Zijn denksporters Paranoia?

Door Renzo Verwer

Mag je doorspelen in een theoretische remisestelling? Moet je je tegenstander erop attenderen dat zijn klok te snel loopt? Mag je een notatiefout maken om je tegenstander te misleiden? Het zijn vragen en situaties waar elke schaker en dammer wel eens tegenaan loopt.

Profdammer Johan Krajenbrink (Vorden, 1966) verdiept zich al jaren in dergelijke vragen. Eind vorig jaar publiceerde de nummer drie van het wereldkampioenschap Moskou 2000/2001 een opmerkelijk boek. In Smerig spel? geeft hij tal van voorbeelden van ‘lelijk winnen’: dammers die winnen door bijvoorbeeld onreglementair te zetten (verkeerd slaan), iemand door zijn vlag jagen door alle stenen weg te geven of door met de klok goochelen. In vrijwel elke andere sport zou een boek als dit grote commotie veroorzaakt hebben, en een storm van verontwaardiging zijn opgestoken. Niet alleen in het voetbal- de sportjournaals zouden bol staan – maar ook in het schaken zouden heftige discussies gevoerd worden.

n.

Krajenbrink: “Niets van dat alles bij ons! Wij dammers zijn vrij zacht voor elkaar, in tegenstelling tot schakers geloof ik. Ik krijg enkele recensies, die echter vooral uit citaten bestaan. Veel heftiger waren de reacties toen ik jaren geleden enkele stukken schreef over omkoping in de damwereld. Toen ik dat onlangs herlas, dacht ik: ‘Wauw, dat ik dat gedurfd heb, alles op te sommen en man en paard te noemen.’ Sommige grootmeesters vonden destijds dat ik mijn excuses moest aanbieden. En zelfs bij het WK in Moskou, heel wat jaren later, tijdens een ruzie met Anatoli Gantwarg haalde hij het artikel er weer bij: dat ik het nooit had mogen schrijven, dat ik het allemaal niet wist en niet snapte en dat ik veel te jong was. Ik denk dat een wielrenner die een boekje opendoet over dopinggebruik in zijn sport dezelfde reacties krijgt: NESTBEVUILER!”

“In Smerig spel? heb ik omkoping buiten beschouwing gelaten; ik ben ingegaan op regels die overtreden worden, en op handelingen die op het randje zijn. Heel belangrijk daarbij is: als je de regels aan je laars lapt, moet je er ook mee kunnen leven. Als je met een schuldgevoel blijft zitten heb je een probleem. Ik had eens wroeging toen ik van een tegenstander op tijd won, terwijl ik toch meende dat hij de tijdcontrole gehaald had. Toch kwam het minnetje in beeld – er moet iets met de klok zijn geweest – en ik claimde de winst. In mijn beleving heb ik altijd onthouden dat hij vlak daarna stopte met dammen, gelukkig bleek dat niet zo te zijn. Maar ik had wroeging, dus had ik het beter niet kunnen doen. En wat te doen als iemand vergeet zijn klok in te drukken?

Ik had dat ook eens en ik voelde me zeer opgelaten. Ik speelde tegen een aardige man en zou op tijd gaan winnen. Maar als het op die manier zou gaan, zou ik me heel naar voelen. Dus ik zei het, mijn tegenstander bedankte me en drukte de klok in. Vlak daarna maakte hij een fout. Ik dacht eerlijk gezegd dat hij zich verplicht voelde om te verliezen.” Ik was erg van slag toen Koeperman (veelvuldig damwereldkampioen -RV) tegen mij de klok een keer niet indrukte. Ik kon alleen nog aan die klok denken, maar ik wilde het absoluut niet zeggen. Ik dacht:

‘Oh, het is die vreselijke Koeperman. Die verdient het.’ Verwerpelijk? Ach, welnee. En het is ook gemakkelijk om in een relatief onbelangrijke wedstrijd je genereus en galant te gedragen. Dat kost mij geen enkele moeite.” 

Het is maar een spelletje’ is dan vaak de dooddoener. Vooral bij iemand die dat vaak zegt, denk (en zeg) ik: ‘Als het nou toch maar een spelletje is, waarom zeik je er dan zo lang over door? Kennelijk is het dus niet maar een spelletje…’

“Dat geloof ik ook niet; je wilt slimmer zijn dan je tegenstander. Sommigen genieten echt van lelijk winnen. Andrew Tjon A Ong bijvoorbeeld liet trots zijn lelijke winstpartijen – een hele reeks – op de subtoptrainingen zien. Grappig is: je eerste indruk is dat Andrew er het type niet voor is: hij straalt zoveel rust en beheersing uit en hij is erg voorkomend. Maar juist hij stond te popelen om zijn verslag over smerig spel laten zien. Hij durft er mee te leven. In het boek heeft hij een belangrijke plek gekregen; vol trots laat hij het aan mensen zien.”

Heb jij een fascinatie voor het kwaad in de mens??

“Nee, ik heb eerder een fascinatie voor wat mensen doen, hoe ze handelen. Hun zwakheden. Ik leg de jeugdspelers bij trainingen situaties voor: je kunt naar het WK aspiranten in Mongolië, maar dan moet je je laatste partij winnen. Je tegenstander wil verliezen voor vijftig euro. ‘Afdingen!’, is vaak hun eerste reactie. Ander geval: als bij een jeugd-WK twee Nederlanders tegen elkaar spelen in de laatste ronde, wat doe je dan? Ik vind dat je er altijd om moet spelen. Maar ja, je wordt natuurlijk wel uitgelachen door de Oostblokkers. Heel wat mensen vinden het, onder het mom van samenwerking, volstrekt normaal om te verliezen van een land- of clubgenoot. Russische spelers kregen vroeger echt de opdracht om te verliezen van Koeperman. Mijn advies is: niet doen! Ik ben heel moralistisch, vind dat je het op eigen kracht moet doen. In mijn jeugdtijd heb ik wel eens een voorstel aanvaard; ik vind dat nog steeds vreselijk. Als je eenmaal begint met dergelijk bedrog, waar is dan het einde? Je moet het op eigen kracht doen in de sport.”

Goede, brave, principiële Johan.

“Je kunt ook heel goed redeneren bij dat soort situaties: als je er last van hebt, moet je het niet doen. Geen voorstellen doen, niet op voorstellen ingaan. Als je denkt ermee om te kunnen gaan: doe het dan wel!”

Sta jij als sportief bekend onder collega’s?

“Ja, ik denk het wel. Maar ik ben zeker niet heilig. Ik heb in het boek ook een paar voorbeelden van mezelf opgenomen. Ik weet wat ik kan doen qua trucjes, maar ben er vaak te laf voor. Ik kom wel vaak in de verleiding.”

Krajenbrink worstelt zichtbaar: “Het gaat of iemand actief iets probeert. Als je zelf met klok stunt, ben je fout. Ik heb slechts geprofiteerd van een te snel lopende klok van mijn tegenstander. Iets niet melden, vind ik van een mindere slechtheid getuigen. Ik ben er dan toch wel trots op dat ik de situatie doorzie en slimmer ben dan mijn tegenstander. Ik vind het een zwakte als je een klokdefect niet ziet. Hetzelfde geldt voor een niet-legale zet als verkeerd slaan. Je moet opletten! Ik ben fier op bepaalde trucjes. Ik bied bijvoorbeeld wel eens koffie aan, net als mijn tegenstander nadenkt, haal hem daarmee uit zijn concentratie. Vervolgens doe ik dan lekker lang over het koffie halen. Het is een gok of je tegenstander dan niet durft te zetten; de klok stilzetten mag niet. En als hij voor mij haalt, doe ik wel eens snel een zet. Als hij dan terugkomt met koffie in de hand, doe ik alsof ik net heb gezet. Echt genant eigenlijk.”

“Ik vind het leuk om al die facetten, het spel én de psychologie, te beheersen. Bij het WK in Moskou dreigde een tegenstander van me een fout te maken, dat zag en voelde ik. Toen kwamen twee spelers onze kant op. Ik wilde dat niet, ben zo nonchalant mogelijk opgestaan, en nam hen in een beweging als het ware mee, een andere kant op. Als ze erbij kwamen staan zou hij erg gaan opletten, vreesde ik. Die anderen kunnen dat soms heel bewust doen, om te seinen.”

Hoe dan??? Vraag ik me nu af. Of ben ik nu naïef?
“Als iemand langer bij je bord staat, kan er een lichtje opgaan. Als een paar mensen bij een bord staan, dat kan een sein zijn dat er wat aan de hand is. Gantwarg kwam een keer bij de halve finales van het NK naar mijn partijen kijken. Hij was aan het drukken en duwen tegen mij en de tafel, om mij te hinderen. Ik kwalificeerde me dat jaar wel. Mensen om je bord kunnen ook averechts werken. In een partij tegen Mogiljanski – die zeer impopulair was – stond op een gegeven moment een groot deel van de deelnemers om me heen. Ik dacht dat ik op het punt stond om een fout te maken, ik dacht en dacht en deed een zet die tot remise leidde. Later bleek dat ik het op dat moment heel simpel uit kon maken. Gantwarg verweet me na afloop dat ik als een klein kind gespeeld had. In een ander toernooi, andere partij, kuchte een clubgenoot nadrukkelijk toen ik een foute zet wilde doen. Ja, dat hielp.”

We komen nu op het terrein van de psychologische spelletjes. In de schaakwereld hadden we Kasparov – die volgens sommigen toneelspeelt.

“Dat is wel herkenbaar. Alexei Tsjizjov wil altijd uitstralen dat hij de sterkste is, en bij analyse zal hij nooit toegeven dat hij iets miste, of dat ie slecht stond. Dat overacting wat Kasparov doet, hebben wij -helaas zou ik bijna zeggen- niet zo. Gantwarg is denk ik wel de beste acteur. Tijdens partijen kan hij zeer, zeer diep zuchten en uiterst irritant zijn keel schrapen. Of bij het buffet klaagt hij uitgebreid over vermoeidheid. Graag speelt hij de rol van de oude man, zodat je hem gaat onderschatten. Inderdaad, de strijd op het bord, gaat ook buiten het bord door. Geroutineerde NK-deelnemers beginnen bij het ontbijt vaak nog even fijntjes over een nederlaag van een concurrent, die dat natuurlijk kan horen. En ik heb wel eens tegen  mensen gespeeld die de hele tijd met hun pen klikten of met het klitteband van hun schoenen speelden. Ik heb het zo gelaten, je weet niet of je tegenstander het expres doet.”

“In het dammen is de psychologie vaak onderbelicht. Ik doe daar wel veel aan, bij trainingen en voor mezelf. Toen ik het WK in Moskou speelde, had ik me voorgenomen de lijfelijke aanwezigheid van favoriet Tsjizjov te ervaren, te zorgen dat ik daar geen last van had. Tijdenlang heb ik dagelijks geoefend dat ik zogenaamd tegen Tsjizjov speelde. Ik zat in mijn werkkamer, visualiseerde hem, gaf hem denkbeeldig een hand, gewoon om aan hem te wennen. Het pakte goed uit; ik speelde in een van de laatste ronden een zeer goede partij tegen hem. Ik heb gewonnen gestaan – bij winst zou ik gedeeld eerste met hem zijn geweest.”

“Ik weet dat ik niet de nummer drie van de wereld was, maar ik had me extreem goed voorbereid op tegenstanders. Uit Winning Ugly van Brad Gilbert (elke sporter zou dat boek moeten lezen!) haalde ik dat je je op zwakke punten van je tegenstander kunt voorbereiden. Het gaat dan om veelal simpele dingen die je je zelf erg goed moet inprenten. Bijvoorbeeld: het toernooi is nog lang, in de laatste paar ronden kun je veel goedmaken. Steeds weer valt me op dat veel spelers zich te snel neerleggen bij het resultaat; ik speelde, mede door mijn mentale voorbereiding, een buitengewoon sterke tweede toernooihelft. Ook zie je dat spelers zich vaak slecht kunnen inhouden tijdens een toernooi en zich helemaal suf analyseren; ik had mij voorgenomen die fout niet te maken, en dat lukte. Verder moet je vooraf bedenken hoe je om gaat met stank. Erdenebileg en sommige Oost-Europeanen hebben een sterke lichaamsgeur, daar moet je op trainen, dat je er geen last van hebt.”

“Eén keer ging het tijdens dat WK mis. Ik had me in mijn voorbereiding voorgenomen me niet te laten meeslepen door te emotionele zaken, maar toch gebeurde het. Tijdens het ontbijt kreeg ik een fanatieke discussie over dampolitieke zaken met -alweer- Gantwarg. Ik kon gewoon mijn mond niet houden, het liep op bijna slaande ruzie uit. Die dag verloren Gantwarg en ik allebei. Na de partij kwam hij op me af en zei ‘dat moeten we niet meer doen, Johan, dat was niet handig’.

Iets heel anders: scheidsrechters komen in je hele boek niet voor. Vreemd…(stilte) … “Je bent de eerste die dat opmerkt. Ik heb het me niet zo gerealiseerd, dat zegt genoeg. Je kunt ook niet op ze rekenen. Ze zijn afwezig, te laat, vaak veel te druk bezig met hun cryptogram.”

Ben je niet bang dat je mensen op ideeën brengt?Je boek doet me sterk denken aan het boekje ‘Bedrog voor Beginners : uit de trukendoos van alledaagse oplichting’ van Jean-Pierre Geelen, en ook aan het verhaal ‘Sturm und Drang’ van Jan Cremer. Zij beschrijven allerlei trucjes hoe je winkels en postorderbedrijven kunt oplichten, hoe je gratis kunt eten in restaurants. Ze doen dat allemaal onder het mom van voorlichting en ‘kijk eens wat hilarisch allemaal’, maar toch, het zijn toch handleidingen voor bedriegers.

“Iemand schreef dat dit bepaald niet het boek was dat je van een trainer zou verwachten. Maar ja, het onderwerp leeft. Dan kun je zeggen: ‘we hebben het er niet over’; maar daar kies ik niet voor. Smerig spel hoort bij sport, of je daar nu blij mee bent of niet. Ik zet niet aan tot misdaad, maar tot discussie. Ongetwijfeld zal iemand eens een truc uit het boek toepassen en dan zal gezegd worden: dat komt door dat schadelijke boek van die verfoeide Krajenbrink!!'”

Johan Krajenbrink / Smerig Spel?, 2004.  64 pag. Oplage: 500.

SPECIALE KORTING voor lezers van deze weblog.

Te bestellen door 13 euro over te maken op giro 1887946

Renzo Verwer ontmoette: Johan Krajenbrink. Waar? Stationsrestauratie Nijmegen, de woonplaats van de dammer. Tijd? 11.00u – 13.30u. Consumpties? Krajenbrink: 2 koffie verkeerd, 1 thee, 1 broodje. Verwer: 1 cappuccino, 1 thee met melk, 1 koffie verkeerd, 1 chocoladecroissant. Opvallend detail? Het sportieve zwarte leren jack dat Krajenbrink droeg.

Advertenties

11 gedachten over “Zijn denksporters Paranoia?

  1. renzo

    He Liesbeth (koenen neem ik aan)

    Dank voor je opmerking. Ik wist ergens dat iemand het ging opmerken, leuk dat je het leest en reageert.

    Vraagje:
    – wat nu als de taal verandert?? Dan kan paranoia toch wel? De kids van nu zeggen zeggen al : ‘ die en die is hartstikke para’ . Dus dan is paranoia zo gek nog niet, ik hoor het in elk geval meer en meer en vind het best OK klinken.

    En, inhoudelijk, is Krajenbrink wat paranoide volgens jou?

    Groeten,
    R.

  2. Donald Olie.

    IS ‘PARANOIA’ NIET ZO’N TYPISCHE JAREN ZEVENTIG UITDRUKKING, VOORAL GEBEZIGD DOOR HIPPIES, PROVO’S, KABOUTERS EN ANDER ONZINDELIJK SPUL?
    JA RENZO, TAAL IS IN BEWEGING. MAAR MOGE GOD VERHOEDE DAT JE STRAKS OOK MAG ZEGGEN:
    ‘WIJ KANNNEN MENSEN WIE ZEGGEN : HUN ZIJN DE ENIGSTEN WIE NOOIT GEEN FOUTEN KENNEN MAKEN.’ 😦

  3. Liesbeth

    Ha Renzo, over sport en sporters heb ik geen enkele mening, maar: ja, goeie kans dat over twee generaties niemand ooit nog paranoxc3xafde zal zeggen, net zoals hun dan steevast onderwerp zullen zijn geworden. Niks aan te doen, Donald. Voor ons is het vermoeiend dat we het elke keer horen, dat wel….

  4. renzo

    Ik zit tussen de kids en jullie in Liesbeth en Donald. En ‘ hun zeggen’ vindt ik lelijk, maar paranoia ipv paranoide vind ik: jawel, mooi!

  5. Liesbeth

    Maar papranoia bestaat ook wel, Renzo, het is waar zij die paranoxc3xafde zijn aan lijden. M.a.w: je kunt het prima gebruiken, kwestie van de boel een beetje ombouwen alleen soms. En dan liefst tegelijk even opletten op je d’s, t’s en dt’s (sorry, vind het eigenlijk niet belangrijk, maar ben inmiddels totaal verpest, waardoor een ik-vindtje me direct opvalt…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s