Boudewijn van Houten: oude mopperaar, genie of ..?

43290669.gif.jpg

 

Boudewijn van Houten : Nederland is onnozel

Door Renzo Verwer

Boudewijn van Houten, Nederlands schrijver in ballingschap: “Nederland is als een schrijver van wie je in onnozele jaren alles gelezen hebt. Dan blijf je hem zo’n beetje volgen, al zie je er niet zoveel meer in. Aan Belgische vrienden laat ik nog wel eens het mooie van Nederland zien: de Utrechtse grachten, de grote rivieren die traag…, de Waddeneilanden en provinciesteden als Deventer of Maastricht. Ik kijk naar het Vlaamse televisienieuws – uiteindelijk werk ik als journalist in dat land – maar ik lees nog steeds het NRC-Handelsblad. Niet zonder ergernis. De ergste bezoeking is ‘Fokke & Sukke’. Dat is nu net Koot & Bie: de volslagen doorsnee-ideetjes van de klein-intellectuelen, de gemeenplaatsen van de dag, zeg maar: de absolute stop op het denken. Maar Nederland heeft ook een Heldring en zulk niveau vind je niet in Vlaanderen, dat toch een provincie blijft en dat met geestdrift het Nederlandse geestelijke leven van twintig jaar geleden overneemt.”

“Amsterdam beschouw ik niet als iets unieks, tenzij misschien op architectonisch vlak. Het teert nog een beetje op z’n wereldfaam tijdens de hippe jaren – en die faam vond ik ook al niet verdiend. Ik vind dat vrouwen in Amsterdam ook zo’n constant toneelstukje opvoeren. Zo van: ‘Kijk eens hoe vrijgevochten we zijn en wat een pret we hebben met een aantal meiden onder mekaar en met GELUKKIG geen mannen erbij.’ Hoe vrouwen zich elders in Nederland gedragen, kan ik amper beoordelen. Het zou wel fijn als ze niet allemaal een boek schreven. Vrouwen – de lesbiennes uitgezonderd – kunnen niet schrijven. Omdat ze niet graag intimiteiten prijsgeven, schrijven ze overbodige, flauwe boeken als historische romans of gaan ze zich ideologisch wat overschreeuwen.”
“De Nederlandse schrijver is zwaar overschat. Nu ze hem in het Duits vertalen, denkt Nederland dat dit het bewijs van z’n hoge kwaliteit is. Maar in Duitsland – de Roemeense filosoof Cioran zei het al – zitten ze nog steeds met een slecht geweten en kan het allemaal niet politically correct genoeg zijn. Dus importeren ze uit Nederland, waar ze er ook van iets kunnen als het om braaf, behaagziek geschrijf gaat.”
“Nederland is zo klein dat er slechts plaats is voor één enkele literaire stroming. Hoor je daar niet bij, vergeet je literaire leven dan maar. In Frankrijk (en Engeland en andere grote landen) is uiteraard ook een hoofdstroom, maar schrijvers van een ander genre kunnen eveneens voortbestaan – moeilijk, maar ze behouden in een kleine kring een succes d’ estime. Neem Cioran: tot vlak voor zijn dood werd hij niet hooggeacht, maar de meest aanzienlijke uitgever, Gallimard, bleef hem toch uitgeven. Op een gegeven moment breken dat soort auteurs soms door, want het publiek heeft kennis kunnen blijven nemen van hun geschrijf – en heel belangrijk: ze hebben zich kunnen blijven ontwikkelen. In Nederland sterven buitenbeentjes af.”
“Aan dat proces zijn natuurlijk in de eerste plaats de uitgevers schuldig. Typisch voor uitgevers is dat ze altijd het boek willen dat al geschreven is. Heeft Harry Potter succes, dan willen ze dat je een soort Harry Potter schrijft, doet Reve het goed, dan moet je Reve-achtig doen. Terwijl een interessant boek natuurlijk een nieuw boek is. Ik ben er trots op dat ik herhaaldelijk met iets nieuws gekomen ben. Ik dacht met Onze Hoogmoed voor het eerst in de Nederlandse letteren een soort case story te schrijven van een criminele psychopaat. Met Zoveel lol meende ik het eerste verslag te brengen van hetgeen achter de muren van de sociëteit van het studentencorps zich afspeelde. In Hoerenlopen beschreef ik als eerste schrijver (Philo Bregstein schreef er wel kort iets over) over wat door je heen gaat bij hoerenbezoek. In Erotisch dagboek ging ik verder op deze weg en probeerde ik als eerste auteur een oprecht, dus niet te rooskleurig, beeld van de seksuele verlangens en activiteiten te geven. Fout was volgens mij het eerste boek waarin iemand wiens vader op enig niveau in de collaboratie werkzaam was geweest, over zijn jeugd en over die vader vertelde.”

“Recensenten hebben veel onaardigs en soms iets aardigs over mij gezegd, maar ze hebben er nooit op gewezen dat ik steeds met iets nieuws kwam. Het lijkt of ook zij willen dat je boeken lijken op succesboeken. De behoudzucht van de mensen die zich constant tegen conservatisme beweren te verzetten, is mateloos. Ze willen nog steeds dat je aan Dadaïsme doet, ze willen nog steeds dat je de Internationale zingt, ze willen nog steeds dat je modernist bent zoals de kunstenaars dat honderd jaar geleden waren… Ik moet ervan gapen.”

“Toen Nederland eindelijk eens genoeg begon te krijgen van de ideetjes van de jaren zestig, had men mij eens van onder het puin moeten halen. Ik schreef tegen de jaren zestig in de jaren zestig! Maar, zoals je vaak ziet: de nieuwe sprekers zijn juist degenen die in de periode daarvoor ook spraken. Mulisch behoorde hoogstwaarschijnlijk bij die quasi-progressieven die Carel Willink in de jaren vijftig een fascistische schilder vonden. Toen Willink in de jaren zeventig een comeback maakte, stond Mulisch hem meteen de hand te schudden. Succes komt vaak door handigheid. Ik vind dat de handigsten dikwijls weinig ideeën hebben. Wat zijn nu in godsnaam de ideeën van Hugo Cliché, ik bedoel Hugo Claus? Wat aanslaat, beantwoordt doorgaans aan de geest des tijds – en dat is nu juist zo weinig vernieuwend!”
“Of ik mezelf geniaal vind? Nooit! Geniaal zijn Dickens, Poe, Andersen… Dus ook geen Mulisch of Grunberg, godbetert. We hebben geen genieën in de huidige Nederlandse literatuur. Ik zie mezelf als heel gewoontjes: een man die van literatuur bezeten is en een zekere literaire ontwikkeling heeft (ontbreekt nogal bij mijn tijdgenoten) en die daarom wel mee zou mogen doen, te meer omdat hij leesbaar kan schrijven. Als ik ergens apart in ben, dan misschien in m’n onconventionaliteit. In tegenstelling tot mijn gesubsidieerde en daarom o zo voorzichtige collega’s geloof ik dat het niet zo bijster interessant is als je steeds weer de geest des tijds vertegenwoordigt en met veilige ideetjes komt aandragen die in elke krant staan en in elk televisieprogramma verkondigd worden.
Nederlands grootste schrijver vind ik Multatuli. En van de levenden? J.L. Heldring. Wat is er verder nog? Niets. Behaagziek geleuter. Herman Finkers schrijft beter dan al die genomineerden. Ik zie dat J.L. Heldring zelden in literair verband wordt genoemd, terwijl hij niet alleen wijzer maar ook mooier schrijft dan al onze gehuldigde cursiefjesschrijvers.
En ik kijk verder dan die hooggeprezen literatuur: veel liedjesteksten zijn vaak beter dan boeken die Libris-prijzen krijgen. Een liedje als ‘Where do you go to my lovely’ van Peter Sarstedt is prachtig en zegt veel meer over man-vrouw-relaties dan de complete Nederlandse literatuur bij elkaar.”

“Mijn gewezen vriend Geerten Meijsing wordt ook wat overschat. Ik kan het opgeblazene van zijn boeken niet verdragen. Mogelijk omdat ik erbij stond toen hij zich opblies. Toch, ook als een buitenstaander zijn boeken kritisch leest, ziet hij dat er psychologisch iets niet klopt en dat het allemaal dient tot zelfverheerlijking. Het is een boekenwurm, niet iemand die leeft – al pretendeert hij dat wel in zijn verhalen. Zou Van der Heijden ook zoiets zijn? Het zou me niet verbazen. De grachtengordel van Meijsing, waar ik ook nog in voorkom, vind ik geen onaardig boek. Het stoorde me alleen een beetje dat ik voorgesteld werd als iemand die verteerd werd door jaloezie. Dat klopt niet. Meijsing is zelf veel verbetener met zijn literaire carrière bezig. Ik ben redelijk laconiek. Vermoedelijk heeft Meijsing niet goed verdragen dat ik wel eens kritiek op hem had in onze correspondentie. Als hij weer het miskende genie uithing en zich te pas en te onpas als ‘kunstenaar’ presenteerde, werkte dat op mijn lachspieren – en soms heeft hij dat gelach moeten aanhoren.”

“Theo Kars, een andere gewezen vriend, is blijven steken in wat hij rond zijn twintigste was: een wrevelige puber die schrijft voor pubers. Ik heb een ander idee van literatuur. Ook van vertalen trouwens. Pas moest ik in NRC-Handelsblad lezen dat Kars een boek van Stendhal zo prachtig vertaald had. Duidelijk een vriendendienst van de recensent, want Kars kan absoluut niet vertalen uit het Frans. Hij heeft nooit in een Franstalig land gewoond, niet tussen Franssprekende mensen geleefd. Dus krijg je een dwaze woordenboekvertaling. Kars heeft niet eens door dat Romaanse talen anders in elkaar zitten dan de Germaanse, en dat de Fransen bijvoorbeeld veel zelfstandige naamwoorden gebruiken waar wij dat niet doen. Het resultaat is een mal taaltje… dat door de Nederlanders die weinig van het Frans weten voor het typische taalgebruik van Casanova of Stendhal wordt aangezien… Recensenten kun je echt alles wijsmaken. Horen ze een paar van hun intellectuele clichés, dan zijn ze al gelukkig. Ze worden doorgaans geronseld onder wereldvreemde kinderen, die uit intellectuele vooroordelen en door allerlei ingebakken gebreken ook nooit enige toegang tot het leven zullen krijgen.”
“Ik woon nu 28 jaar in België; ik denk dat ik daar maar ga sterven. Er siepelt daar minder water in je kist en je hoeft niet steeds zo’n malle ‘originele’ begrafenis mee te maken. Wij, van de christelijke cultuur, of we nu christelijk zijn of niet, moeten gewoon onder de grond worden gestopt met een steen erop. Maar van originaliteit hebben ze een raar idee in Nederland. Daarom liggen hun kunstenaars me ook niet bijzonder.”

Kadertekst: Boudewijn van Houten (Den Haag, 1939) is auteur van een vijftiental boeken. In 1964 lichtte hij samen met o.a. Theo Kars de PTT voor ruim een ton op. Het was de basis voor hun beider schrijverschap. Van Houten debuteerde in 1970 met een roman over deze affaire: Onze Hoogmoed. De roman werd gunstig ontvangen, zo was Tim Krabbé laaiend enthousiast. Van Houten werd een grote toekomst voorspeld, maar onder meer zijn weigering om politiek modieuze standpunten in te nemen, verhinderde dat. Hij werd steeds meer omstreden, met boeken als Hoerenlopen, Erotisch Dagboek en Fout. In 1968 vluchtte Van Houten naar Frankrijk, sinds 1975 woont hij in België. Hij publiceert geregeld in HP/De Tijd en in diverse Vlaamse bladen.

Dit interview verscheen eerder in LITERATUUR, februari 2004

Advertenties

21 gedachten over “Boudewijn van Houten: oude mopperaar, genie of ..?

  1. Lydia

    Goed geschreven stuk Renzo, en een leuke site. Die Boudewijn heeft wel een praatjes trouwens! 😉 Wat nou, dat vrouwen niet kunnen schrijven. Dat doet me eraan denken dat ik nog een boek van hem heb liggen, waaruit ik alleen nog maar het eerste verhaal heb gelezen. Ik zal het weer eens pakken, kijken of hijzelf eigenlijk wel een beetje kan schrijven! 😉
    Krijgen wij hier trouwens ook voorproefjes uit je datingboek? Nee zeker, dat hou je nog geheim? Wanneer volgt er weer een nieuw hoofdstuk? Ik kijk ernaar uit het te lezen.

  2. Dennis

    Mooi stuk. Boudewijn heeft gelijk. Vrouwen kunnen niet schrijven. Denk aan pluisbol Palmen, Doeschka Meijsing (godzijdank weet ik niet hoe ik haar naam moet schrijven). Jammer dat Van Houten niet de erkenning krijgt die hij in mijn ogen wel verdient. Ik ga ‘Onze hoogmoed’ maar weer eens herlezen.

  3. Renzo

    Meijsing schreef je goed. Ja, ik las laatst iets van Margriet de Moor en van Anna Enquist en vond het niet te pruimen, zo slecht. Een aanrader van Van Houten: Amelie Nothomb. Inderdaad ja, een lesbienne. En ja Van Houten – hij heef toch erkenning, in kleine kring heeft hij zeer grote fans…

  4. Trude

    Ach, wat is het toch leuk om van Houten weer eens te horen uitpakken. Dat mag-ie nog wel meer doen- is hij soms milder geworden?!
    Maar die Heldring, nou nee.

  5. Bert-Jan

    Van Houten is zeker niet milder geworden in mijn optiek. Althans, niet in zijn schrijven. Lees bijvoorbeeld Heel de Intellectueel, onlangs verschenen bij Aspekt.

  6. Renzo

    Waarom moeten het ned. lesbiennes zijn?? dat staat nerge s in het interview. Daar staat lesbiennes. Van HOuten, misschien wilt u voorbeelden noemen? Gr. Renzo

  7. Bo

    Hij heeft het over vrouwen in Nederland en over de Nederlandse schrijvers. De context is duidelijk, gaat over het niveau van de Nederlandse literatuur. Iemand anders noemde intussen Marga Minco. Zou kunnen, heb ik niet gelezen.

  8. Renzo

    Hij heeft het over vrouwen in het algemeen – iets anders kun je niet concluderen bij de uitspraak: ” vrouwen kunnen niet schrijven”

  9. bj

    Vrouwen kunnen soms wel schrijven, maar schrijven bijna altijd over vrouwenonderwerpen. Mannen zijn meer geneigd om universele thema’s te behandelen.

  10. Peter

    Een aanrader, geschreven door een vrouw: Albert Speer: His battle with truth (Ned.: Albert Speer: Verstrikt in de waarheid).
    Auteur in Gitta Sereny

  11. Peter

    Boodschap voor Boudewijn van H.:
    in Vrij Nederland van deze week staat een foto van Geerten Meijsing. Of is het toch Eddy Wally?

  12. Hilke

    Wat een gelul, over die lesbiennes. Maar goed, om er toch even op in te gaan: eentje die absoluut NIET kan schrijven: Karin Giphart. Van zulke prut zou je milieuterrorist willen worden om de bomen te beschermen.

  13. Karin Giphart

    Leve weblogs! Mag je zo maar andersmans discussies volgen.
    Maar ja, die discussie… Arthur Japin: een schitterend gebrek – een echt vrouwenboek…
    Enneu, Hilke, ja hoor, wordt maar milieuterrorist. Er mogen blijkbaar alleen boeken bestaan die JIJ goedkeurt. Waarom beperk je je niet tot boeken die jij hebt gelezen en bewonderd hebt en laat het nakken achterwege? JIJ bent blijkbaar niet degene die mij mailde en bedankte voor het schrijven van dit boek. Net als die anderen die het zo herkenbaar vonden, mensen die zelf hun moeder/vader verzorgd hebben en een speciale band met hun ouders hadden. Of genoten van de beschrijvingen van het lesbische leven in Amsterdam. Ook goed. Maar om dan uit te roepen: ik word milieuterrorist vanwege Karin Giphart…. ts. Wordt milieurterrorist, omdat ze zoals hier in de buurt met giftige stoffen werken en de buurtbewoners ziek zijn geworden. Die Hilke. Goeie naam voor een karakter…, gip

  14. Liesbeth

    En waarom zouden mannen eigenlijk geen vrouwenboeken lezen? Ik genoot laatst erg van een heus jongensboek: Joe Speedboot, van Tommy Wieringa.

    Ik weet trouwens ook een vrouw die geen vrouwen- maar wel heerlijke boeken schrijft: Margreet Hirs. Die snapt beide seksen, en nog veel meer. Het heten literaire thrillers die ze maakt, maar dat is misleidend. De plot doet er veel minder toe dan het menselijk tekort dat desgewenst met een vleugje toverij wordt opgeheven. Ik haat sprookjes en fabels en al dat werk, maar haar zwijntje uit ‘Rood en groen’ bijvoorbeeld, daar ging ik totaal plat voor. Wat ze maakt, lijkt nergens op. Volstrekt origineel.

  15. Pingback: Blog van Renzo Verwer

  16. Pingback: De grachtengordel : roman door Geerten Meijsing (1992) | Blog van Renzo Verwer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s