Staat religie boven de wet?

door Renzo Verwer

Zojuist verschenen : Michiel Hegener – Vrijheid van godsdienst.

Binnenkort hier een recensie; eerst de aanbiedingstekst:

Vrijheid van godsdienst

In artikel 6 van de Grondwet garandeert de Nederlandse overheid ons vrijheid van godsdienst. Maar honderdduizenden Nederlanders belemmeren intussen ongestraft de godsdienstvrijheid van anderen. Moslims mogen niet openlijk breken met de islam, bijvoorbeeld om hindoe te worden, of boeddhist, christen of atheïst. Ook het hindoeïsme en het christendom zouden meer kunnen doen om de godsdienstvrijheid van hun leden gestalte te geven.

Nog erger is het met de godsdienstvrijheid van kinderen, zuigelingen in het bijzonder: dagelijks worden tientallen Nederlandse babies ingelijfd bij georganiseerde religies. Bij de islam betekent dat voor het leven. Iedereen zou protesteren indien kinderen voor het leven lid werden gemaakt van de VVD of de PvdA, maar religieuze groepen beschikken kennelijk over een uitzonderingspositie.

Michiel Hegener inventariseerde de mate van individuele vrijheid van godsdienst bij een reeks geloofsgemeenschappen, internationaal en vooral in Nederland. Hij sprak met religieuze leiders, juristen en andere betrokkenen over de horizontale werking van Grondwetsartikel 6, mensenrechten, godsdienstonderwijs, opvoeding, relishoppen, onsterfelijkheid, karma, islamitische wetgeving, reïncarnatie, en de noodzaak om Nederland te ontdoen van situaties waarin A de religie van B bepaalt.

paperback, 14,90
160 blz. 12,5 x 20 cm
omslagontwerp Via Vermeulen / Rick Vermeulen
ISBN 90 254 2571 2
NUR 301

Michiel Hegener (1952) is freelance journalist voor onder meer NRC Handelsblad en The Irish Examiner. Eerder publiceerde Contact van zijn hand De bergen als bondgenoot – Reizen door vrij Koerdistan, Archeologie van het landschap, Het Duckdenken en Ons Wilde Oosten – De toekomst van de Veluwe.

Advertenties

18 gedachten over “Staat religie boven de wet?

  1. Peter van

    Klinkt sympathiek en toch heb ik m’n twijfels, hoe zinnig dit is. Je kunt bijv. ook redeneren: waarom zou Nederlands een betere taal zijn dan Duits of Drans? Laat kinderen kennis maken met meerdere talen en daarna een keuze maken. Of dat verstandig is? Moet je niet eerst xc3xa9xc3xa9n taal leren, voor je je in andere kunt verdiepen?
    Analoog hieraan zou je misschien kunnen zeggen: wat is er mis met het opgroeien binnen xc3xa9xc3xa9n godsdienst?

  2. Peter

    Wat is religie?
    Voor een boel mensen is religie (godsdienst) flauwekul. Immers: God bestaat niet. M.i. draait het in religie niet om “bestaan”, maar om verbeeldingskracht.
    Een cirkel bestaat niet, maar is uiterst handig, om bijv. als hulpmiddel te gebruiken bij het bouwen van een huis o.i.d.
    God is een “verzinsel”, dat – als het goed gebruikt wordt – van groot maatschappelijk nut is.

  3. Peter

    – vervolg –

    God is een “geloof” en “niet echt”, zeggen mensen als Rudy Kousbroek (dxc3xa9 religie-kritikaster). Maar Kousbroek is tegelijkertijd een liefhebber van porno. Het verschil tussen religie en porno is echter niet zo groot, in die zin, dat het in beide gevallen om “bedrog” (als je het zo wilt noemen) gaat. De “acteurs” in de pornofilm spelen net zo goed toneel als de dominee of meneer pastoor; waar het om gaat is de verbeeldingskracht van de toeschouwer.

  4. Peter

    – vervolg –

    Dit is wat schematisch gezegd, een porno/religie-acteur
    kan natuurlijk zelf ook lol o.i.d. aan z’n rol beleven en er zelf in geloven. Maar waar het nu om gaat is de rol van de toeschouwer. Die wil iets bereiken (sexuele opwinding/
    religieuze gevoelens). Het verhaal van Kousbroek, dat religieuze gevoelens flauwekul zijn, omdat God niet bestaat, zijn onzin. Immers, “sex” bestaat ook niet. Behalve als het in de praktijk gebracht wordt.

  5. Peter

    – vervolg –

    Religie gaat om geloof in een betere wereld/onderlinge verhoudingen tussen mensen. Je kunt geloven, dat de mens de mens een wolf is, maar dat is xc3xb3xc3xb3k een geloof. Het absurdistische/ sadistische universum van Hermans (W.F.) is hetzelfde laken een pak als het “alles is goed en mooi”-universum van goeroe’s als James Redfield.
    Voorbeeld: Nooit meer slapen van Hermans is exact hetzelfde verhaal als De celestijnse belofte van Redfield.
    In het ene boek gaat alles fout, in het andere gaat alles goed. Tja…

  6. Peter

    – vervolg –

    Omdat we sinds de jaren ’50 ofzo in een cultuur leven,
    waarin negativisme “in” is, bestaat het geloof, dat Hermans wereldbeeld meer klopt, dan dat van Redfield c.s. (Volgens mij maak ik nu een cirkel- hxc3xa1 – redenering, maar Allah!!)
    In ieder geval denken veel mensen, bijv. dat om iets bidden geen zin heeft. Eh… ik ga eerst even een hapje eten.

  7. Peter

    Het probleem, dat ik met Hegener idee heb, is dat hij (ben ik bang) vergeet, dat religie CULTUUR is. Cultus en cultuur zijn woorden, die met elkaar samenhangen. Meegaan in de verbeelding van een sprookje, Sinterklaas, de paus, etc. hoort tot op zekere hoogte bij het leven en van een kind misschien helemaal. Eerlijk gezegd ben ik hier niet helemaal uit. Punt is, als een kind/volwassene per sxc3xa9 moet geloven, dat iets op een bepaalde manier het geval is en er is psychologische druk… ja, dat klinkt eng. Maar een fantasie ala Sinterklaas, is dat ook fout?
    Dat weer niet? Maar waar ligt dan de grens? Mogen kinderen wxc3xa8l in kabouters en elfjes geloven, maar niet in engelen? Of is Hegener niet tegen geloof?

  8. Peter

    – vervolg –

    Nee, in het verhaal over Hegeber staat niet, dat hij tegen geloof is, maar wxc3xa8l, dat hij vind, dat kinderen geloven moeten leren vergelijken (of begrijp ik het verkeerd?).
    En vergelijken ademt m.i. een analytische geest en niet xc3xa9xc3xa9n van fantasie, verbeeldingskracht e.d.
    Pff… ik zou zeggen, laat kinderen lekker wegdromen bij verhalen en poezie en sprookjes en religieuze voorstellingen uit verschillende tradities en doe daarnxc3xa1xc3xa1st aan filosofie-voor-kinderen. Er is bijvoorbeeld een leuk theosofisch boekje, waarin vragen staan als: ruisen de bomen ook. als je er niet bent (in het bos)?

  9. Renzo

    Uitstekende opmerkingen, Peter, en ik had je verwacht ook! Ehm, toch maakt Hegener in zijn boek uitstekende opmerkingen , o.a. over dat islamieten niet openlijk afstand van hun geloof mogen nemen. Dat is echt heel eng!

  10. Peter

    In diverse beroepsgroepen (juristen, artsen, politie?) moet men een eed zweren oid, wie in het leger gaat zweert trouw aan koningin en vaderland (?), christenen, die hun kind laten dopen doen een belofte aan God over de opvoeding van hun kind, etc.
    Zijn deze voorbeelden wezenlijk anders, dan “het kwaad” van moslims, die trouw aan het geloof moeten zweren?
    Ja, indien je van mening bent, dat de islam fout is en ons rechtssysteem, het medische circuit, koningin, vaderland,
    het christendom “goed”/onschadelijk zijn.
    Ligt het zo zwart-wit? Het medisch circuit zet half Nederland aan de pampers, Ritalin, Prozac, valium, etc.
    Staat, leger, politie zijn middelen om over anderen macht uit te oefenen, gebaseerd op het recht van de sterkste.
    Dat klinkt wat somber, want staan ze niet in dienst van democratie en rechtstaat? Misschien wel, maar “werken” die wel? Als democratie betekent, dat iedereen doet waar xc3xade zin in heeft, bv. veel voor de tv hangen en ongezond leven en dat men daar vervolgens recht op heeft, dan is hebben misschien een (moslim?)dictatuur nodig, om het tij te keren van de roofbouw, die zo’n manier van leven aanricht.
    Punt is natuurlijk, dat iedere beweging (poiltiek, religieus) het goede wil voor de mensheid, maar geen enkele er in slaagt. Als moslims/moslimfundamentalisten menen, dat zij met hun religie de wereld/ het geperverteerde westen kunnen redden, dan hebben ze wat mij betreft het voordeel van de twijfel. Misschien, dat als de moslims de macht grijpen (daar ben je bang voor, Renzo?), dat McDonaldsfilialen in brand gestoken worden en frisdrank- en Snickersautomaten verwoest worden op scholen.
    Radicale maatregelen en misschien slecht omdat het met geweld zou kunnen gebeuren (want de bazen in Amerika geven hun melkkoe niet vanzelf op), maar

  11. Peter

    – vervolg –

    misschien in een ander opzicht zxc3xa9xc3xa9r nodig. Al die dikke mensen – teveel eten, te weinig bewegen – kosten behoorlijk wat geld aan voorzieningen. Er zijn mensen die zeggen: ach, wie ongezond leeft gaat ook eerder dood, maar zo werkt dat m.i. niet. Een fout leven leiden (“fout” na de oorlog) leidt tot een medisch circuit, dat gigantisch veel geld kost en dat kan alleen maar in stand gehouden worden, door het elders vandaan te halen.

    Pas stond in het NRC een recensie van een boek over nazi-Duitsland. Gesteld werd, dat de Duitsers het nazibewind wel best vonden, want de welvaartstaat, die Hitler opbouwde was gebaseerd op het inpikken van goederen van joden, zigeuners, etc., op het voor hen laten werken en als ze te duur werden om te onderhoude doden van deze “volksvreemde elementen”.
    De recensent eindigde met te zeggen, dat de Nederlandse welvaartsstaat in feite niet anders in elkaar steekt: we kunnen welvarend zijn, door de negertjes in Afrika arm te houden met invoerechten en subsidies voor xc3xb3nze boeren, lage betaling van de import van grondstoffen, etc. En gaan er wat zwarten dood, who cares? 9-11 en London zijn belangrijker dan Darfur, Rwanda of Niger!

    Nu eerst een kopje (Max Havelaar)thee!! 😀

  12. Peter

    Was Twinings, om eerlijk te zijn.
    Okee, religie (sharia e.d.) versus democratie.
    Democraten draait om rechten.
    Religie draait om plichten.

    Democratie geeft mensen rechten, wat kan ontaarden in de grootse schreeuwers grijpen de macht, de handigste zakenlieden produceren troep, etc.
    Religie geeft plichten, wat kan ontaarden in dwang/hypocrisie.

    “Wij”, westerse mensen zijn opgevoed (geindoctrineerd?),
    met het idee, dat democratie zoiets moois is, maar, me alle respect, de werkelijkheid is altijd wat genuanceerder.

    8)

  13. Michiel

    Drie punten in het betoog van Peter behoeven volgens mij correctie:
    – het idee dat moslims trouw moeten zweren aan hun religie is niet juist. Mensen komen er bij hun geboorte in en vanaf dat moment geldt de islamitische wetgeving die uittreding nadrukkelijk verbiedt. En die wet staat haaks op artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten, op artikel 14 van het Kinderrechtenverdrag (in de Nederlandse lezing), artikel 18 van de Universele verklaring van de rechten van de mens, artikel 9 van het Europees mensenrechtenverdrag, en in bredere zin op de horizontale werking van artikel 6 van de Nederlandse Grondwet. Als iemand in Nederland op welke manier dan ook wordt gehindert bij het bepalen van zijn of haar religieuze of levensbeschouwelijke richting is dat meervoudige overtreding van de wet. Zie hoofdstuk 1 en 4 van mijn boek.
    In een reeks landen wordt de sharia letterlijk genomen en staat gewoon de doodstraf op het verlaten van de islam, dus ook voor mensen die er helemaal nooit voor hebben gekozen, laat staan dat ze ooit iets gezworen hebben. In Maleisie zijn heropvoedingskampen voor islamverlaters. In Nederland geen doodstraf of enige andere vorm van vervolging, geheel conform de verticale werking van artikel 6 van de Grondwet, maar wel bedreigingen van moslims – zo ernstig dat slechts zeer weinig mensen die in een islamitisch milieu ter wereld kwamen echt breken met de islam, en dat degenen die het doen het bijna allemaal geheim houden. Lees verder de getuigenissen op websites voor afvallige moslims en “Leaving Islam – Apostates speak out” van Ibn Warraq.
    Verder: religie heeft culturele aspecten maar is geen cultuur, het is een stelsel van verwijzingen naar een al dan niet betaande geestelijke wereld waar de mens tussen twee levens verblijft, of, volgens sommige religies, na de eenmalige dood naartoe gaat. Religie dient om de band met die geestelijke wereld tussen geboorte en dood te bestendigen.
    En een derde punt: Het idee dat religie is als een taal en dat kinderen er maar beter xc3xa9xc3xa9n kunnen leren strookt niet met de empirische vaststelling dat twee- of zelfs drietalig opgroeiende kineren daar weinig problemen mee hebben, daar is veel onderzoek naar gedaan. Daaruit bleek ook dat er wel een korte fase is – van, ik meen, twee jaar gedurende de kleuterleeftijd – waarin twee- of meertaligheid niet gunstig werkt. Er zijn dus paedagogische asoecten om rekening mee te houden voor zover de taal-religie metafor opgaat. Maar ik ben veel meer voor de politiek metafoor. Niemand zal beweren dat kinderen maar beter puur socialistisch of liberaal kunnen worden opgevoed, omdat ze in de war raken als ze in aanraking worden gebracht met tegenstrijdige politieke denkbeelden.

  14. michiel hegener

    Reactie op de bespreking door Ger Groot in NRC Handelsblad van 26 augustus 2005 van Vrijheid van Godsdienst (Contact, 2005).

    Ger Groot mag mijn pleidooi voor meer vrijheid van godsdienst neersabelen, maar dan moet hij wel eerst het hele boek goed gelezen hebben, in plaats van hier en daar een paar pagina’s.

    Groot haalt aan dat de xc3xa9xc3xa9n miljoen Nederlanders die in een islamitisch milieu zijn geboren niet de vrijheid hebben om van geloof te veranderen. Hij vervolgt dan: “Maar daarmee is het met de bewijskracht dan ook wel gedaan”. Alsof xc3xa9xc3xa9n miljoen mensen niks is. En alsof ik ook maar ergens in mijn boek beweer dat we te maken hebben met dalende geloofsvrijheid bij veel andere groepen dan de moslims alleen. Dat doe ik nergens, maar Groot suggereert pontificaal van wel.
    Dat ik ook sprak met woordvoerders van een reeks geloofgemeenschappen waar individuele vrijheid van godsdienst juist wordt gerespecteerd, of zelfs hoog in het vaandel staat, wordt door Groot gepresenteerd als een uitglijder: de auteur dacht daar onvrijheid van godsdienst aan te treffen, maar hij kwam bedrogen uit – de recensent had het hem van te voren kunnen voorspellen!
    Waarom geeft Groot niet weer hoe ik tot mijn keuze van gexc3xafnterviewden ben gekomen? Het staat duidelijk in mijn boek:
    – Ten eerste ging het me om de grootste godsdienstige groepen, omwille van de inventarisatie en de vergelijking (p. 76).
    – Verder sprak ik met enkele kleine groepen met opmerkelijke standpunten over individuele vrijheid van godsdienst, zoals de doopsgezinden (p. 76).
    – En de lijst daadwerkelijk gexc3xafnterviewden werd sterk gekleurd door het feit dat een derde van alle interviewverzoeken niet werd gehonoreerd (p. 7)

    De godsdienstonvrijheid mag het sterkst zijn onder mensen die in een islamitisch milieu zijn geboren, het probleem doet zich hier en daar ook wel voor bij andere geloofsgroepen in Nederland (p 31, 57, 77, 126). Groot schrijft niettemin dat ik me had moeten beperken tot “een oproep tot betere bescherming van uittredende moslims”. Groot heeft kennelijk niet in de gaten dat dat discriminatie was geweest. Heel goed van Groot dat hij zich sterk maakt voor meer godsdienstvrijheid in Nederland, maar dan voor iedereen, uittredende athexc3xafsten inbegrepen, en niet alleen voor uittredende moslims.
    Overigens zijn de problemen die ik signaleer geenszins beperkt tot uittredingen, bij moslims en andere groepen. Intredingen zijn een minstens zo groot probleem. De vrijheid van godsdienst van het kind wordt in Nederland grootschalig geschonden, gelet op artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (p. 36), de interpretatieve verklaring van Nederland inzake artikel 14 IVRK in 1992 (p. 122), en de lezing van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten door het mensenrechtencomitxc3xa9 in 1993 (p 33). Uit die trits volgt, zoals Groot had kunnen lezen (p. 123), dat ieder kind in Nederland dat aangeeft niet te willen toetreden tot de godsdienst van de ouders recht heeft op bescherming van zijn of haar vrijheid van godsdienst indien de ouders die vrijheid niet respecteren. Dat is een taak voor de staat, of de samenleving in bredere zin, zoals de samenleving ook optreedt wanneer kinderen thuis worden mishandeld (p. 113). De vrijheid van godsdienst van kinderen wordt grootschalig geschonden, vooral thuis en op school. Kinderen die in een islamitisch milieu zijn geboren krijgen met regelmaat te horen dat hun geloofsvrijheid tot xc3xa9xc3xa9n optie beperkt is, de religie waar hun ouders voor kozen. Zie bijvoorbeeld het Basisdocument islamitisch godsdiensonderwijs. Ik vind dat heel ernstig, maar als het aan Groot ligt krijgen die kinderen geen hulp.
    Groots voorstel dat ik me had moeten beperken tot “een oproep tot betere bescherming van uittredende moslims”, is behalve discriminerend tegenover niet-moslims ook nog eens onvriendelijk tegenover kinderen niet willen intreden.

    Religie is geen individuele zaak, schrijft Groot. Dat is dan zijn individuele visie, en in strijd met de feiten, althans in Nederland. Ik wijd een groot deel van de hoofdstukken 2, 3 en 5 aan het onderbouwen van de stelling dat religie in Nederland (en elders in het Westen) juist steeds meer een persoonlijke zaak wordt, en steeds minder een zaak van groepen. Statistieken bewijzen het gewoon (zie ondermeer p. 138), maar niettemin bijt Groot zich vast in het clichxc3xa9beeld dat gelovigen kuddedieren zijn. “Geloofswaarheden […] ontlenen hun waarde aan het feit dat ze (in gezamenlijkheid) beleden worden”, schrijft Groot. De kuddedieren voor wie dat geldt bestaan, zeker, maar hun aantal daalt snel. Vergelijk de leegloop van de kerken met het gegeven dat 73 procent van de Nederlanders op de een of andere manier gelooft (p. 138), en het bewijs voor mijn stelling is al half geleverd.

    Groot beticht me van “een dxc3xa9dain voor de velen (ook moslims) die hun geloof eenvoudigweg laten versloffen”. Waar, Ger Groot, getuig ik van dxc3xa9dain voor mensen die hun geloof laten versloffen? Helemaal nergens! Noem xc3xa9xc3xa9n pagina, noem xc3xa9xc3xa9n zin! Het is een valse beschuldiging. Ik ben er juist voor dat iedereen volledige geloofsvrijheid geniet (voor definitie: zie p. 93), mijn boek gaat bijna nergens anders over, en dat impliceert, ondermeer, de vrijheid het geloof van thuis te laten versloffen.
    Ik denk intussen wel te weten op welke half gelezen passage Groot zijn onjuiste bevinding baseert (p. 91-93). Daarin stel ik dat het mogen laten sloffen van het geloof van je ouders, zoals moslims mogen, iets anders is dan volledige vrijheid van godsdienst inclusief de vrijheid te breken met het geloof van je ouders, wat moslims niet mogen.

    “De gelovigen die Hegener voor zijn boek heeft gexc3xafnterviewd zijn minder enthousiast”, schrijft Groot naar aanleiding van mijn pleidooi voor vrijheid van godsdienst voor kinderen. Alweer een halve waarheid. Waarom citeert Groot uitsluitend gexc3xafnterviewden die zijn persoonlijke visie onderbouwen, te weten pastoor Wagenaar en directeur Karacaer van Milli Gxc3xb6rxc3xbcs? Waarom niet dominee Lucas Oosterveld van de Vrije Geloofsgemeenschap (p. 178), of Wies Kuiper van de Theosofische Vereniging (p. 179), of het boeddhistische echtpaar Tideman (p. 101), of Jeroen Kuyper van het Israna Lichtcentrum (p. 172-173)? Allemaal gelovigen die vinden dat je kinderen juist niets moet opdringen.

    Dan de communicatie met andersgelovenden. Ook daar geeft Groot mijn standpunt verkeerd weer. Hij meent dat in mijn boek sprake is van een “religieus misverstand”, en vervolgt dan:
    “Waarom zou iemand een geloofsgenoot niet in alle vrijheid mogen trachten weerhouden van zijn afvalligheid – of een andersdenkende tot zijn overtuiging te bekeren.”
    Natuurlijk mag dat van mij, mits, inderdaad, in alle vrijheid. Stel, ik behoor tot een geloofsgemeenschap, en Jan, ook lid, wil opstappen. Dan kan ik Jan aanspreken en voorstellen het er eens over te hebben. Als Jan dan zegt geen belangstelling te hebben voor zo’n gesprek, is de discussie gesloten. Als het gesprek wel plaatsvindt kan ik Jan duidelijk proberen te maken waarom het volgens mij verstandiger is lid te blijven; afhankelijk van de bereidheid van Jan om te praten kunnen we het daar lang of kort over hebben. En dan herziet Jan zijn voornemen om uit te treden of hij herziet het niet.
    Natuurlijk ben ik voor dat soort gedachtenuitwisselingen. Groot is te kwader trouw als hij suggereert dat ik daar tegen ben. Natuurlijk mogen mensen debatteren over hun respectieve standpunten, mits beide partijen dat debat graag willen. Als A aan B verzoekt om uit te leggen waarom zijn standpunt volgens B onjuist is, prima. Als B daar ongevraagd mee begint moet hij dat heel voorzichtig doen, en goed opletten op A de opening waardeert, anders is B fout bezig. En B is nog fouter bezig als hij A sancties in het vooruitzicht stelt indien A een keus maakt die B onwelgevallig is.
    Groot gaat overigens een stap verder dan ik waar hij meent dat “lelijk doen” tegen andersgelovenden moet kunnen, zoals Rudy Kousbroek deed tegen de afvallige athexc3xafst Willem Jan Otten, die katholiek werd. Ik vind dat dat niet mag. Ik ben persoonlijk tegen het optreden van Kousbroek, het getuigt van weinig respect voor de vrijheid van godsdienst van Otten.

    Volgens Groot zou ik aansturen op een “nogal dreigend staatstoezicht” op vrijheid van godsdienst. Dat is heel suggestief geformuleerd, de lezer van de recensie begint al te rillen.
    Het was beter geweest als Groot had gexc3xabxpliciteerd hoe ik dat staatstoezicht had gedacht. Ik ga dat hier niet herhalen, het staat allemaal in hoofdstuk 4 en de conclusie van mijn boek. Maar ik kan wel verklappen mijn voorstellen – overigens voor het overgrote deel gebaseerd op wat gexc3xafnterviewden mij aanreikten – geheel naar analogie zijn van het huidige staatstoezicht op het discriminatieverbod, dus de horizontale werking van artikel 1. Is Groot ook bereid om het veelomvattende staatstoezicht waarmee me nu te maken hebben inzake de horizontale werking van artikel 1 verdacht te maken? Dat zou pas lef zijn! Bij artikel 1 is het staatstoezicht op de horizontale werking namelijk maatschappijbreed geaccepteerd, terwijl de horizontale werking van artikel 6 nog in ontwikkeling is.

    Verder: het grote punt van mijn boek is dat de vrijheid van godsdienst van tenminste xc3xa9xc3xa9n grote groep gelovigen, de plusminus een miljoen Nederlandse moslims, ernstig in gevaar is. De wet wordt overtreden, al wordt de overtreding grootschalig gedoogd zoals discriminatie een halve eeuw geleden werd gedoogd. Mijn boek is bovenal een juridisch betoog. De centrale vraag is (a) hoe het staat met de onvrijheid van godsdienst in Nederland en (b) hoe het antwoord zich verhoudt tot onze wetgeving (p. 11). Een hele stoet juristen komt aan het woord, en ze delen in grote lijnen mijn zorg over de toenemende schendingen van onze wettelijk vastgelegde vrijheid van godsdienst. Misschien vond Groot de kern van mijn betoog te ingewikkeld, want te juridisch. Of misschien had hij het er moeilijk mee dat de gexc3xafnterviewde juristen niet op zijn lijn zaten. Feit is dat recensent Groot de kern van mijn betoog heeft overgeslagen en zich helemaal stort op de side show van de sociologische aspecten van religie, en dan weer vooral bij de niet-moslims, terwijl mijn boek grotendeels over moslims gaat.

    Groot schrijft:
    “Een latere breuk met [de religie van de ouders] kan pijnlijk zijn en zal soms leiden tot verwijdering van ouders, familie en voormalige geloofsgenoten. Ongelukkig als dat is vloeit het nu eenmaal voort uit de kracht die mensen verbindt met hun levensvisie en de sociale inbedding daarvan. Dergelijke drama’s met een beroep op godsdienstvrijheid ongeoorloofd te verklaren is even onzinnig als Rudy Kousbroek verbieden ooit nog lelijke opmerkingen te maken over Willem Jan Otten.”
    Wat Groot gemakshalve onbesproken laat is dat het hier gaat om wetsovertredingen. Wat Otten overkwam is kinderspel bij de angst onder mensen die in een islamitisch milieu zijn geboren om hun individuele vrijheid van godsdienst uit te oefenen. Het staat zo overduidelijk in mijn boek, met veel voorbeelden. Waarom verwijst Groot daar niet naar, in plaats van het naar het voorbeeld Kousbroek/Otten?
    Als Groot flink was geweest had hij niet geschreven…
    “Dergelijke drama’s met een beroep op godsdienstvrijheid ongeoorloofd te verklaren is even onzinnig als Rudy Kousbroek verbieden ooit nog lelijke opmerkingen te maken over Willem Jan Otten.”
    … maar …
    “Dergelijke drama’s met een beroep op godsdienstvrijheid ongeoorloofd te verklaren is even onzinnig als imams verbieden om de moskeegangers erop te wijzen dat het niet is toegestaan de islam te verlaten.”
    … of …
    “Dergelijke drama’s met een beroep op godsdienstvrijheid ongeoorloofd te verklaren is even onzinnig als moslims te verbieden om mensen die met de islam willen breken te intimideren.”
    Door met Kousbroek en Otten aan te komen zetten bagatelliseert Groot een ernstig en snel in omvang toenemend probleem in de Nederlandse samenleving. Ik raad hem aan eens te gaan lezen op de websites waar afvallige moslims in anonimiteit hun verhaal doen en getuigen van de bedreigingen waarmee ze hebben te maken. Die websites noem ik in mijn boek, waarin ook uitvoerige citaten van die websites staan.

    Van een miljoen Nederlanders, de moslims, wordt het zesde grondrecht geschonden. Reactie van Groot: vervelend, maar zo gaan die dingen nu eenmaal. Als het aan hem ligt zal het altijd zo blijven gaan. Maar zal het dat? Zoals Groot en velen met hem nu denken over schendingen van de horizontale werking van het zesde grondrecht, zo dacht half Nederland veertig, vijftig jaar geleden over schendingen van de horizontale werking van het eerste grondrecht. En dat hebben we ook aangepakt door aanpassingen in het burgerlijk- en het strafrecht, door meldpunten discriminatie, door laagdrempelige klachtenprocedures bij discriminatie, door postbus-51-spotjes en andere overheidsvoorlichting tegen discriminatie.
    Waar Groot suggereert dat ik een juridisch verbod wil op het bekritiseren van andersgelovigen, zoals Kousbroek Otten bekritiseerde, vliegt hij voor de zoveelste keer uit de bocht. Waar staat dat? Mijn conclusie, na een reeks gesprekken met juristen, is juist (p. 125) dat er juridisch niet zoveel te bereiken valt. Er is een ernstige schending van de horizontale werking van artikel 6 nodig voordat er juridisch iets valt te beginnen, blijkt uit de gesprekken die ik voerde. Wel pleit ik voor een verbod op het uiten van de stelling dat mensen niet van geloof mogen veranderen, zoals moslims bij voortduring te horen krijgen. In bredere zin pleit ik voor aanscherping van de wetten waar het gaat om intimidatie van volwassenen en kinderen die van religie willen veranderen of die een bepaalde religie, de religie van hun ouders bijvoorbeeld, niet willen aanvaarden.
    Meer is te verachten van een beleidsaanpassing op voorlichtingsniveau (p. 125-126, 195-198), eventueel na een procedure in Straatsburg bij het Europese Hof omdat Nederland nu toestaat dat de horizontale werking van artikel 9 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens grootschalig wordt geschonden, door moslims in het bijzonder (p 120-121). En er zijn andere wegen om zo’n beleidsaanpassing langs juridische wegen aan te sturen (p. 118-120).

    Groot slaat de juridische kern van mijn boek bijna helemaal over, maar neemt wel de ruimte voor het verkondigen van zijn eigen geloof: dat religie niet gaat over de relatie tussen mens en God, maar over relaties tussen mensen die geloven dat God bestaat. Vraag: Zijn recensies bedoeld om persoonlijke geloofsopvattingen te verspreiden?
    Dat brengt me bij Groots stelling: “Godsdienst behelst geen kennis, maar is een levensvorm.” Dat mag opgaan voor de groepsdieren onder de gelovigen, maar het is niet het wezen van godsdienst. De essentie van godsdienst is het verwerven van kennis over de wereld waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat; de wereld waarmee je tijdens je aardse leven verbinding wil houden, bijvoorbeeld door middel van een religie; de wereld waarvan athexc3xafsten zeggen dat hij niet bestaat. Dat godsdienst geen kennis behelst is een geloof, geen feit. Namens de boeddhisten zei de Dalai Lama het duidelijk: “We zijn niet op aarde om te geloven maar om te leren.” Bij de christenen is het individuele streven naar esotherische kennis weggezakt, al zijn er steeds meer stromingen die dat weer centraal stellen; en in het verleden was er natuurlijk het Gnosticisme, gebaseerd op de gnosis, het weten, in tegenstelling tot het geloof. Het Hindoexc3xafsme en boeddhisme gaan weer veel verder, en stelt dat ieder individu uiteindelijk, in de loop van veel levens, tot werkelijk inzicht moet komen.
    Dus Groots idee dat godsdienst geen kennis behelst is zijn persoonlijke, reductionistische kijk op religie. Hij heeft alle recht op die visie, ik heb daar geen probleem mee. Maar zijn stelling “godsdienst behelst geen kennis”, is verre van universeel geaccepteerd, en dat had hij erbij moeten zetten.

    “Hegener miskent het sociale karakter van godsdienst”, schrijft Groot. Nee, ik maak bezwaar tegen het sociale karakter van godsdienst, dat is iets heel anders. Maar miskennen? Mijn boek staat bol van de voorbeelden van het groepsmatige karakter van godsdiensten. Het woord “geloofsgemeenschap”, dus een verwijzing naar religie als sociaal gebeuren, komt 77 keer in mijn boek voor.
    Anders dan Groot leg ik me niet bij de feiten neer. Ik vind dat de samenleving zich sterk moet maken voor de bevrijding in religieus en levensbeschouwelijk opzicht van het individu, het kind in het bijzonder, zeker nu de trend in rap tempo de verkeerde kant op gaat. Wat je gelooft gaat anderen in principe niks aan. Maar natuurlijk, iedere christen, boeddhist, athexc3xafst, hindoe, zoroastrianist of andere gelovige die daar aandrang toe voelt heeft de vrijheid om in het publieke domein te ventileren wat hij of zij gelooft.
    Ik maar bezwaar tegen de vele geloofsgemeenschappen die dat omdraaien: geloof deel je primair met elkaar, geloof moet gemeenschappelijk worden beleden. En daarnaast, in een soort uithoek van de religie…. ja, daar is ook nog ruimte voor jouw strikt persoonlijke relatie met het transcendente, in de vorm van God of anderszins, waar elke religie naar verwijst.

    Verder schrijft Groot dat volgens mij athexc3xafsme en humanisme religieuze varianten zijn. Nee, dat schrijf ik natuurlijk niet over het humanisme, ik ben niet van de straat. Humanisme is een levensbeschouwing zonder transcendente verwijzingen. Dat ik het een religieuze variant noem is puur een verzinsel van Groot. Van athexc3xafsme schrijf ik ook niet dat het een religie is – wel dat het een geloof is, omdat het idee dat God niet bestaat het zonder bewijs moet stellen.

    Tenslotte: ik vind het merkwaardig om boeken over religie te laten bespreken door iemand die religie slechts als cultuur ziet. Groots reductionistische kijk op godsdienst is karaktermoord op het onderwerp. Het is zoiets als boeken over luchtvaart laten recenseren door iemand die zeker meent te weten dat vliegtuigen niet kunnen vliegen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s