilo lekker’. Aansluitend volgt een hilarisch verslag over haar bezoek aan een sauna, waarbij ze haar sleutels, mobieltje, telefoontje en keeshondje tussen haar vetplooien vervoert. Als zij aankondigt een verlegen blonde jongen ‘zodanig te slopen dat ie om z’n moeder zal roepen’ ligt de zaal aan haar voeten.
Miss Lucillie ( Paramaribo 1960) begon ongeveer een jaar geleden met standup comedy in Toomler. Al snel kwam ze er achter dat ze daar weinig te zoeken had en beter paste bij de ambiance van het Comedy Café.
Bijna elke week kunt u deze moeder van twee pubers hier aan het werk zien op het Open Podium op dinsdagavond. Maar mis Lucillie staat ook zo nu en dan in ‘The Talent night’ op woensdagavond. Het moge duidelijk zijn; zij is een ‘Rising Star.’
Miss Lucillie: ‘Ik ben op mijn zevende in Amsterdam komen wonen en daardoor heb ik nu zo’n ‘platte bek.’
Als mensen mij eerst over de telefoon spreken en later ontdekken dat ik een dikke negerin ben, dan reageren ze altijd heel verbaasd.
Mis Lucillie kun je onmogelijk over het hoofd zien. Op typische Amsterdamse manier kletst zij haar act aan elkaar, en mag soms graag het publiek er in betrekken.
Miss Lucillie: ‘Amsterdamse humor is heel direkt en vooral gevat, en dat ligt mij buitengewoon.’ Hierop volgt zo’n aanstekelijke lach dat ik nu nog zit na te gniffelen.

Harry Glotzbach (36) opent zijn show vaak met de opmerking dat hij uit het Noorden van het land komt. Als er dan door een paar Groningse boeren instemmend wordt geklapt, laat hij en passant vallen: “Amsterdam-Noord!!”
Zo verhaalt hij over het feit dat buren in Noord het liefst bij elkaar op visite gaan als de ander niet thuis is en als gevolg daarvan de halve huisraad van de buren in hun eigen woning hebben staan.
Ook de reactie van het Afrikaanse stamhoofd ‘Momboesoe’ op de kleding die hem toegestuurd door het Leger Des Heils uit Amsterdam Noord is hilarisch.
“Oenka boenka, wat sturen jullie nu weer voor rotzooi? Tijgerprintrokjes, roze stretchleggings en fuck-me boots?! Alle vrouwen in mijn stam lopen nu als een hoer erbij!!”.
Harry refereert aan de bijbel met Adam en Eva als de allereerste mensen op deze aarde, maar in Noord stamt iedereen volgens hem af van de allereerste Johnny en Anita, Johannus en Anitus.
Harry:’Amsterdamse humor is gevat, hard en direct, soms kan dat ontaarden in afzeiken, maar het blijft altijd ‘dollen’. Respect is belangrijk.’ Wat ook typisch Amsterdams is, is het herhalen van dezelfde grap keer op keer. Iemand die bijvoorbeeld al 30 jaar aan tafel zegt als hij uit eten gaat: “Wat kan je lekker vreten he, als je geld hebt!”. Zo’n grap maakt dan een hele levenscyclus door.
Harry Glotzbach brengt naast zijn typische Amsterdamse verhalen ook comedy over brede maatschappelijke ontwikkelingen, zoals integratie, racisme, afbraak van de welvaartsstaat, terrorisme en de verfransbauerisering van Nederland.

Om toch nog iets van een objectief beeld te krijgen vroegen we ook cabaretier, standup comedian en beroepshagenees Sjaak Bral (40) naar zijn mening over Amsterdamse humor.

‘Amsterdamse humor is net als Haagse humor grote-stadshumor, dus hard, soms meedogenloos,en onder de gordel en meestal op de man gespeeld.
Het verschil is wellicht dat Amsterdammers net iets gemoedelijker zijn dan Hagenezen, die echt elke zin doorspekken met ‘kanker, typhus, pleuris’.
De echte Hagenees is het archetype van De taxichauffeur, terwijl een Amsterdammer, een sjacheraar is, een marktkoopman. Alletwee dus bijzonder goed gebekt.
Die wedstrijden tussen Ado-Den Haag en Ajax, en dan bedoel ik vooral die verbale wedstrijd, dat is smullen geblazen voor de liefhebber.’

Dit artikel verscheen eerder in Penthouse, augustus 2005

Advertenties

12 gedachten over “AMSTERDAMSE HUMOR , NU 1e en 2e deel!

  1. Valentijn.

    Renzo, doe mij in vredesnaam een plezier! Stop met dat populaire gedoe met die Olie! En bespaar mij al helemaal zogenaamde lollige anecdotes over die vreselijke Maarten Spanjer. Zelfs aan platheid zijn grenzen. Leeft die Spanjer eigenlijk nog?

  2. Valentijn.

    Dit is nu echt een ontzettend onzinargument, Renzo. Ik heb gewoon geen trek om mij te hoeven verdiepen in die patserige Olie of die bloedordinaire Spanjer. Graag een beetje beschaving als het niet teveel gevraagd is! Weg met die schreeuwers!

  3. Valentijn.

    Ik heb die Olie eens mogen aanschouwen in het comedy cafe. Wat zo’n figuur daar zo maar even durft te zegen, nee, afschuwelijk!
    Echt, dat iemand anno 2005 dit soort grofheden en seksistische praat mag rondstrooien is onbegrijpelijk. En eerlijk gezegd vind ik ook dat zoiets niet kan. Ik houd erg van humor en het mag ook best een beetje schuin zijn, maar er zijn grenzen en er bestaat ook zoiets als innerlijke beschaving. Iets waar de heer Olie duidelijk niet onder gebukt gaat!

  4. Tanja

    Valentijn, waarom maak jij je nou druk om zo’n Donald Olie die seksistische praatjes rondstrooit? Ik heb hem met mijn vriendinnen meerdere keren zien optreden in het Comedy Cafe en wij liggen elke keer in een deuk om die vent. Die man is zo ongegeneerd grof en geestig tegelijk!
    Ik als vrouw zijnde heb mij nog nooit beledigd of gekrenkt gevoeld door die man, integendeel. Ik ben eerder een beetje bang voor zeikerdjes als jij Valentijn, mannen die bang zijn dat wij vrouwen zovel grofheid niet aankunnen. Kijk, en dat vind ik nou pas echt seksistisch, die betutteling! Maar mischien neem jij comedy gewoon iets te serieus en ben je meer geschikt voor de humor van bijvoorbeeld Seth Gaikema.

  5. Donald Olie.

    HALLO TANJA! HARTSTIKKKE LEUK OM TE HOREN DAT ER NOG MENSEN ZIJN DIE COMEDY EEN BEETJE BEGRIJPEN, IN TEGENSTELLING TOT SUKKELS DIE ALLES VEEL TE LETTERLIJK NEMEN!
    MORGEN, MAANDAG 12 SEPTEMBER, VINDT ER WEDEROM EEN AFLEVERING PLAATS VAN DE AMSTERDAMSE AVOND IN HET COMEDYCAFE OP HET MAX EUWEPLEIN. AANVANG 21.00 U.
    WEET JE WAT TANJA, IK DOE EENS GEK EN IK LAAT TWEE VRIJKAARTJES VOOR JOU WEGLEGGEN BIJ DE DEUR!
    DAG MOP, WELLICHT TOT MORGEN!
    😀 😀

  6. Donald Olie.

    IK KAN HET TOCH NIET LATEN OM MIJN TROUWE FANS TE VERBLIJDEN MET HET BERICHT DAT IK VRIJDAGAVOND IN HET WERKTHEATER DE EERSTE PRIJS HEB WEGGESLEEPT BIJ DE KNOCKOUT-STANDUPWEDSTRIJD VAN DE GULLE LACH.
    HIEPERDEPIEPERDEPIEP!!!!!!!!! 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀

  7. Valentijn.

    Renzo, ik krijg onderhand toch het idee dat die Olie bij jou een dik streepje voor heeft, gezien het feit dat hij zelfs de gelegenheid krijgt om reclame voor zichzelf te maken!

  8. Donald Olie.

    VALENTIJN; IK MOET TOCH WEER EVEN RECLAME MAKEN VOOR MIJZELF! MAAR IK MOET DE MENSEN TOCH EVEN LATEN WETEN DAT ER EEN FIJN BERICHT OVER MIJN OPTREDEN STAAT OP DE CABARETSITE VAN DE ZWARTE KAT.
    VALENTIJN, WAAROM KOM JE NIET EENS KIJKEN NAAR DE AMSTERDAMSE AVOND?! 17 OKTOBER IS DE VOLGENDE. SPECIAAL VOOR ‘JAN PAK DE LEUNING VAST’ TYPES! 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s